ECLI:NL:GHDHA:2017:2957
GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Uitspraak : 16 augustus 2017 Zaaknummer : 200.207.482/01 Rekestnummer rechtbank : EJ VERZ 16-86775 Zaaknummer rechtbank : 5416288 [verzoekster] , en [verzoeker 1] , beiden wonende te [woonplaats] , verzoekers in hoger beroep, hierna te noemen: verzoekers, advocaat mr. J.A.M. Koorn-Harkema te Leiden, tegen [verweerster] , In haar hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van [naam 6] , wonende te [buitenland] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: verweerster, advocaat mr. R.J. Ottens te Noordwijk.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP Verzoekers zijn op 13 januari 2017 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 8 december 2016 van de rechtbank Den Haag.
Verweerster heeft op 11 april 2017 een verweerschrift ingediend.
Verzoekers hebben op 29 maart 2017 een aanvullend beroepschrift ingediend.
Verweerster heeft op 18 april 2017 een aanvullend verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van verzoekers: op 6 februari 2017 een brief van 3 februari 2017 met bijlagen; op 9 februari 2017 een V-formulier van 8 februari 2017 met bijlagen; op 24 februari 2017 een brief van 23 februari 2017 met bijlage; op 1 maart 2017 een brief van 28 februari 2017 met bijlagen; op 5 juli 2017 een brief van 4 juli 2017 met bijlagen; op 11 juli 2017 een brief van diezelfde datum met bijbehorend V-formulier met bijlagen.
De zaak is op 14 juli 2017 mondeling behandeld.
Ter zitting waren aanwezig: verzoekers, bijgestaan door hun advocaat; verweerster, bijgestaan door haar advocaat.
De advocaat van verzoekers heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij de bestreden beschikking is het verzoek tot ontslag van verweerster als executeur van de nalatenschap van [naam 6] , overleden op [datum 1] , en testamentair-bewindvoerder van de erfdelen van de kinderen van [verzoeker 1] en van de kinderen van [naam 1] , overleden op [overleden] , afgewezen. Voorts is het testamentaire bewind over het legaat van verzoeker [verzoeker 1] opgeheven. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. In geschil is de afwijzing van het verzoek tot ontslag van verweerster als executeur en testamentair bewindvoerder.
Bij hun aanvullend beroepschrift verzoeken de verzoekers bij (het hof leest) beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de vordering van [verzoeker 1] op de nalatenschap te begroten op € 45.000,-; de vordering van zijn beide kinderen te begroten op een bedrag van € 21.000,-; te bepalen dat de executeur zekerheid dient te stellen voor een vergoeding aan de nalatenschap van € 18.000,-; en persisteren voor het overige; met veroordeling van de executeur in privé in de kosten van deze procedure.
Ontvankelijkheid verzoeker [verzoeker 1] 4. Het hof stelt voorop dat verzoeker [verzoeker 1] niet langer ontvankelijk is in zijn hoger beroep. In deze procedure trad hij tot op heden op als wettelijk vertegenwoordiger van zijn zoon [naam 5] . Deze is op [datum 3] meerderjarig geworden en wenst niet als procespartij in deze procedure te worden aangemerkt, zoals blijkt uit de door verzoekers overgelegde brief van 4 juli 2017, ingekomen bij het hof op 5 juli 2017. Omdat [verzoeker 1] niet langer wettelijk vertegenwoordiger is van zijn zoon en deze evenmin een procesvolmacht heeft gegeven aan zijn vader, kan deze niet langer meer in deze procedure als procespartij optreden. Het hof zal [verzoeker 2] dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.
Aanvullend beroepschrift 6. Het hof overweegt voorts als volgt. Zoals ter zitting besproken, zal het hof de grieven en de nieuwe vorderingen, ingediend bij het aanvullend beroepschrift van 27 maart 2017, buiten beschouwing laten alleen al omdat dit aanvullend beroepschrift na het verstrijken van de beroepstermijn is ingediend en de wederpartij bezwaar heeft gemaakt tegen het betrekken van dit aanvullend beroepschrift bij de beoordeling van de zaak.
Verzoek tot ontslag verweerster als executeur en testamentair bewindvoerder 7. Verzoekster is van mening dat sprake is van gewichtige redenen om tot ontslag van verweerster als executeur en bewindvoerder over te gaan. Kort samengevat voert verzoekster daartoe aan dat door verweerster in de uitoefening van haar taak als executeur handelingen zijn verricht dan wel nagelaten als gevolg waarvan verzoekster geen vertrouwen meer heeft in verweerster in haar hoedanigheid van executeur en bewindvoerder.
Daardoor valt te verwachten dat in de afwikkeling van de nalatenschap van erflater, waarbij de bewindvoerder als zodanig een taak heeft, alsmede in de gevolgen van het onderhavige bewind – ingesteld in het belang van verzoekster – na de verdeling van de nalatenschap van erflater diverse nieuwe bronnen van conflict zijn gelegen. Bovendien is de vader van verzoekster legitimaris in de nalatenschap van erflater (en schuldeiser anderzijds) en over de omvang van die vorderingen bestaat geschil tussen verweerster enerzijds en de vader van verzoekster en verzoekster anderzijds. Het hof acht het vorenstaande gewichtige redenen als bedoeld in artikel 4:164 lid 2 BW en zal daarom een nieuwe bewindvoerder benoemen.
Ongeacht het ontslag van de huidige bewindvoerder, blijft het in het belang van verzoekster ingestelde bewind bestaan (artikel 4:178 BW) en zal het hof voorzien in de vacature. Opheffing kan worden verzocht vijf jaren na het overlijden van de erflater. Van onvoorziene omstandigheden of dat de rechthebbende zelf de onder bewind staande goederen kan besturen op verantwoorde wijze is noch gesteld noch gebleken. Ter zitting heeft verweerster verklaard dat zij geen bezwaar heeft tegen beëindiging van het bewind. Op grond van het testament van erflater dient dat echter bij notariële akte te geschieden. De bestreden beschikking zal worden vernietigd waar het de benoeming van verweerster als bewindvoerder over het erfdeel van verzoekster betreft en [naam 8] , notaris te [plaats] , zal worden benoemd als opvolgend bewindvoerder.
Zij heeft zich daartoe bereid verklaard. De bezwaren die verweerster heeft tegen de benoeming van genoemde [naam 8] betreffen niet een benoeming tot bewindvoerder maar een eventuele benoeming tot executeur, zodat daarin geen grond is gelegen niet tot benoeming van genoemde [naam 8] tot bewindvoerder over te gaan.
Proceskosten 14. Gelet op de familierechtelijke aard van de procedure zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: verklaart [verzoeker 1] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep; vernietigt de bestreden beschikking voor zover het betreft het verzochte ontslag van verweerster als executeur en van haar als bewindvoerder over het erfdeel van verzoekster en, in zover opnieuw beschikkende: verklaart voor recht dat de hoedanigheid van verweerster als executeur in de nalatenschap van erflater op grond van artikel 4:149 lid 1 onder d BW is geëindigd op 14 juli 2017; benoemt tot opvolgend bewindvoerder over het erfdeel van verzoekster in de nalatenschap van erflater: mevrouw [naam 8] , notaris te [plaats] ; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige; compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Mink, A.H.N. Stollenwerck en A.S. Mertens-de Jong, bijgestaan door M.M. Rasmijn als griffier en uitgesproken ter terechtzitting van 16 augustus 2017.