GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Uitspraak : 7 oktober 2016 Zaaknummer : 200.190.408/02 Rekestnummer rechtbank : FA RK 15-5223 Zaaknummer rechtbank : C/09/491936 [appellant] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, tevens voorwaardelijk incidenteel verweerder, in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. S. Bhulai te Wassenaar, tegen [geïntimeerde] , wonende op een geheim adres, verweerster, tevens voorwaardelijk incidenteel verzoekster, in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. A.J. van Steensel te 's-Gravenhage. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De man is op 2 mei 2016 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 4 maart 2016 van de rechtbank Den Haag, hierna: de bestreden beschikking. Dit hoger beroep is bij het hof ingeschreven onder zaaknummer 200.190.408/01. Bij dat beroep heeft de man tevens een verzoek tot schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking ingediend, ingeschreven bij het hof onder zaaknummer 200.190.408/02. De vrouw heeft op 30 mei 2016 een verweerschrift op het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad ingediend. De zaak met nummer 200.190.408/02 is op 7 oktober 2016 mondeling behandeld, tezamen met de zaak bekend onder zaaknummer 200.190.408/01. Ter zitting waren aanwezig: - de man, bijgestaan door zijn advocaat; - de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank - uitvoerbaar bij voorraad - met wijziging in zoverre van haar beschikking van 30 januari 2014 de door de man met ingang van 4 maart 2016 te betalen uitkering tot levensonderhoud van de vrouw op € 2.031,- bruto per maand bepaald, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. De proceskosten zijn tussen partijen gecompenseerd. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten. BEOORDELING VAN HET VERZOEK TOT SCHORSING VAN DE WERKING VAN DE UITVOERBAARVERKLARING BIJ VOORRAAD VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING 1. In geschil is thans enkel de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking. 2. De man verzoekt de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking te schorsen voor de duur van het onderhavige geding. Kosten rechtens 3. De vrouw verweert zich daartegen en verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het verzoek van de man tot schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking af te wijzen, naar het hof begrijpt: met veroordeling van de man in de kosten van het incident. 4. De man stelt dat hij in een noodsituatie verkeert nu hij met de bij de bestreden beschikking opgelegde alimentatie niet uitkomt. Hij is vanaf zijn standplaats [standplaats] in [land] naar [plaats] verhuisd en heeft daardoor inkomensverlies geleden. Bovendien is de man in het huwelijk getreden met een nieuwe partner en is uit dit huwelijk een kind geboren. Het spaargeld van de man is op en hij wil niet in de schulden geraken. Hij houdt maandelijks bijna niets over om te kunnen eten en drinken. Daarnaast is zijn huidige echtgenote wederom in verwachting. Volgens de man worden de belangen van de vrouw door de schorsing niet geschaad. Immers, er wordt nog in haar aanvullende behoefte voorzien, zoals eerder door de rechtbank is bepaald 5. De vrouw verzet zich tegen het schorsingsverzoek van de man en voert daartoe het volgende aan: - de man heeft in eerste aanleg zelf verzocht om een uitvoerbaarverklaring bij voorraad en geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek om uitvoerbaarverklaring van de vrouw in eerste aanleg; - de man voert geen nieuwe feiten en omstandigheden aan; - de man voert geen juridische of feitelijke misslag aan; - de man heeft een eventuele noodtoestand niet nader gespecificeerd en onderbouwd; - de nood is kennelijk niet zo hoog omdat de man de mondelinge behandeling ter zake het schorsingsverzoek heeft uitgesteld en op (een luxe) vakantie is gegaan naar [land] ; - de vrouw heeft belang bij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking omdat zij per 1 juli 2016 zicht heeft op zelfstandige woonruimte en zij de hogere partneralimentatie nodig heeft om de desbetreffende huur te kunnen betalen. 6. Het hof stelt voorop dat een partij die een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking heeft verkregen in beginsel bevoegd is deze te executeren, ook indien tegen de beschikking hoger beroep is ingesteld. Bij de beoordeling van de vraag of, in afwijking van voornoemd uitgangspunt, de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking moet worden geschorst, worden de navolgende maatstaven aangelegd (vgl. Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688 en 30 mei 2008, nr. 07/12668, ECLI:NL:HR:2008:BC5012): (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.