GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Uitspraak : 31 augustus 2017 Zaaknummer : 200.214.696/01 Rekestnummer rechtbank : FA RK 17-1272 Zaaknummer rechtbank : C/09/527382 [appellant] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. A.C. Bouma te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonende te [land] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. T.M. Coppes te Aerdenhout. Als belanghebbende is aangemerkt: [bijzondere curator] , in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de na te noemen minderjarigen, hierna te noemen: de bijzondere curator. In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de raad voor de kinderbescherming te Den Haag, hierna te noemen: de raad. VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP Voor het procesverloop in hoger beroep verwijst het hof naar zijn beschikking van 7 juni 2017, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. Bij die beschikking heeft het hof het Internationaal Juridisch Instituut verzocht de navolgende vragen te beantwoorden: Is het voor de vader mogelijk om een [verblijfsvergunning] , dan wel een andere verblijfsvergunning, in [land] aan te vragen? Zo ja, op welke gronden? Is het voor de vader, indien hij niet beschikt over een [verblijfsvergunning] , dan wel een andere verblijfsvergunning in [land] , mogelijk om als eiser dan wel verzoeker een procedure in [land] aan te spannen over het gezag over de minderjarigen, de hoofverblijfplaats van de minderjarigen en een contact- of omgangsregeling tussen hem en de minderjarigen? Indien de vader een dergelijke procedure niet kan aanspannen in [land] , is dan sprake van een omstandigheid als bedoeld in artikel 20 HKOV? Het hof heeft het Internationaal Juridisch Instituut verzocht de resultaten van het onderzoek uiterlijk twee weken vóór na te melden pro forma datum aan het hof te doen toekomen. Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden tot 15 juli 2017 pro forma in afwachting van het bericht van het Internationaal Juridisch Instituut en bepaald dat partijen en de overige belanghebbenden tot uiterlijk één week vóór genoemde pro forma datum, voor zover daar prijs op wordt gesteld, op het bericht van het Internationaal Juridisch Instituut kunnen reageren. Het hof heeft deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het Internationaal Juridisch Instituut heeft nadien zijn rapport van 19 juli 2017, bij het hof binnengekomen op 20 juli 2017, overgelegd, waarin het Internationaal Juridisch Instituut het hof heeft voorgelicht omtrent bovengenoemde derde rechtsvraag. Dit rapport is, tezamen met een kostenopgave ten behoeve van de beantwoording van bovengenoemde eerste en tweede rechtsvraag, op 27 juli 2017 naar partijen gestuurd met het verzoek zich over de kostenopgave uit te laten. Op 28 juli 2017 is ingekomen een verzoek tot uitstel van de vader om te reageren op het advies van het Internationaal Juridisch Instituut. De moeder heeft zich met een beroep op het belang van de minderjarigen bij duidelijkheid op korte termijn verzet tegen dit verzochte uitstel. Het hof heeft nadien van de zijde van de vader op 31 juli 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage ontvangen, waarin de vader zich uitlaat over bovengenoemde kostenopgave. Bij het hof is voorts van de zijde van de bijzondere curator op 14 augustus 2017 een extra verslag, opgemaakt op 10 augustus 2017, ingekomen. Op 18 augustus 2017 is ingekomen een reactie van de moeder op het door het hof nog te ontvangen extra verslag van de bijzondere curator. Het hof heeft op 21 augustus 2017 voornoemd verslag van de bijzondere curator aan partijen toegestuurd. Het hof heeft partijen verzocht om op uiterlijk 28 augustus 2017 te reageren op dit verslag en op het eerder toegestuurde rapport van het Internationaal Juridisch Instituut. Bij het hof zijn nadien de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de vader: - op 23 augustus 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage; - op 28 augustus 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen; - op 29 augustus 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen; van de zijde van de moeder: - op 24 augustus 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen; - op 28 augustus 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen; - op 29 augustus 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen. VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.