← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2018:3234

Rolnummer: 22-003712-17 Parketnummers: 10-097514-16 en 10-194727-14 (TUL) Datum uitspraak: 28 november 2018 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 14 augustus 2017 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1979, [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 14 november 2018. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag, met aftrek van voorarrest, en tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis. Voorts is beslist omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging en omtrent de vordering van de benadeelde partij, een en ander als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat: 1:zij op of omstreeks 8 mei 2016 te Nieuwerkerk aan den IJssel toen [opsporingsambtenaar 1] en/of [opsporingsambtenaar 2], beiden hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam, en/of [opsporingsambtenaar 3], brigadier, en/of [opsporingsambtenaar 4], hoofdagent, en/of [opsporingsambtenaar 5], brigadier belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten [zoon] als verdachte van overtreding van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en assisteerden nadat hij onwel was geworden, althans vast had(den) teneinde die genoemde [zoon], ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het bureau van de politie te Capelle aan den IJssel, deze door die opsporingsambtena(a)r(

  1. en)ter uitvoering van het bepaalde in artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering ondernomen handeling(
  2. en)opzettelijk heeft belet en/of belemmerd en/of verijdeld, door -dicht om die opsporingsambtena(a)r(
  3. en)heen te gaan staan en/of -zich (vervolgens) woordelijk en/of verbaal met die aanhouding van die [zoon] te bemoeien en/of -(vervolgens) geen gehoor te geven aan de (herhaalde) vordering van die opsporingsambtena(a)r(
  4. en)om op afstand te blijven en/of mee te lopen met voornoemde opsporingsambtena(a)r(
  5. en)en/of -(vervolgens) voornoemde opsporingsambtena(a)r(
  6. en)weg te duwen van voornoemde [zoon]; 2:zij op of omstreeks 8 mei 2016 te Nieuwerkerk aan den IJssel toen de aldaar dienstdoende [opsporingsambtenaar 3] en/of [opsporingsambtenaar 1], beiden hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam haar, verdachte, op verdenking van het overtreden van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had aangehouden en vastgegrepen, althans vast had teneinde haar ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en haar daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten een bureau van politie, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar/zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig - slaande bewegingen te maken in de richting van het hoofd voor voornoemde opsporingsmambtenaar [opsporingsambtenaar 1] en/of - meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in/op het gezicht, althans tegen het lichaam van voornoemde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3] te slaan/stompen, tengevolge waarvan die opsporingsambtenaaar [opsporingsambtenaar 3] enig lichamelijk letsel bekwam, te weten een forse zwelling en/of kneuzing aan de (onder)arm; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op of omstreeks 8 mei 2016 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas, een ambtenaar, te weten [opsporingsambtenaar 3], brigadier van politie Eenheid Rotterdam, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door die [opsporingsambtenaar 3] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in het gezicht, althans tegen het lichaam, te slaan/stompen. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis en tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag, met aftrek van voorarrest. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven reeds omdat het hof komt tot een andere bewezenverklaring. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1:zij op of omstreeks 8 mei 2016 te Nieuwerkerk aan den IJssel toen [opsporingsambtenaar 1] en/of [opsporingsambtenaar 2], beiden hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam, en/of [opsporingsambtenaar 3], brigadier, en/of [opsporingsambtenaar 4], hoofdagent, en/of [opsporingsambtenaar 5], brigadier belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, [zoon] als verdachte van overtreding van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en assisteerden nadat hij onwel was geworden, althans vast had(den) teneinde die genoemde [zoon], ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het bureau van de politie te Capelle aan den IJssel, deze door die opsporingsambtena(a)r(
  7. en)ter uitvoering van het bepaalde in artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering ondernomen handeling(
  8. en)opzettelijk heeft belet en/of belemmerd en/of verijdeld, door -dicht om die opsporingsambtena(a)r(
  9. en)[opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4] heen te gaan staan en/of -zich (vervolgens) woordelijk en/of verbaal met die aanhouding van die [zoon] te bemoeien en/of -(vervolgens) geen gehoor te geven aan de (herhaalde) vordering van die opsporingsambtena(a)r(
  10. en)[opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 1] om op afstand te blijven en/of mee te lopen met voornoemde opsporingsambtena(a)r(
  11. en)[opsporingsambtenaar 1] en/of -(vervolgens)één van voornoemde opsporingsambtena(a)r(
  12. en)weg te duwen van voornoemde [zoon]; 2:zij op of omstreeks 8 mei 2016 te Nieuwerkerk aan den IJssel toen de aldaar dienstdoende [opsporingsambtenaar 3] en/of [opsporingsambtenaar 1], beiden hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam haar, verdachte, op verdenking van het overtreden van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had aangehouden en/of vastgegrepen, althans vast had teneinde haar ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en haar daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten een bureau van politie, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar/zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig - slaande bewegingen te maken in de richting van het hoofd van voor voornoemde opsporingsmambtenaar [opsporingsambtenaar 1] en/of - meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in/op het gezicht, althans tegen het lichaam van voornoemde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3] te slaan/stompen, tengevolge waarvan die opsporingsambtenaaar [opsporingsambtenaar 3] enig lichamelijk letsel bekwam, te weten een forse zwelling en/of kneuzing aan de (onder)arm;. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: opzettelijk enige handeling, door een ambtenaar belast met het opsporen van strafbare feiten ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belemmeren. Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op: wederspannigheid. Strafbaarheid van de verdachte Gevoerde verweren Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte zich – overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotities – op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde nu de verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde primair een beroep op psychische overmacht in de zin van noodtoestand en subsidiair een beroep op psychische overmacht toekomt en de verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde eveneens een beroep op psychische overmacht in de zin van noodtoestand toekomt. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Noodtoestand Naar het oordeel van het hof leveren de beide plichten die de verdachte stelt te hebben ervaren, te weten haar plicht om als moeder hulp te verlenen aan haar zoon en de plicht om als verpleegkundige medische zorg te verlenen aan hen die dat behoeven - behoudens bijzondere omstandigheden – in de Nederlandse rechtsstaat geen conflict op met de verplichting om een door een opsporingsambtenaar gedane vordering na te leven noch met de verplichting om een opsporingsambtenaar ongehinderd zijn werkzaamheden te laten verrichten. Bijzondere omstandigheden die maken dat er in het onderhavige geval sprake was van een conflict van plichten zijn niet aannemelijk geworden, zodat de verdachte geen geslaagd beroep op psychische overmacht in de zin van noodtoestand toekomt. Psychische overmacht Het hof is van oordeel dat de verdachte – wetende dat zij met politieambtenaren te maken had – in de gegeven omstandigheden wel degelijk weerstand had moeten bieden aan de aandrang die zij stelt te hebben ervaren, zodat naar het oordeel van het hof niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Van een geslaagd beroep op psychische overmacht kan dan ook geen sprake zijn. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging in al zijn onderdelen. Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belemmering van de aanhouding van haar zoon en zij heeft zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid, door zich met geweld te verzetten tegen de opsporingsambtenaren die haar aanhielden. Dit handelen van de verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag en voor het publieke belang dat door opsporingsambtenaren worden gediend. Opsporingsambtenaren moeten ongehinderd door gedrag als dat van de verdachte hun werk kunnen doen. Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 oktober 2018, waaruit niet blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Vordering tot schadevergoeding van [opsporingsambtenaar 3] In het onderhavige strafproces heeft [opsporingsambtenaar 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 250,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag. In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist. Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde. De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding. Vordering tot tenuitvoerlegging Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 12 december 2014 onder parketnummer 10-194727-14 is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, met bevel dat die taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep - in afwijking van de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf - gevorderd dat die vordering wordt afgewezen. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat er geen termen aanwezig zijn voor toewijzing van die vordering. De vordering zal dan ook worden afgewezen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 180 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde zoals hiervoor overwogen heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Vordering van de benadeelde partij [opsporingsambtenaar 3] Verklaart de benadeelde partij [opsporingsambtenaar 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Rotterdam van 10 mei 2016, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 12 december 2014, onder parketnummer 10-194727-14, voorwaardelijk opgelegde taakstraf. Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk, mr. R.M. Bouritius en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. W. Jansen. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 november 2018. Mr. B.P. de Boer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.