← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2017:4027

Rolnummer: 22-003436-17 Parketnummer: 96-033148-17 Datum uitspraak: 20 december 2017 VERSTEK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 18 mei 2017 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1989, [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 20 december

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot veroordeling van de verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Geldigheid van de inleidende dagvaarding Ter terechtzitting in hoger beroep van 20 december 2017 is gebleken dat de betekening van de dagvaarding van de verdachte om op 18 mei 2017 ter terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen, niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de voorschriften van artikel 588 van het Wetboek van Strafvordering. Blijkens de “akte uitreiking” is op 29 maart 2017 (tevergeefs) getracht de dagvaarding van de verdachte om op de terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen uit te reiken op het adres [adres]. Uit een uitdraai SKDB d.d. 10 april 2017 blijkt echter dat de verdachte vanaf 20 november 2016 stond ingeschreven op het adres [adres]. Nu de inleidende dagvaarding niet op het juiste huisnummer is aangeboden en de verdachte niet ter terechtzitting in eerste aanleg is verschenen, is het hof van oordeel dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard. De omstandigheid dat de inleidende dagvaarding – na tot 6 april 2017 op het postkantoor te hebben gelegen - op 10 april 2017 aan de griffier is uitgereikt en vervolgens als gewone brief aan het adres [adres] is verzonden, doet aan het voorgaande oordeel van het hof niet af. De nietigheid van de inleidende dagvaarding brengt mee dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd. Nu de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep van 20 december 2017 te verschijnen aan de verdachte niet in persoon is uitgereikt en zich evenmin een andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting de verdachte tevoren bekend was, wijst het hof de zaak terug naar de rechtbank Den Haag. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig. Wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag. Dit arrest is gewezen door mr. J.M. van de Poll, mr. B.P. de Boer en mr. T.J.P. van Os van den Abeelen, in bijzijn van de griffiers mr. G. Schmidt-Fries en mr. M.S. Ferenczy. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 december
  2. Mr. mr. T.J.P. van Os van den Abeelen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.