GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.133.319/01 Zaaknummer rechtbank : 358962 / HA ZA 10-2227 arrest van 22 maart 2016 inzake 1. Altibajo Corporation Ltd., gevestigd te Tortola (Britse Maagdeneilanden), 2. [geïntimeerde sub 2] , gevestigd te Parijs (Frankrijk), 3. [geïntimeerde sub 3] , wonende te Tel Aviv (Israël), 4. Sariel S.A.S., gevestigd te Parijs (Frankrijk), appellanten in principaal hoger beroep, geïntimeerden in incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: Altibajo c.s. en afzonderlijk Altibajo, [geïntimeerde sub 2] , [geïntimeerde sub 3] en Sariel, advocaat: mr. E.K. Ditvoorst te Rotterdam, tegen TMF Netherlands B.V. als (uiteindelijk) rechtsopvolgster van Zarf Trust Corporation B.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: TMF, advocaat: mr. N.A. van Loon te Amsterdam. Het geding Op 17 december 2013 (hersteld op 4 februari 2014) is tussenarrest gewezen in het incident ex art. 224 Rv. Bij memorie van grieven in het principaal hoger beroep met producties hebben Altibajo c.s. acht grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord in het principaal hoger beroep, memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep met producties heeft TMF de principale grieven bestreden en tevens incidenteel hoger beroep ingesteld onder aanvoering van één grief. Altibajo c.s. heeft de incidentele grief bestreden bij memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep. Vervolgens hebben partijen op 21 januari 2016 de zaak doen bepleiten, Altibajo c.s. door mr. E.K. Ditvoorst voornoemd en TMF door mr. A.E.C. Steinsapir dit Sasha Stone, advocaat te Amsterdam, en mr. N.A. van Loon voornoemd. Eerstgenoemde advocaten hebben aan de hand van overgelegde pleitnotities gepleit. Arrest wordt gewezen op het pleitdossier. Beoordeling van het principaal en incidenteel hoger beroep 1. De door de rechtbank in het vonnis van 12 december 2012 (ECLI:NL:RBROT:2012:BY7594) r.o. 2.1 tot en met 2.37 vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal daar van uitgaan en de door de rechtbank gehanteerde aanduidingen van partijen en stukken volgen. 2. In eerste aanleg hebben Altibajo c.s. in conventie gevorderd, voor zover thans nog relevant: 1. TMF te veroordelen om aan Sariel terug te betalen de door haar betaalde vergoedingen ten bedrage van € 38.476,62 te vermeerderen met de wettelijke rente; 2. voor recht te verklaren dat TMF is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen onder de trustovereenkomst als gevolg waarvan Altibajo c.s. schade hebben geleden, nader op te maken bij staat; 3. TMF te veroordelen om aan Sariel te betalen een bedrag van € 1.100,-- en aan [geïntimeerde sub 3] een bedrag van € 1.120,-- beide ter zake van de onnodig gemaakte kosten voor de vergadering van aandeelhouders in Charm and More van 22 februari 2010; 4. TMF te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten van € 6.422,00 per eiser en vermenigvuldigd met een factor anderhalf ter vergoeding van vertalingskosten en kosten gemaakt voor informatievergaring in het buitenland; 5. TMF te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met nakosten en wettelijke rente. 3. De rechtbank heeft deze vorderingen van Altibajo c.s. afgewezen en hen hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld. 4. In principaal hoger beroep vorderen Altibajo c.s. vernietiging van het bestreden vonnis en alsnog toewijzing van deze vorderingen, met afwijzing van de vorderingen in reconventie, alsmede een proceskostenveroordeling. 5. In eerste aanleg heeft TMF in reconventie gevorderd de hoofdelijke veroordeling van Altibajo c.s. tot betaling van een totaalbedrag van € 29.197,28 – ter zake van de door TMF gefactureerde bedragen over 2008, 2009 en de maanden januari tot en met april 2010, vermeerderd met wettelijke rente en tot betaling van de proceskosten. De rechtbank heeft Altibajo en [geïntimeerde sub 2] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 25.768,50 met de wettelijke handelsrente, Altibajo en [geïntimeerde sub 2] hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld en de proceskosten tussen [geïntimeerde sub 3] , Sariel en TMF gecompenseerd. 6. TMF vordert in incidenteel hoger beroep vernietiging van het vonnis - naar het hof begrijpt: uitsluitend - in reconventie en alsnog toewijzing van het totaal gevorderde bedrag van € 29.197,28 met wettelijke rente, met een proceskostenveroordeling. 7. Bij tussenarrest is Altibajo veroordeeld zekerheid te stellen voor de proceskosten voor een bedrag van € 25.000,-- (art. 353 Rv jo art. 224 Rv). Altibajo heeft deze zekerheid niet gesteld. Ook heeft zij niet op de voet van art. 616 lid 4 Rv gevraagd om verlenging van de termijn waarbinnen de zekerheid moest worden gesteld. Uit art. 616 lid 3 sub a Rv volgt dan dat Altibajo niet langer bevoegd is om het principaal hoger beroep voort te zetten. Het hof zal Altibajo niet ontvankelijk verklaren. 8. Als gevolg van de niet-ontvankelijkheid van Altibajo behoeven de vorderingen en grieven in het principaal hoger beroep, voor zover deze uitsluitend zien op Altibajo, verder geen behandeling. 9. Het debat in de eerste aanleg betreft in de kern de juridische waardering van de wijze waarop TMF als bestuurder van Charm and More, alsmede als partij bij de trustovereenkomst, heeft gefunctioneerd. Dit debat spitst zich toe op de rol van TMF bij - samengevat - de volgende kwesties: de onbevoegde ondertekening van de overeenkomst van geldlening tussen Altibajo en Charm and More; het niet realiseren van een pandrecht ten behoeve van Altibajo op de aandelen die [geïntimeerde sub 3] en Elsdone in Charm and More houden; het niet overdragen van de aandelen die Charm and More houdt in Eigerblick aan Altibajo; het deponeren van niet-vastgestelde jaarrekeningen; het hebben van een tegenstrijdig belang van TMF in enerzijds haar functioneren als bestuurder van Charm and More en anderzijds haar optreden als partij bij de trustovereenkomst; het niet bijeenroepen van een aandeelhoudersvergadering voor het benoemen van een nieuwe bestuurder van Charm and More en het door laten gaan van een tevergeefs gehouden aandeelhoudersvergadering op 22 februari 2010. het niet doen van de aangifte Omzetbelasting 2009; et laten voortbestaan van onduidelijkheid over het terugtreden van TMF als bestuurder van Charm and More. 10. Tegen de oordelen van de rechtbank over de als a. en h. aangeduide kwesties zijn in zowel het principaal als in het incidenteel hoger beroep geen grieven aangevoerd, zodat deze oordelen vaststaan. Het principaal hoger beroep 11. Het hof ziet aanleiding de principale grieven gezamenlijk te behandelen aan de hand van de in r.o. 2 en r.o. 5 genoemde vorderingen. Waar nodig wordt naar de afzonderlijke grieven verwezen. Betaling aan Sariel van een bedrag van € 38.476,62 (vordering 1) 12. De vordering van Sariel tot (terug)betaling van de door haar aan TMF betaalde vergoedingen ten bedrage van € 38.476,62 (met rente) is niet toewijsbaar. Sariel stelt niet meer dan dat TMF “gegeven de wanprestatie van TMF” ten onrechte facturen heeft verzonden, althans tot genoemd bedrag. De rechtbank heeft - in hoger beroep onbestreden - geoordeeld dat Sariel zich beroept op art. 6:74 BW in verband met een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van haar verbintenissen uit de trustovereenkomst (r.o. 4.14). Sariel is echter geen partij bij de trustovereenkomst (geworden). Het enkele feit dat TMF instructies aannam van Konckier, die “ultimate beneficial owner”(hierna: ubo) is van onder meer Sariel, en al doende door vennootschappen “heen keek”, is onvoldoende om te oordelen dat Sariel partij is bij de trustovereenkomst. Op dit punt is voorts nog van belang dat door TMF aan Charm and More gerichte facturen op grond van Section 2 van de trustovereenkomst verschuldigd zijn door de Beneficiaries (partijen bij deze overeenkomst: [geïntimeerde sub 2] , Altibajo, Newtime – inmiddels [geïntimeerde sub 3] persoonlijk – en Elsdone). Door Sariel is onvoldoende gemotiveerd weersproken dat aldus factureren een gebruikelijke gang van zaken is en dat de betaling door Sariel van deze facturen een betaling is in de zin van art. 6:30 BW. 12. Het hof ziet aanleiding vervolgens vordering 3 te behandelen. Onnodig gemaakte kosten voor de vergadering van aandeelhouders van 22 februari 2010 (vordering 3) 14. Sariel vordert tevens een bedrag van € 1.100,-- ter zake van de onnodig gemaakte kosten voor de vergadering van aandeelhouders in Charm and More van 22 februari 2010. Een grondslag daarvoor ontbreekt. Sariel is geen aandeelhouder in Charm and More. Het hof verwerpt de stelling van Sariel dat TMF onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, omdat TMF had moeten meedelen dat Sariel geen aandeelhouder was. In eerste aanleg heeft TMF aangevoerd dat zij uit het e-mailbericht van Konckier van 13 januari 2010 of anderszins niet behoefde te begrijpen dat Sariel in de veronderstelling verkeerde dat zij aandeelhouder was (conclusie van dupliek sub 3.51 tot en met 3.58; herhaald bij memorie van antwoord in principaal beroep sub 3.29). Dit is door Sariel niet gemotiveerd weersproken. Wat in principaal hoger beroep door Sariel verder wordt aangevoerd werpt geen relevant ander licht op dit punt. 14. Altibajo c.s. stellen voorts dat TMF Konckier er op had moeten wijzen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.