GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.168.561/01 Repnummer rechtbank : 3773476 RP VERZ 15-50019 beschikking van 19 januari 2016 inzake [naam] , wonende te [woonplaats] , appellante, hierna te noemen: [appellante] , advocaat: mr. P.B. Rietberg, tegen VERENIGING VAN EIGENAARS […] , gevestigd te Den Haag, verweerster, hierna te noemen: de VvE, advocaat: mr. R.J.A.M. Besselink. Het geding Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 22 april 2015, is [appellante] in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank Den Haag, team kanton, locatie Den Haag (hierna: de kantonrechter) van 23 maart 2015 (hierna: de beschikking). [appellante] heeft één grief tegen die beschikking aangevoerd. De VvE heeft een verweerschrift ingediend en daarbij de grief bestreden. Vervolgens heeft [appellante] het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg overgelegd en een akte van uitlating tevens akte overlegging stukken en een akte overlegging stukken ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 november 2015. Ter zitting zijn de standpunten van partijen nader toegelicht. Beide advocaten een pleitnota overgelegd. Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald. Beoordeling van het hoger beroep 1. Het gaat in deze zaak om het volgende. 2.1. Bij notariële akte van 18 juni 1976 is een perceel grond met daarop gestichte of nog te stichten opstallen in de gemeente ’s-Gravenhage aan en nabij onder andere de [[...]weg] gesplitst in 20 appartementsrechten. Bij notariële akte van 21 juni 1976 is een van die 20 appartementsrechten ondergesplitst in 151 appartementsrechten en is de VvE opgericht. Deze laatste appartementsrechten zijn gelegen aan het […] te ’s-Gravenhage en betreffen het appartementencomplex […] 2.2. Door de eerste eigenaar is een groot deel van het appartementsrecht [appartement 2] bij het appartementsrecht [appartement 1] gevoegd, waardoor het woongedeelte van [appartement 1] aanzienlijk is vergroot. De splitsingsakte van 21 juni 1976 is dienovereenkomstig gewijzigd bij notariële akte van 14 september 1977. 2.3. [appellante] is sinds 2006 eigenaar van de appartementsrechten [appartement 1] en [appartement 2] . 2.4. In de splitsingsakte van 21 juni 1976 is van toepassing verklaard het reglement van splitsing in appartementsrechten, hierna: het splitsingsreglement. Artikel 17 lid 1 en lid 2 van het splitsingsreglement luiden als volgt: “1. Een eigenaar kan zijn appartementsrecht, recht gevende op het uitsluitend gebruik van een woning, slechts in zijn geheel in gebruik geven. 2. Indien een eigenaar zijn appartementsrecht met inbegrip van het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken aan een ander in gebruik wil geven zal die ander het gebruik slechts kunnen verkrijgen na ondertekening van een in duplo opgemaakte en gedateerde verklaring, dat hij het reglement en het huishoudelijk reglement, alsmede een besluit als bedoeld in artikel 876.c. van het Burgerlijk Wetboek – voorzover die op een gebruiker betrekking hebben – zal naleven. Van deze verklaring behouden zowel de gebruiker als de administrateur een exemplaar.” 2.5. Op verzoek van de algemene ledenvergadering heeft de Raad van Toezicht in samenwerking met de NAVB onderzocht of een nieuwe Akte van Splitsing wenselijk is. De commissie die dit onderzoek heeft gedaan, de Commissie onderzoek wijziging Akten van Splitsing, komt met de volgende aanbeveling: “De commissie geeft als aanbeveling om de AvS niet te wijzigen en dus te handhaven in de huidige vorm. Met betrekking tot ondersplitsing van appartementen en het onderverhuren van de parkeerplaats en/of woning voor korte termijn aan derden kan een mondeling beroep worden gedaan op eigenaren om dit zoveel mogelijk te voorkomen, aangezien dit vaak de leefbaarheid en het gebruik van het gebouw niet ten goede komt.(…)” 2.6. [X] , eigenaar van appartement nummer […] , heeft bij brief van 11 mei 2013 aan de VvE geschreven, voor zover van belang: “Mij is ter oren gekomen dat eigenaren van een appartement in ons complex, Vereniging Eigenaars […] , Scheveningen, hun appartement hebben verbouwd danwel gesplitst, en daarna verhuurd voor kortere of langere tijd. Graag zou ik van de Bestuurder willen weten of het juist is dat een eigenaar of eigenaren hun appartement verbouwd hebben met het oogmerk dit te verhuren, danwel ter verhuur aan te bieden of aangeboden hebben. Zo dit juist is zou ik gaarne willen weten of dit gelet op de op de appartementen van toepassing zijnde “Splitsingsakte” of wel “Huishoudelijk Reglement”, geoorloofd is.(…)” 2.7. In de notulen van de algemene ledenvergadering van 16 december 2014 staat, voor zover relevant, het volgende: “3.c. Ondersplitsing woningen De brief van de heer [X] ( […] ) is aan Rijssenbeek advocaten, de huisadvocaat van de VVE, voorgelegd. Deze heeft de zaak getoetst en geeft de onderstaande uitleg. ‘Gelet op het bepaalde in art. 17 lid 1 van het splitsingsreglement mag de eigenaar van het appartementsrecht [appartement 1] , dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van de 3-kamerwoning op de 6e/7e verdieping met de daarbij behorende berging en auto-opstelplaats slechts in zijn geheel in gebruik geven. Hoewel goed verdedigbaar is dat het verhuren van het appartement aan meerdere mensen strijdig is met die bepaling, zal er m.i. wel rekening moeten worden gehouden hoe lang het appartement aan meerdere mensen wordt verhuurd en welke belangen er zijn nu een vordering in te stellen tot beëindiging van de bestaande huursituatie. Daarbij zal ook rekening moeten worden gehouden met de belangen van de huurders.’ De ALV vindt unaniem dat van de bekende adressen de eigenaren een brief dienen te krijgen met een verwijzing naar het verbod en het verzoek c.q. sommatie, wanneer een huurder vertrekt de ondersplitsing te beëindigen. Betreffende eigenaren worden tevens verzocht om binnen een redelijke termijn te reageren, zodat de ALV kan worden ingelicht. Indien een eigenaar zich niet houdt aan de Akte van splitsing zal melding worden gedaan bij de Gemeente Den Haag en kunnen ook overige stappen worden ondernomen.” 3. In eerste aanleg heeft [appellante] - voor zover in hoger beroep van belang - op grond van artikel 5:129 BW juncto artikel 5:130 BW verzocht om het in rov. 2.7 weergegeven besluit (hierna: het besluit) nietig te verklaren dan wel te vernietigen. De kantonrechter heeft dat verzoek afgewezen en daartoe overwogen dat het besluit in overeenstemming is met artikel 17 van het splitsingsreglement en dus rechtsgeldig. 4.1. De grief van [appellante] is gericht tegen voormelde beslissing van de kantonrechter. [appellante] betoogt dat gedurende de acht/negen jaar dat zij eigenaar is, de VvE nimmer een beroep heeft gedaan op artikel 17 lid 1 en 2 van het splitsingsreglement zodat zij erop mocht vertrouwen dat de wijze waarop zij het appartement gebruikt, was toegestaan. [appellante] stelt voorts dat zij erop mocht vertrouwen dat de VvE conform de aanbeveling van de Commissie onderzoek wijziging Akten van Splitsing een beroep op haar zou doen gedaan om de ondersplitsing dan wel het verhuren van het appartement aan derden voor een korte termijn zoveel mogelijk te voorkomen, hetgeen niet is gebeurd. In de visie van [appellante] is er sprake van discriminatie omdat de VvE alleen met betrekking tot haar appartement een handhavingsbesluit heeft genomen. [appellante] voert verder aan dat met het nemen van het handhavingsbesluit sprake is van misbruik van recht althans dat het handhavingsbesluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid omdat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.