GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-18/00023 Uitspraak van 23 oktober 2018 in het geding tussen: [X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende, (gemachtigde: L.C.R. Ferrier) en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de Inspecteur, (vertegenwoordigers: J.A. van Splunter en H. Raven) op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 15 november 2017, nummer SGR 17/3867, betreffende na te vermelden navorderingaanslag en beschikking. Navorderingsaanslag, beschikking, bezwaar en geding in eerste aanleg 1.1. De Inspecteur heeft belanghebbende voor het jaar 2010 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd, berekend naar een belastbare winst van € 185.338 (de aanslag). Tevens heeft de Inspecteur bij gelijktijdig gegeven beschikking heffingsrente in rekening gebracht. 1.2. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de navorderingsaanslag gehandhaafd. 1.3. Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Loop van het geding in hoger beroep 2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de Rechtbank in hoger beroep gekomen. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 508. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 11 september 2018, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Vaststaande feiten 3.1. In hoger beroep wordt van het volgende uitgegaan. 3.2. Op 10 november 2008 is de vennootschap [A] B.V. ( [A] ) opgericht door haar enig aandeelhouder, [B] ( [B] ). 3.3. Op diezelfde datum heeft [A] belanghebbende opgericht. Bij statutenwijziging van 29 november 2016 is de naam van belanghebbende gewijzigd van [C] B.V. naar [X] B.V. Belanghebbende behoort tot de [D] groep. 3.4. Op 2 maart 2009 is de Spaanse vennootschap [E] SL opgericht. Vanaf de oprichting is [B] de enig aandeelhouder ( [F] ) van [E] SL. Vanaf 11 november 2009 is hij tevens bestuurder van deze vennootschap. 3.5.1. Met dagtekening 25 juni 2009 is een “Management Overeenkomst” tot stand gekomen tussen belanghebbende als opdrachtgever en de hierna te melden vennootschap [G] SL ( [G] ), vertegenwoordigd door [B] , als opdrachtnemer. In de overeenkomst is bepaald dat de feitelijke uitvoering van de opdracht zal geschieden door [B] of andere personen. In de managementovereenkomst is voorts onder meer opgenomen: “Artikel 2. opdracht en duur 1. Opdrachtnemer zal opdrachtgever ondersteunen bij haar strategische heroriëntatie en implementatie van de strategie. 2. Opdrachtgever zal opdrachtnemer alle interne mankracht en bedrijfsdata beschikbaar stellen, zodat opdrachtnemer zelf of een derde een gedegen onderzoek kan laten uitvoeren. 3. De opdracht is voor de duur van 12 maanden en wordt stilzwijgend verlengd voor dezelfde periode, tenzij de overeenkomst wordt opgezegd. 4. (…) 5. Voor de feitelijke uitvoering van voormelde opdracht wordt door opdrachtnemer ingezet de heer [B] . Opdrachtnemer is bevoegd, doch niet verplicht, naast of in plaats van [B] , zoals voornoemd ook andere personen in te zetten voor de feitelijke uitvoering van de opdracht.” 3.5.2. De managementovereenkomst is bij overeenkomst per 1 maart 2011 beëindigd. 3.6. Bij akte van 9 december 2009 is door [B] de Stichting Administratiekantoor 1N109 opgericht (Stichting 1N109), met als doel het tegen uitreiking van certificaten van aandelen verkrijgen van de aandelen in belanghebbende. Het bestuur wordt gevormd door [B] , die voor het leven is benoemd. 3.7. Bij akte van 15 januari 2010 is door [B] de Stichting [H] opgericht (Stichting [H] ), met als doel het tegen uitreiking van certificaten van aandelen verkrijgen van de aandelen [A] . Het bestuur wordt gevormd door de [B] , die voor het leven is benoemd. Vanaf 1 januari 2015 is Stichting [H] ingeschreven als bestuurder van [A] . 3.8. Op 15 februari 2010 is de Spaanse vennootschap [G] SL ( [G] ) opgericht. De aandelen van [G] zijn vanaf de oprichting in handen van [E] SL. Volgens een Boletín Oficial del Registro Mercantil stond tot 29 december 2010 [I] ingeschreven als enig bestuurder (Administrador Unico) van [G] . Zij werd per die datum in die functie opgevolgd door [B] . 3.9. Bij brief van 20 augustus 2014 is aan belanghebbende een boekenonderzoek aangekondigd. Het doel van dit onderzoek was, onder meer, om de aanvaardbaarheid van de aangiften vennootschapsbelasting 2010 tot en met 2013 vast te stellen. Dit heeft geleid tot een rapport, gedagtekend 12 september 2016. 3.10. Tijdens het onderzoek zijn in de administratie van belanghebbende voor het jaar 2010 twee facturen aangetroffen afkomstig van [G] . Deze facturen zijn gedagtekend 30 juni en 31 december 2010 en hebben betrekking op een maandelijks verschuldigd bedrag van € 10.000 alsmede een slotbedrag van € 20.000. Deze facturen, met een totaalbedrag van € 140.000, zijn in de administratie van het jaar 2010 geboekt als algemene advieskosten en ten laste van de belastbare winst over het onderhavige jaar gebracht. 3.11. Deze facturen houden volgens belanghebbende verband met de hiervoor vermelde managementovereenkomst. Op vragen van de controlerend ambtenaar heeft belanghebbende bij brief gedagtekend 1 januari 2015 geantwoord: “Door de vennootschap [C] bvis opdracht gegeven aan de firma [J] sl gegeven om [C] bv een plan te verzorgen waardoor het bedrijf de huidige problemen vanaf 2010 met de toen opkomende crisis kon doorkomen. En te kijken naar nieuwe producten en financieringen. Er is destijds bedrijfsanalyse gemaakt en ondernemingsplan geschreven Het providerschap verzorgd VoIP en een nieuwe producten lijn geïmplementeerd De aanvragen verzorgd bij het agentschap telecom en het continuïteitsplan verzorgd Financierings behoefte analyse gemaakt Bedrijf structuur aangepast”. 3.12. Naar aanleiding van voormelde beantwoording heeft de controlerend ambtenaar op 5 november 2015 aan belanghebbende de volgende vragen gesteld: 1. Kunt u mij een kopie van het door [J] SL opgestelde bedrijfsanalyse en ondernemingsplan verzenden. 2. Kunt u mij bescheiden verstrekken waaruit blijkt dat [J] SL het providerschap van VoIP heeft verzorgd en een nieuwe producten lijn door [J] SL is geïmplementeerd. 3. Kunt u mij bescheiden verstrekken waaruit blijkt dat de aanvraag bij het agentschap telecom en het continuïteitsplan door [J] SL zijn verzorgd. 4. Kunt u mij een kopie van de door [J] SL opgestelde financieringsbehoefte analyse verstrekken. 5. Kunt u mij het door [J] SL gegeven advies tot aanpassing van de bedrijfsstructuur verstrekken.” Omdat de vragen niet waren beantwoord en belanghebbende inmiddels bezwaar had ingesteld tegen de navorderingsaanslag heeft de Inspecteur bij brief van 16 februari 2016 nogmaals gevraagd om bovenvermelde informatie. 3.13. In antwoord op laatstvermelde brief is namens belanghebbende op 16 mei 2016 het volgende geantwoord: (…) Uitgangspunten/voorbehouden Mijn antwoorden zijn gebaseerd op de aan mij verstrekte gegevens en uit de administratie gebleken informatie. Ik merk daarbij op dat zowel de heer [B] als [K] and Invest SL, geen cliënten van mij zijn. De informatie betreffende deze partijen is dan ook vrij summier en geen andere dan de informatie die ik heb aangetroffen ten aanzien van andere crediteuren van [C] BV of informatie die mondeling aan mij is verstrekt. Management overeenkomst In het bezwaarschrift is er een verwijzing gemaakt naar de managementovereenkomst (bijlage 1) tussen [C] BV en [K] SL. Een originele overeenkomst op papier heb ik niet aangetroffen wel een kopie overeenkomst en een ingescande overeenkomst. Bevoegdheid [B] De overeenkomst is namens [K] ondertekend door de heer [B] . Bijgaand treft u aan een kopie van een uittreksel waaruit blijkt dat de heer [B] in 2009 bevoegd was om namens de [K] de managementovereenkomst aan te gaan (zie bijlag 2). Verder heb ik van de heer [B] begrepen dat hij in de betreffende periode NIET in een andere hoedanigheid bij [K] betrokken was. Werkzaamheden Uit de facturen en urenstaten kan ik niet afleiden welke werkzaamheden specifiek door [B] dan wel door anderen zijn verricht. Er is geen dagboek van de activiteiten die [B] namens [K] heeft uitgevoerd. Evenmin zijn er documenten waaruit blijkt dat [K] naast het detacheren van de heer [B] nog andere activiteiten heeft uitgevoerd. Echter het feit dat er gestructureerd aan een uitbreiding van het dienstenpallet is gewerkt, door toevoeging van VOIP telefonie en de introductie van een sim dialer, doet vermoeden dat er door [K] vooraf kennelijk marktonderzoek is gedaan en technisch onderzoek is verricht teneinde na te gaan op welke wijze gebruik zou kunnen worden gemaakt van de stand van de VOIP en telecom techniek. Helaas heb ik in de administratie in [C] BV geen documenten aangetroffen die dit staven. Wel heb ik in artikel 5 van de managementovereenkomst gelezen dat de intellectuele eigendom die betrekking heeft op de door [K] verrichte werkzaamheden toekomen aan [K] en dat deze door [C] gedurende de duur van de management overeenkomst gebruikt mochten worden. Echter zoals eerder opgemerkt, van [K] heb ik alleen informatie die niet anders is dan de informatie die [C] BV beschikt over haar crediteuren. Ten aanzien van de periode waarover de navorderingsaanslag is vastgelegd en de WINSTUITDELING zou hebben plaatsgevonden, heb ik in de administratie en correspondentie van [C] BV en de [D] Groep waar [C] BV toebehoort, wel conceptstukken, definitief lijkende stukken, correspondentie etc. aangetroffen waaruit ik kan opmaken dat de heer [B] werkzaamheden heeft verricht en dat deze werkzaamheden het best vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van een directeur met als focus “business development”. De contacten met externe partijen en de accenten op de marketing en productontwikkeling wijzen hier vooral op. Wat betreft de interne werkzaamheden en interne aansturing wijzen hier vooral op. Wat betreft de interne werkzaamheden en interne aansturing kan ik geen schriftelijke documentatie vinden. Gezien de beperkte omvang van de organisatie en de door de heer [B] verschafte toelichting, leidt [lees: leid, hof] ik af dat er kennelijk intern veel mondeling en telefonisch overleg gevoegd is m.b.t. de implementatie van allerlei plannen om de [D] Groep naast provider van alarmsystemen met monitoring via internet, en provider van op internet/GPS track en trace systemen, ook neer te zetten als provider van eveneens op internet gebaseerde VOIP systemen. Feit is dat er nu een VOIP providerschap staat dat destijds is opgezet naast de activiteiten, zoals track en trace en camerabeveiliging via internet, waarvan blijkens de toelichting van de heer [B] , de marges behoorlijk aan het teruglopen waren. Aangezien het niet wenselijk is u te overspoelen met allerlei mogelijk nuttige danwel niet nuttige en totaal overbodige informatie treft u bijgaand aan een door mij gemaakte selectie, waarvan ik niet altijd kan vaststellen of dit definitieve of conceptstukken zijn. Het betreft: 1.Een deel van de emailwisseling met de heer [L] betreffende de implementatie van VOIP, training van medewerkers en uitbreiding van de activiteiten naar België (bijlage 3); 2. Een presentatie van [M] , onderdeel van de [D] groep voor de businesscase en positionering; (bijlage 4) 3. een onaf continuïteitsplan, de eindversie uit 2010 heb ik niet in de documentatie teruggevonden; (bijlage 5) 4. een concept overeenkomst met nummer (…) met daarin een beschrijving van de diensten van toepassing zijnde voorwaarden. (bijlage 6) Urenstaten en facturen (bijlage 7) De kopie facturen aan die ik heb aangetroffen alsmede de uren die daarbij door [K] in rekening zijn gebracht treft u aan in bijlage 7. Bankafschriften van de betalingen heb ik vooralsnog niet aangetroffen. Ik kan daardoor niet vaststellen wanneer de facturen zijn betaald en hoe de openstaande vordering is vastgesteld. Beëindigingsovereenkomst/voorwaardelijke kwijtschelding Behoudens de beëindigingsovereenkomst tussen [K] en [C] BV heb ik geen stukken, correspondentie etc. aangetroffen die de kwijtschelding betroffen. Wel staat in de beëindigingsovereenkomst d.d. 1 maart 2011 dat de kwijtschelding kennelijk voorwaardelijk is en dat [K] het recht verwerft om binnen 5 jaren tegen een discount de activiteiten van [C] BV over te nemen. (Zie bijlage 8) Overige stukken, vragen van de [controlerend ambtenaar] In de summiere tijd die mij gegeven is, heb ik deze stukken NIET in de documentatie of administratie van [C] BV aangetroffen.” 3.14. Uit de door de Spaanse belastingautoriteit verstrekte informatie blijkt dat [G] vanaf haar oprichting een inactieve vennootschap is. Uit de gedeponeerde jaarrekening 2010 van [G] blijkt niet dat een bedrag van € 140.000 aan omzet is verantwoord. Volgens de van de jaarrekening uitmakende winst- en verliesrekening (Cuenta de pérdidas y ganancias) is er in het jaar 2010 in het geheel geen omzet (importe neto de la cifra de negocios) verantwoord. 3.15. De Inspecteur heeft geconcludeerd dat het voornoemde bedrag van € 140.000 ten onrechte ten laste van de belastbare winst over 2010 is gebracht en heeft de in geding zijnde navorderingsaanslag opgelegd, waarbij hij de belastbare winst als volgt heeft vastgesteld: Aangegeven belastbare winst € 45.338,- Bij: niet aftrekbare advieskosten € 140.000,- Vastgestelde belastbare winst € 185.338,-. Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen 4.1. Evenals in eerste aanleg is in geschil het antwoord op de vragen of - belanghebbende ter zake van de van [G] ontvangen facturen een bedrag van € 140.000 ten laste van haar winst mag brengen; - de navorderingsaanslag is opgelegd in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel. 4.2. Belanghebbende beantwoordt de vragen bevestigend en de Inspecteur in tegenovergestelde zin. 4.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de navorderingsaanslag en de beschikking belastingrente. 4.4. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. Oordeel van de Rechtbank 5. De Rechtbank heeft, voor zover althans van belang, overwogen. 17. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast dat sprake is van zakelijke uitgaven bij belanghebbende ligt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende, tegenover de betwisting door de Inspecteur, niet aannemelijk gemaakt dat [G] voor het niet in aftrek toegestane bedrag werkzaamheden heeft verricht. De door belanghebbende in dit verband overgelegde stukken en gegeven verklaringen acht de rechtbank daartoe onvoldoende. Om een indruk te geven van de werkzaamheden die zijn verricht heeft belanghebbende een aantal emailberichten overgelegd. Ten aanzien van deze overgelegde berichten afkomstig van de “ [D] Group” volgt dat hieruit niet blijkt dat de heer [B] namens [G] optreedt, en ook niet in de hoedanigheid van werknemer van [G] . Verder stelt de Inspecteur terecht vraagtekens bij de betaling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.