← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2018:225

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer: 200.227.304/01 Zaak-/rolnummer rechtbank: C/09/535641/ KG ZA 17-924 Arrest van 6 februari 2018 inzake [naam], wonende te [woonplaats], appellante in het principaal appel,verweerster in het incidenteel appel, hierna te noemen: de vrouw, advocaat: mr. P. Bosma te Almere, tegen [naam], wonende te [woonplaats], geïntimeerde in het principaal appel,appellant in het incidenteel appel, hierna te noemen: de man, advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn. Het geding Bij exploot van 2 november 2017 (met daarin twee grieven) is de vrouw in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter (in kort geding) van 4 oktober 2017; daarbij is de man in spoedappel gedagvaard. De man heeft de grieven bij memorie van antwoord bestreden en van zijn kant incidenteel appel ingesteld onder aanvoering van twee grieven. Hierop heeft de vrouw een memorie van antwoord in het incidenteel appel genomen. Vervolgens zijn partijen door het hof in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens door het hof geconstateerde termijnoverschrijding. De vrouw heeft bij akte uitlating gesteld dat de appeltermijn met één dag is overschreden door een onjuiste telling van de termijn. Zij heeft het hof verzocht desondanks de zaak te behandelen, gelet op (

  1. i)het belang van partijen, (
  2. ii)de beperkte overschrijding van de termijn en (iii) het feit dat ook door de man incidenteel appel is ingesteld. De man heeft bij antwoordakte aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat de vrouw niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het principaal appel. Het door hemzelf ingestelde incidenteel appel is volgens hem wel ontvankelijk. Hierna is arrest bepaald. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep De vrouw kan niet in haar hoger beroep worden ontvangen, aangezien de appeldagvaarding niet is uitgebracht binnen de in artikel 339 lid 2 Rv voorgeschreven beroepstermijn van vier weken. Deze termijn is van openbare orde. Hier kan, behoudens zeer bijzondere gevallen, niet van worden afgeweken. Hetgeen de vrouw heeft aangevoerd rechtvaardigt een dergelijke afwijking niet. Het zelfstandig karakter van het incidenteel appel gaat niet zover dat daarvoor ook ruimte is in geval van niet-ontvankelijkheid van het principaal appel wegens overschrijding van de appeltermijn (vgl. HR 18 februari 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1274, NJ 1994, 606). Het hof ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding de proceskosten te compenseren. Beslissing Het hof: - verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 4 oktober 2017; verklaart de man niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde incidenteel hoger beroep van datzelfde vonnis; bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het geding in hoger beroep draagt. Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, E.J. van Sandick en J.W. Frieling en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.