GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht zaaknummer : 200.236.805/01 (spoedappel) zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/545302/KG ZA 17-1636 Arrest van 20 juni 2018 in het incident tot voeging ex art. 217 Rv opgeworpen door de vennootschap naar vreemd recht BOSTON SCIENTIFIC SCIMED INC., gevestigd te Maple Grove, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika, hierna te noemen: Boston Scientific, eiseres in het incident tot voeging, advocaat: mr. R.E. Ebbink te Amsterdam, in de zaak van 1. de vennootschap naar vreemd recht ONO PHARMACEUTICAL CO. LIMITED, gevestigd te Osaka, Japan, hierna te noemen: Ono, 2. [appellant sub 2] , wonende te Kyoto, Japan, hierna te noemen: [appellant sub 2] , appellanten, verweerders in het incident tot voeging, hierna gezamenlijk te noemen: Ono c.s., advocaat: mr. J.D. Drok te Amsterdam, tegen PFIZER INC., gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika, hierna te noemen: Pfizer, geïntimeerde, verweerster in het incident tot voeging, advocaat: mr. J.A. Dullaert te Naaldwijk. Het verloop van het geding 1. Bij exploot van 27 maart 2018 is Ono c.s. in hoger beroep gekomen (spoedappel) van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag, afdeling civiel recht, van 27 februari 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:2284), gewezen tussen Ono c.s. als eiseres en Pfizer als gedaagde. Bij dat exploot heeft Ono c.s, onder overlegging van een productie, vijf grieven tegen genoemd vonnis aangevoerd. 2. Bij memorie van antwoord heeft Pfizer deze grieven bestreden en heeft zij tevens (deels voorwaardelijk) incidenteel appel ingesteld onder aanvoering van drie grieven. 3. Bij incidentele memorie houdende vordering tot voeging (met producties) heeft Boston Scientific op grond van art. 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) toelating als gevoegde partij aan de zijde van Ono c.s. gevorderd, met veroordeling van Pfizer in de kosten van het incident. 4. Bij conclusie van antwoord in het incident tot voeging heeft Ono c.s. laten weten geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de vordering van Boston Scientific tot voeging, kosten rechtens. 5. Pfizer heeft bij conclusie van antwoord in het incident tot voeging geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van Boston Scientific tot voeging, met veroordeling van Boston Scientific in de kosten aan de zijde van Pfizer in het incident. 6. Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en is arrest in het incident gevraagd. Beoordeling van het incident tot voeging 7. Ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan ingevolge art. 217 Rv vorderen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van in de uitspraak in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de voeging vordert. 8. Ter onderbouwing van haar belang bij voeging stelt Boston Scientific dat zij op 23 februari 2017 de Amerikaanse onderneming Edwards Lifesciences Corporation (hierna: Edwards) in kort geding heeft gedagvaard voor de voorzieningenrechter te Den Haag. Die zaak vertoont grote gelijkenissen met de onderhavige zaak: de vorderingen in beide zaken kennen grote overeenstemming, en in beide zaken ligt dezelfde bevoegdheidsvraag voor over art. 6 sub e en art. 13 Rv. In beide zaken heeft de voorzieningenrechter zich internationaal onbevoegd verklaard, aldus Boston Scientific. 9. Het hof merkt hierbij op dat het in de zaak Boston Scientific/Edwards gaat om andere partijen en andere octrooiaanvragen op andere technische gebieden – Boston Scientific heeft ook niet anders gesteld. In de zaak Boston Scientific/Edwards gaat het om Boston Scientific’s octrooiaanvrage EP 2 985 006, getiteld ‘Repositionable heart valve’; in de onderhavige zaak Ono/Pfizer gaat het om de octrooiaanvrage van Ono c.s. EP 2 206 517, getiteld ‘Immunopetentiating compositions comprosing anti-PD-L1 antibodies’. 10. Boston Scientific stelt dat haar belang bij voeging is (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.