GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.217.226/01 beslissing van 19 december 2017 inzake [verzoeker], verblijvende te [woonplaats], verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: [verzoeker], advocaat: mr. S. Arkelyan te Schiedam, tegen Arbeidsbemiddelingscentrum B.V., gevestigd te Rotterdam, verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: ABC, advocaat: mr. C. Schimmel te Veenendaal. Het hof heeft op 21 november 2017 in bovengenoemde zaak een beschikking gegeven. In die beschikking is ABC onder meer veroordeeld tot betaling aan [verzoeker] van een billijke vergoeding van € 25.000,- bruto, waarop in mindering strekt al hetgeen ABC ter zake van de loonbetaling uit hoofde van het kortgedingvonnis al aan [verzoeker] heeft betaald. Mr. S. Arkelyan heeft bij faxbericht van 7 december 2017 het hof verzocht de beschikking op dit punt te verbeteren in die zin dat de loonbetaling uit hoofde van het kortgedingvonnis niet in mindering strekt op de aan [verzoeker] uit te keren billijke vergoeding. Het hof heeft de advocaat van ABC, mr. C. Schimmel, in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek. Mr. Schimmel heeft bij faxbericht van 8 december 2017 bezwaar gemaakt tegen toewijzing van het verzoek. Het hof overweegt dat er sprake is van een kennelijke fout als bedoeld in art. 31 lid 1 Rv. De vermelding in het dictum dat op de billijke vergoeding in mindering strekt al hetgeen ABC ter zake van de loonbetaling uit hoofde van het kortgedingvonnis al aan [verzoeker] heeft betaald, volgt niet uit enige overweging van het hof. Aldus sluit het dictum niet aan op de overwegingen in de beschikking, hetgeen als zodanig reeds erop duidt dat sprake is van een vergissing die voor partijen en derden direct duidelijk is (vgl. MvT, Parl. Gesch. Burg. Procesrecht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.