GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Uitspraak : 1 maart 2017 Zaaknummer : 200.193.039/01 Rekestnummer rechtbank : FA RK 15-2136 Zaaknummer rechtbank : C/10/472263 [appellante] , wonende te [woonplaats 1] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. Y. Ersoy te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats 2] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. T. Harmankaya te Amsterdam. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De vrouw is op 13 juni 2016 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 11 maart 2016 van de rechtbank Rotterdam. De man heeft op 4 oktober 2016 een verweerschrift ingediend. Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de vrouw: - op 8 augustus 2016 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen; - op 10 januari 2017 een tweetal V-formulieren van diezelfde datum met bijlagen. De zaak is op 20 januari 2017 mondeling behandeld. Ter zitting waren aanwezig: - de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; - de man, bijgestaan door zijn advocaat. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking en de tussenbeschikking van 5 juni 2015 van de rechtbank Rotterdam. Bij beschikking van 5 juni 2015 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en heeft de rechtbank, voor zover in hoger beroep van belang, de behandeling van de zaak ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aangehouden tot 1 september 2015 pro forma, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen aan de hand van de ter zitting gemaakte werkafspraken zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.9.12 van de beschikking, de verdeling van de gemeenschap verder in onderling overleg te regelen. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat indien partijen er niet in slagen tot overeenstemming te geraken, partijen alle in de beschikking aangehaalde en nog niet overgelegde bewijsstukken in het geding dienen te brengen en de rechtbank om voortzetting van de mondelinge behandeling dienen te verzoeken, met daarbij een nauwkeurige en uitputtende opgave van de dan nog resterende geschilpunten. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de vrouw de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen te gelasten op de door haar voorgestelde wijze, afgewezen. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.