ECLI:NL:GHDHA:2016:719
GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.145.362/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/448884 / HA ZA 13-920 arrest van 29 maart 2016 inzake [naam], wonende te [woonplaats], appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. L.F. van Wijck te Zoetermeer, tegen [naam], wonende te [woonplaats], geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde], advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te Leidschendam.
Het geding 1. Voor het verloop van het geding tot aan 3 juni 2014 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. Bij dat tussenarrest is een comparitie van partijen bevolen, welke op 30 september 2014 is gehouden. Van de comparitie is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. Vervolgens heeft [appellant] bij memorie van grieven met producties, tevens akte wijziging eis, zes grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. Hierna heeft [appellant] nog een akte tevens houdende producties genomen, waarop [geïntimeerde] bij antwoordakte heeft gereageerd. Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep 2. De door de rechtbank in het bestreden vonnis vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Met inachtneming daarvan en van hetgeen in aanvulling daarop in hoger beroep is gesteld en niet is weersproken, gaat het in deze zaak om het volgende.
2.1. [appellant] en [geïntimeerde] zijn buren. Zij bewonen aangrenzende appartementen met balkons aan de [adres] te [plaats], [appellant] als huurder en [geïntimeerde] als erfpachtster. De balkons zijn gescheiden door een (gedeeltelijk doorzichtige) glazen wand.
2.2.
Tussen [appellant] en [geïntimeerde] is een conflict ontstaan. [geïntimeerde] heeft daarbij, onder meer, bezwaar gemaakt tegen het gebruik door [appellant] van een (inmiddels verwijderde) rookoven op zijn balkon. [appellant] verwijt [geïntimeerde] onder andere het voeren en verzorgen van duiven op haar balkon en in haar woning.
2.3.
De vereniging van eigenaren van het appartementencomplex [adres] (hierna: de VvE), in welk complex de appartementen die partijen bewonen gelegen zijn, is betrokken geraakt bij het conflict. Zij heeft [geïntimeerde] bij brief van 11 juli 2012 het volgende medegedeeld: “Op 6 juni 2011 en 3 oktober 2011 heeft u van ons een aanschrijving ontvangen (…). Wij hebben u verzocht om te stoppen met het voeren van duiven vanaf uw balkon. (…) Overlast Helaas hebben wij via mailwisseling met de voorzitter van ons bestuur moeten constateren dat u zich niet houdt aan de afspraak om geen duiven te voeren, te houden of op te vangen. Dit betreuren wij ten zeerste. Als bestuur menen wij dat wij u voor de laatste maal moeten waarschuwen om direct te stoppen met het veroorzaken van overlast door het voeren, verzorgen en opvangen van duiven op het balkon. (….) Conflict Mede door het negeren van deze afspraak bent u verwikkeld in een vervelende overlaststrijd met uw buurman de heer [appellant]. Wij hebben van u talloze mails ontvangen over uw conflict en vervelende ervaringen die u hiervan ondervindt. Het bestuur vindt het ontzettend vervelend dat u beide elkaar het leven zuur maakt. Daarnaast maken wij ons grote zorgen over het mogelijk uit de hand lopen van dit conflict. Wij adviseren u daarom ook dringend om buurtbemiddeling te accepteren. (…)”
Bij brief van 11 september 2013 heeft de VvE [geïntimeerde] nogmaals aangeschreven om het voeren van duiven te staken.
2.4.
Tijdens de algemene ledenvergadering van de VvE van 20 november 2013, is het huishoudelijk reglement van de VvE (hierna: het Reglement) aangevuld met bepalingen 13.4 en 13.5. Het Reglement luidt thans, voor zover van belang: “ Artikel 11 Overlast 11. Het volgende is een nadere uitwerking van de artikelen 17 en 20 van de akte; a. Iedere eigenaar, huurder of gebruiker dient er te allen tijde voor te zorgen dat hij geen overlast bezorgt aan (een) andere eigenaar(s), huurder(s) of gebruiker(s). Hieronder wordt ook verstaan overlast door hobby’s of werkzaamheden voor derden uit te voeren die door hun (langdurig) karakter hinderlijk zijn voor medebewoners. Op sommatie van het bestuur moet de veroorzaker van overlast zijn activiteiten onmiddellijk staken. (…) Artikel 13 Gebruik van de balkons, galerijen en dakterrassen (…) 13.4 (…) Tevens is het niet toegestaan om een rookoven te gebruiken op het balkon.
13.5 Het is niet toegestaan om duiven of andere gevogelte te voeren vanaf het balkon en/of de duiven/gevogelte te verzorgen of opvangen in uw woning.”
2.5.
Per e-mail van 22 november 2013 heeft de VvE aan [geïntimeerde] onder meer het volgende bericht: “(…) U heeft diverse malen vanuit de VVE het verzoek gekregen om te stoppen met het voeren van de duiven. Hier heeft u geen gehoor aangegeven. (…) Tevens heeft u een einddatum ontvangen waarin de VVE u verzoekt om de duivenoverlast te stoppen. Helaas, heeft u hier wederom ook geen gehoor aangegeven en is de VvE genoodzaakt om een derde partij in te schakelen om de duivenoverlast te stoppen. (…)”
2.6.
In de notulen van de algemene ledenvergadering van de VvE van 9 april 2014 is onder meer het volgende opgenomen: “De overlast van de duiven is bij alle leden een bekend probleem. Het bestuur wil mandaat tot € 2.000,00 om kooien op het dak te plaatsen. Een aantal kooien wordt dan geplaatst waarin de duiven gelokt, gevangen en vervolgens afgevoerd worden. (…) Een alternatief is het plaatsen van netten bij de balkons zodat duiven er niet meer kunnen komen. Het tweede alternatief is een professionele valkenier inhuren, maar dit is erg duur. Het probleem is deels te verwijten aan het ontwerp van het nabijgelegen park, deels aan het blijven voeren van de duiven door bewoners. Vidomes stelt nog voor om sancties op te leggen aan de mensen die de duiven voeren.”
Daarnaast heeft hij zijn eis vermeerderd met de volgende aanvullende vordering: ( iv) [geïntimeerde] te verbieden om tegen de muren te bonken, te schreeuwen dan wel met deuren te gooien, op straffe van een dwangsom.
Vordering (i), zoals onder 3 weergegeven, is in hoger beroep niet gewijzigd.
Verbod voeren en verzorgen van duiven?
Daarmee geeft het Reglement een concrete norm waaraan gebruikers van het appartementencomplex moeten voldoen en die is afgestemd op het samenleven in het complex. Dit is een specifiekere bepaling dan de algemene regeling van artikel 5:37 BW. [geïntimeerde] heeft in hoger beroep niet, althans onvoldoende, betwist dat zij nog steeds, in ieder geval incidenteel, duiven voert. [geïntimeerde] heeft immers de stelling van [appellant] dat zij nog steeds duiven voert en de ten bewijze daarvan door [appellant] als productie 35 bij akte overgelegde foto van een bakje en een plankje met voer op haar balkon niet weersproken. In reactie daarop heeft zij slechts aangevoerd dat het af en toe voeren van vogels niet verboden is en niet leidt tot overlast (antwoordakte onder 2.) Ook als [geïntimeerde] in haar standpunt wordt gevolgd dat zij slechts incidenteel duiven voert, is dit in strijd met artikel 13.5 Reglement dat immers voorziet in een algeheel verbod op het voeren van duiven vanaf het balkon.
Hij trekt daarmee, naar zij stelt, zelf duiven aan zodat niet vaststaat dat de mogelijke overlast die hij ondervindt, te wijten is aan het incidenteel voeren van duiven door [geïntimeerde]. Wat daarvan ook zij, dit laat onverlet dat ook het – in strijd met het Reglement – voeren van duiven door [geïntimeerde], duiven aantrekt en dat voldoende vaststaat dat de door [appellant] ondervonden overlast mede daardoor wordt veroorzaakt. [appellant] heeft dan ook belang bij toewijzing van de vordering tot het verbieden van het voeren van duiven, te meer nu is gebleken dat [geïntimeerde] eerdere bevelen van de VvE om te stoppen met het voeren van duiven – naar [appellant] onbetwist heeft gesteld – niet heeft opgevolgd.
Verbod onrechtmatige uitlatingen?
In het kader van dat conflict hebben (ook) van de kant van [appellant] richting [geïntimeerde] – naar [geïntimeerde] eveneens onbetwist heeft gesteld – de nodige pesterijen plaatsgevonden. Naar het oordeel van het hof hebben de geadresseerden de uitlatingen van [geïntimeerde] in de context van dat conflict op de juiste waarde moeten kunnen schatten, door geen betekenis aan de geuite beschuldigingen te hechten, zoals onder andere blijkt uit het feit dat zij daarop geen actie hebben ondernomen. [appellant] heeft nog aangevoerd dat hij door de gestelde onrechtmatige uitlatingen van [geïntimeerde] is aangetast in zijn eer en goede naam en schade heeft geleden omdat hij in de buurt van appartementencomplex diverse ondernemingen drijft, en de gewraakte uitlatingen mede tot personen zijn gericht die hij tot zijn klantenkring rekent.
Dit heeft hij echter niet feitelijk onderbouwd, zodat niet kan worden aangenomen dat [appellant] door die uitlatingen daadwerkelijk is aangetast in zijn eer en goede naam. Omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, zijn gesteld noch gebleken. De hiervoor genoemde omstandigheden in aanmerking nemend, zijn de gewraakte uitlatingen van [geïntimeerde] dan ook niet als onrechtmatig jegens [appellant] te kwalificeren. Er is dan ook geen reden een verbod voor vergelijkbare toekomstige uitlatingen te geven, zodat (de gewijzigde) vordering (ii) zal worden afgewezen. Het hof tekent daarbij aan dat partijen dit niet als een vrijbrief dienen te beschouwen om op de ingeslagen weg door te gaan; geenszins uitgesloten is dat verdere handelingen wel degelijk onrechtmatig zullen zijn.
Geluidsoverlast 13. In hoger beroep vordert [appellant] voor het eerst een verbod om tegen de muren te bonken, te schreeuwen en met de deuren te gooien (vordering iv), stellende dat [geïntimeerde] onrechtmatige hinder veroorzaakt doordat zij zowel overdag als in de nachtelijke uren zodanige geluidsoverlast veroorzaakt dat [appellant] niet in staat is om bezoek te ontvangen. Dit heeft hij onderbouwd met een verklaring van de heer [naam] (productie 24) en een handtekeningenlijst (productie 25). [geïntimeerde] heeft betwist dat zij geluidsoverlast veroorzaakt. Het hof oordeelt als volgt. Uit de verklaring van de heer [naam], een vriend van [appellant] die regelmatig bij hem thuis komt, valt niet af te leiden op welk moment, met welke regelmaat en onder welke omstandigheden, welke overlast werd veroorzaakt, zodat het hof daaraan voorbij gaat. Dit valt evenmin af te leiden uit de handtekeningenlijst. De enkele vermelding door sommige ondertekenaars van geluidsoverlast in de laatste kolom op deze lijst is onvoldoende concreet, te meer nu uit die vermelding evenmin blijkt wie die vermelde overlast veroorzaakt. [appellant] heeft dan ook, mede gelet op de betwisting door [geïntimeerde], zijn stelling dat [geïntimeerde] onrechtmatig handelt door geluidsoverlast te veroorzaken onvoldoende onderbouwd, zodat de hierop gerichte vordering zal worden afgewezen. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen.
Proceskosten in eerste aanleg?
Slotsom 16. De slotsom is dat grieven I-IV gedeeltelijk slagen en dat het bestreden vonnis gedeeltelijk zal worden vernietigd. Het hof zal, opnieuw rechtdoende, [geïntimeerde] verbieden om duiven te voeren op haar balkon dan wel duiven te verzorgen in haar woning. Grieven V en VI falen. De in hoger beroep gewijzigde vorderingen (ii) en (iii) en nieuw ingestelde vordering (iv) worden afgewezen. Het hof ziet aanleiding om ook in hoger beroep de kosten te compenseren, nu beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld.
Beslissing Het hof:
Dit arrest is gewezen door mrs. J.E.H.M. Pinckaers, J.J. van der Helm en M.E. Kokke en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.