← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2016:4421

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel Recht Zaaknummer : 200.183.457/01 Zaak-/rolnummer rechtbank : C/10/467666/HA ZA 15-51 arrest van 19 april 2016 In de (vrijwarings-)zaak van publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ROTTERDAM, zetelend te Rotterdam, appellante, advocaat: mr. M. Rus-van der Velde te Den Haag, hierna te noemen: de Gemeente, tegen de stichting STICHTING VESTIA, zetelend te Rotterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. J.J. Linker te Rotterdam, hierna te noemen: Vestia. Het verloop van het geding Bij exploot van 28 december 2015 is de Gemeente in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september

  1. Vervolgens is namens beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure (SO-procedure) verzocht. Daartoe hebben de advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald. Beoordeling van het hoger beroep volgens de SO-procedure Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De Gemeente heeft gevorderd om Vestia te veroordelen om de Gemeente te vrijwaren voor alle schade die de Gemeente zal lijden als gevolg van de toewijzing van enkele vorderingen die Hof van Heden Hoogvliet in de procedure tegen de Gemeente heeft ingesteld (de hoofdzaak, met zaak- en rolnummer bij de rechtbank Rotterdam C/10/453635/HA ZA 14-654). De rechtbank heeft in haar vonnis van 30 september 2015 de vrijwaringsvordering van de Gemeente afgewezen op de grond dat de rechtbank bij vonnis van (eveneens) 30 september 2015 de vorderingen in de hoofdzaak heeft afgewezen. In het hoger beroep dat Hof van Heden Hoogvliet in de hoofdzaak- eveneens volgens de SO-procedure- bij dit hof heeft ingesteld (zaaknummer
  2. 183.348/01), is voormeld vonnis in de hoofdzaak bekrachtigd, bij arrest van 19 april
  3. De vordering van de Gemeente tot vrijwaring door Vestia ligt derhalve voor afwijzing gereed, zoals ook de rechtbank heeft beslist. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal de Gemeente worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door Vestia betaalde griffiegeld van €711,-. Beslissing Het gerechtshof: bekrachtigt het tussen partijen in de vrijwaringszaak gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2015; veroordeelt de Gemeente in de kosten van de procedme in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Vestia begroot op €711,- voor griffiegeld. Dit arrest is gewezen door mrs. M.Y. Bonneur, M.E. Honée en J.J. van der Helm; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.