Rolnummer: 22-002710-17 Parketnummer: 10-074815-17 Datum uitspraak: 28 februari 2018 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 20 juni 2017 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1974, [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 28 februari
- Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 200,-, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis. De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 22 april 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een krant, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan albert heijn bv, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd en dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vrijspraak De verdachte heeft verklaard dat hij boodschappen had gedaan bij de albert heijn. Nadat hij die had afgerekend, had hij uit de kiosk die zich voorbij de kassa bevond, een krant gepakt en onder zijn arm gestoken. Vervolgens werd zijn aandacht afgeleid door de bloemenstal die daar ook stond, en is hij de winkel uitgelopen zonder de krant af te rekenen. Hij heeft zowel tegenover de politie als ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij zich op dat moment niet realiseerde dat hij de krant nog onder zijn arm had. Het hof acht het niet onaannemelijk dat de verdachte, zoals hij heeft verklaard, de krant onder zijn arm heeft gestoken en vervolgens vergeten is de krant af te rekenen voordat hij de winkel verliet. In die situatie is evenwel geen sprake van een oogmerk van toe-eigening. Gelet op het voorgaande heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte zich de krant wederrechtelijk wilde toe-eigenen, zodat de verdachte van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout, mr. TH.P.L. Bot en mr. J.M. ten Voorde, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Ferenczy. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 februari
- Mrs. Th.P.L. Bot en J.M. ten Voorde zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.