GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer: 200.208.604/01 Zaak-rolnummer rechtbank: 5102795 VZ VERZ 16-11509 Beschikking d.d. 16 mei 2017 in de zaak van [appellanten], beiden wonende te Barendrecht, appellanten, hierna gezamenlijk in mannelijk enkelvoud te noemen: [appellant], advocaat: mr. J.A. Vermeulen-Jonkers te Arnhem, tegen de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging Vereniging van Eigenaars [adres 1], gevestigd te Barendrecht, geïntimeerde, hierna te noemen: de VvE,advocaat: mr. K. Kroon te Amsterdam. Het geding Bij beroepschrift (met producties), bij het hof ingekomen op 2 februari 2017, is [appellant] in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 5 januari 2017. In het beroepschrift zijn acht grieven tegen deze beschikking opgenomen. Bij verweerschrift (met producties), bij het hof ingekomen op 13 april 2017, heeft de VvE op de grieven gereageerd. De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgevonden op 3 mei 2017. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten doen toelichten door respectievelijk mr. H.J.G. Braakhuis, advocaat te Arnhem en mr. Kroon voornoemd. De advocaten hebben zich daarbij bediend van pleitnotities. Voor de zitting heeft [appellant] een productie 4 en heeft de VvE producties 5 en 6 ingebracht. De pleitnoties en deze producties maken deel uit van de processtukken. De beoordeling van het hoger beroep 1. Het gaat in deze zaak om het volgende. a. Op 25 juli 2008 is het gebouw met daarbij behorende grond, gelegen in het plan “Lage Wei” te Barendrecht aan de Seinhuiswei, kadastraal bekend gemeente Barendrecht, [kadasternummer], groot 11 are en 28 centiare, gesplitst in 46 appartementsrechten (hierna aangeduid als “het complex”). De appartementseigenaren zijn van rechtswege lid van de VvE. b. Op deze splitsing zijn van toepassing de bepalingen van het Modelreglement 2006 met daarbij in voornoemde akte van splitsing opgenomen wijzigingen en aanvullingen. c. [appellant] is eigenaar van het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de woning met toebehoren en terras, gelegen op de derde verdieping van het gebouw, met bijbehorende berging gelegen op de begane grond, plaatselijk bekend als [adres 2]. Het appartement [appellant] bevindt zich aan de hoekzijde van het complex. d. Alle woonappartementen beschikken over een balkon c.q. terras. Er zijn zeven verschillende typen terrassen, die in grootte variëren van 15m² tot 60 m² voor de twee penthouses in het complex. Vijf terrassen beschikken op dit moment over een constructie teneinde wind en zonlicht tegen te gaan. e. In het bij de akte van splitsing vastgestelde splitsingsreglement is, onder meer, het volgende bepaald: “Artikel 17 1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig: a. de grond, de funderingen, de dragende muren, de kolommen, het geraamte van het gebouw, de gevels (daaronder begrepen de gevelbeplatingen en dilataties, de balkonconstructies (…) Artikel 22 1. Iedere op, aan, onder, of bijbouw zonder voorafgaande toestemming van de vergadering is verboden (…). 4. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in privégedeelten bevinden. Artikel 23 1. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen verandering aanbrengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van het gebouw gewijzigd zou worden. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het gebouw door de verandering in gevaar kan worden gebracht. (…) De in de artikelen 21, 22 en 23 bedoelde toestemming of ontheffingen mogen niet op onredelijke gronden worden gewijzigd of worden ingetrokken.” f. In het huishoudelijke reglement van de VvE is bepaald: “Artikel 6 Zonwering Het aanbrengen aan de buitenzijde van het gebouw van zonneschermen is toegestaan voor rekening en risico van de belanghebbende, mits geen schade wordt toegebracht aan de gemeenschappelijke gedeelten, zodanig dat het onderhoud aan de gemeenschappelijke gedeelten niet belemmerd wordt. (…) De betreffende eigenaar draagt er zorg voor dat het betreffende scherm het aanzien van het gebouw niet schaadt door verwering of vervuiling. Aan alle gevels mogen screens worden geplaatst. Aan de terugliggende achtergevel (balkons, westzijde) mogen screens, verticale zonwering, knikarmschermen of rolluiken worden gemonteerd. Deze mogen niet voorbij de balustrade van de balkons uitkomen. Eventueel mogen andere horizontale zonweringsystemen worden toegepast. Hiervoor is wel goedkeuring van het bestuur van de VvE noodzakelijk. Het bestuur streeft uniformiteit na in de toegepaste zonweringsystemen. Het onderhoud en nazorg acht het bestuur een belangrijk aandachtspunt. Bovenstaande zonweringsystemen moeten geplaatst en uitgevoerd zijn conform de navolgende specificaties: (…) Balkonbeglazing Balkonbeglazing is toegestaan als deze binnen de balustradelijn van de balkons blijft. Harmonica-systeem en helder glas. Voor balkonbeglazing is toestemming van het bestuur vereist evenals een vergunning van de gemeente Barendrecht. (…)” g. Op 26 april 2016 vond een vergadering van eigenaars plaats. Tijdens die vergadering is het verzoek van [appellant] om aan hem toestemming te verlenen een permanente overkapping op zijn balkon te plaatsen in stemming gebracht. Van de 280 stemgerechtigde leden brachten 257 hun stem uit en daarvan waren 37 stemden voor en 221 tegen, zodat op grond hiervan aan [appellant] geen toestemming werd verleend. h. Bij e-mail van 27 mei 2016 schreef P. van der Wal, architect van het complex, aan de bestuursvoorzitter van de VvE, voor zover van belang, het volgende: “In vervolg op de discussie omtrent de balkonoverkapping van dhr. [appellant] stuur ik u hierbij mijn reactie: Ik heb inderdaad in eerste instantie – medio december 2015 – de heer [appellant] (…) bericht dat ik als architect van het geen bezwaar heb tegen het aanbrengen van een balkonoverkapping op zijn balkon. Bij mijn reactie naar de heer [appellant] veronderstelde ik dat de overkapping alleen op het balkon van de woning van de heer [appellant] zou worden toegepast. Bij het betreffende appartementsgebouw is er echter sprake van dat er bij 6 balkons en 2 terrassen een dergelijke balkon-/ terrasoverkapping kan worden toegepast (de overige balkons worden overkapt door het balkon van de bovenburen). In mijn reactie naar de heer [appellant] heb ik mij niet gerealiseerd dat indien het de heer [appellant] wordt toegestaan een balkonoverkapping aan te brengen, ook andere eigenaren de mogelijkheid krijgen een dergelijke balkon-/ terrasoverkapping te realiseren. Het is niet aan te nemen dat de VvE rechtmatig dit recht in dat geval kan onthouden aan andere eigenaren. Ik ben van mening dat indien een dergelijke overkapping op balkons en/of terrassen bij meerdere woningen wordt toegepast dit de uitstraling van het pand zeker niet ten goede komt. Er zou een niet gewenst en onregelmatig beeld kunnen ontstaan (soort lappendeken) in het gevelbeeld van het gebouw. Wat hierin meespeelt is het feit dat er sprake is in het voorstel van een permanente balkon-/terrasoverkapping. Dit geeft een ander beeld en heeft een andere uitstraling dan een semi-permanente uitklapbare zonwering (knikarmscherm e.d.). Het is overigens ook ongebruikelijk om balkon-/terras-overkappingen aan te brengen op een appartementsgebouw. Dergelijke constructies worden met name bij grondgebonden woningen toegepast. De aanwezige mogelijkheid om verticale balkonbeglazing te installeren zoals door u toegelicht zal naar ik aanneem een groot deel van de als lastig ervaren wind op het balkon wegnemen. Concluderend: hoewel ik in eerste instantie positief heb gereageerd naar de heer [appellant] kan ik me volledig vinden in het advies van het bestuur van de VvE en het door de ALV genomen besluit om niet in te stemmen met het voorstel van de heer [appellant].” i. Bij e-mail van 11 april 2017 aan de bestuursvoorzitter van de VvE heeft genoemde architect zijn e-mail van 27 mei 2016 als volgt verduidelijkt: “(…) Ten aanzien van de mogelijke interpretatie van mijn opmerking “Er zou en niet gewenst en onregelmatig beeld kunnen ontstaan (soort lappendeken) in het gevelbeeld van het gebouw.”wil ik graag benadrukken dat ik niet bedoeld heb dat er twijfels zijn over het ontstaan van een ongewenst en onregelmatig beeld (de lappendeken). In het algemeen, en ook door de verschillen tussen de balkons en terrassen zonder constructief bovenbalkon, verwacht ik dat dit zal resulteren in een ongewenst en onregelmatig beeld en er dus een lappendeken zal ontstaan.” 2. [appellant] heeft de kantonrechter verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.