← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2017:2390

aanvulling beschikking GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Uitspraak : 16 augustus 2017 Zaaknummer : 200.192.252/01 Rekestnummer rechtbank : FA RK 15-6737 Zaaknummer rechtbank : C/10/483076 [appellant] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat: mr. H. Devkinandan te Den Haag, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat: mr. A. Orhan te Den Haag. PROCESVERLOOP EN VASTSTAANDE FEITEN Op 15 maart 2017 heeft het hof in deze zaak een beschikking gegeven. Bij brief van 22 mei 2017 heeft de advocaat van de vrouw het hof verzocht de beschikking aan te vullen, teneinde onduidelijkheden tussen partijen te voorkomen. Daartoe wordt aangevoerd dat in de beschikking van het hof van 15 maart 2017 in r.o. 19 wordt overwogen: “Voor zover het vorenstaande ertoe leidt dat de vrouw eventueel te veel ontvangen kinderalimentatie over de periode van 11 maart 2016 tot op heden als onverschuldigd betaald aan de man zou moeten terugbetalen, is het hof van oordeel dat, gezien het consumptieve karakter van de kinderalimentatie, de vrouw niet tot terugbetaling gehouden is”, en dat dit oordeel van het hof niet is opgenomen in het dictum. De advocaat van de vrouw verzoekt het hof om dit oordeel van het hof te doen laten opnemen in het dictum. Bij brief van 8 juni 2017 heeft het hof de advocaat van de man in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de hiervoor weergegeven aanvulling van de beschikking. Bij faxbericht van 12 juni 2017 heeft de advocaat van de man aan het hof kenbaar gemaakt geen bezwaar te hebben tegen de aanvulling van de beschikking. BEOORDELING Naar het oordeel van het hof is sprake van een verzuim om over een onderdeel van het verzochte te beslissen. Het hof zal daarom het verzoek tot aanvulling toewijzen en overgaan tot aanvulling van de beschikking. BESLISSING Het hof: vult aan de op 15 maart 2017 in deze zaak uitgesproken beschikking, in die zin dat het dictum als volgt aanvullend zal luiden: “Voor zover het vorenstaande ertoe leidt dat de vrouw eventueel te veel ontvangen kinderalimentatie over de periode van 11 maart 2016 tot op heden als onverschuldigd betaald aan de man zou moeten terugbetalen, is het hof van oordeel dat, gezien het consumptieve karakter van de kinderalimentatie, de vrouw niet tot terugbetaling gehouden is”. Voor het overige blijft de beschikking, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand. Deze beschikking is gegeven door mrs. A.H.N. Stollenwerck, J.A. van Kempen en M.J.C. Koens, bijgestaan door A.N. Hansler als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 augustus 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.