GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummers BK-17/00690 t/m BK-17/00692 Uitspraak van 21 maart 2018 in het geding tussen: [X] B.V. te [Z] , belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de Inspecteur, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 6 juni 2017, nummers SGR 16/2804, SGR 16/2806 en SGR 16/2811 betreffende de hierna vermelde aanslagen en beschikkingen. Aanslagen, beschikkingen, bezwaren en geding in eerste aanleg BK-17/00690 1.1.1. Aan belanghebbende is over het tijdvak van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 een naheffingsaanslag in de loonheffingen van € 85.218 opgelegd. Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is € 6.529 aan heffingsrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete van € 5.000 opgelegd. BK-17/00691 1.1.2. Aan belanghebbende is over het tijdvak van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 een naheffingsaanslag in de loonheffingen van € 75.232 opgelegd. Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is € 3.742 aan heffingsrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete van € 4.400 opgelegd. BK-17/00692 1.1.3. Aan belanghebbende is over het tijdvak van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 een naheffingsaanslag in de loonheffingen van € 10.381 opgelegd. Bij gelijktijdig gegeven beschikking is € 269 aan heffingsrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete van € 600 opgelegd. Alle zaken 1.2. Bij uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de naheffingsaanslag, de beschikking heffingsrente en de boetebeschikking voor het tijdvak 2010 gehandhaafd, de naheffingsaanslagen voor de tijdvakken 2011 en 2012 verminderd tot respectievelijk € 74.317 en € 6.505, alsmede de gelijktijdig gegeven beschikkingen heffingsrente dienovereenkomstig verminderd en boetebeschikkingen gehandhaafd. 1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft: het beroep gericht tegen de naheffingsaanslag over 2012 en de daarbij gegeven beschikking heffingsrente ongegrond verklaard; de overige beroepen gegrond verklaard; de uitspraken op bezwaar die betrekking hebben op de naheffingsaanslagen over 2010 en 2011, de daarbij gegeven heffingsrentebeschikkingen en boetebeschikkingen en de over 2012 opgelegde vergrijpboete vernietigd; de naheffingsaanslag over 2010 en de daarbij gegeven beschikking heffingsrente vernietigd; de naheffingsaanslag over 2011 verminderd tot op € 55.538 en de Inspecteur gelast de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig te verminderen; de boetebeschikkingen vernietigd; de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 2.000; de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.238; de Inspecteur opgedragen het griffierecht van € 334 aan belanghebbende te vergoeden. Loop van het geding in hoger beroep 2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de Rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 7 februari 2018, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen. Beoordeling van het hoger beroep 3.1. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt over hetgeen hen verdeeld heeft gehouden, inhoudende dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.