← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2018:4028

Gerechtshof Den Haag enkelvoudige kamer voor strafzaken Rolnummer: 22-002174-18 Parketnummer: 10-246036-17 TEGENSPRAAK Uitspraak van mr. R.M. Bouritius van 17 december 2018 in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [dag] 1987 te [plaats], [adres]. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op: Geen voldoende zorg dragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier. Pleegdatum en pleegplaats: gepleegd op 28 september 2017 te Dordrecht. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 36f en 425 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Ten aanzien van het bewezen verklaarde Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 350,00 (driehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis. Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd. Stelt als bijzondere voorwaarden: - de hond aangelijnd uitlaten - de hond gemuilkorfd houden, met uitzondering in de woning van de verdachte en in de woning van de vader van de verdachte. Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen hond [omschrijving]. Vordering van de benadeelde partij [naam] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 677,00 (zeshonderdzevenenzeventig euro) bestaande uit € 77,00 (zevenenzeventig euro) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam], ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 677,00 (zeshonderdzevenenzeventig euro) bestaande uit € 77,00 (zevenenzeventig euro) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 28 september 2017. mr. R.M. Bouritius

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.