GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.210.843/01 Zaaknummer rechtbank : 2753972\ CV EXPL 14-949 Arrest van 14 mei 2019 in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van: [naam 1] , wonende te [woonplaats] , appellant, nader te noemen: [appellant] , advocaat: mr. A.F. Ammerlaan te Dordrecht, tegen: Stichting Trivire, gevestigd te Dordrecht, geïntimeerde, hierna te noemen: Trivire, advocaat: mr. M.W. Kox te Utrecht. Het geding Voor de gang van zaken tot 21 maart 2017 wordt verwezen naar het tussenarrest van die datum, waarbij een comparitie na aanbrengen werd gelast. Deze comparitie heeft plaatsgevonden op 3 mei 2017. Hiervan in proces-verbaal opgemaakt. Bij gelegenheid van deze comparitie zijn door [appellant] bij H12 formulier de producties 16 t/m 23 in het geding gebracht, terwijl Trivire bij H12 formulier nog twee aanvullende producties in het geding heeft gebracht. Vervolgens heeft [appellant] bij memorie van grieven (met producties) 15 grieven aangevoerd. Trivire heeft de grieven bij memorie van antwoord (met productie) bestreden. Hierna hebben partijen hun zaak schriftelijk bepleit en arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep De door de rechtbank in rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.10 van het bestreden tussenvonnis van 18 september 2014 vastgestelde feiten zijn niet met klachten bestreden, zodat het hof van de juistheid daarvan uitgaat. Het onderhavige geschil betreft, zakelijk weergegeven, het volgende:(2.1) [appellant] huurt sinds 1 oktober 1983 van (de rechtsvoorganger van) Trivire een maisonettewoning op de tweede en derde verdieping aan [het adres] (hierna: de woning of het gehuurde). In 1997 is de familie [naam 2] naast hem komen wonen op nummer [huisnummer 1] . Deze familie is inmiddels verhuisd. In 2009 is [naam 3] (hierna: [de buurvrouw] ) aan de andere kant naast hem komen wonen op nummer [huisnummer 2] . Zij is inmiddels eveneens verhuisd.(2.2) In 2008 heeft Trivire een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst ingesteld tegen [appellant] wegens overlast. Deze procedure is in 2009 geschikt na mediation met de familie [naam 2] .(2.3) [appellant] is door Trivire uitgenodigd voor een gesprek op 25 oktober 2012 in verband met nieuwe overlastklachten. [appellant] is toen niet verschenen.(2.4) Op 28 oktober 2012 zijn twee politieagenten naar aanleiding van overlastklachten (lawaai) in de woning van [de buurvrouw] geweest. Zij hebben een verslag gemaakt van hun (geluids)waarnemingen tussen 00:35 uur en 01:51 uur, zoals weergegeven in r.o. 2.6 van het tussenvonnis van 18 september 2014.(2.5) Bij brief van 12 februari 2013 is [appellant] opnieuw door Trivire uitgenodigd voor een gesprek. [appellant] heeft dit geweigerd.(2.6) Op 8 juli 2013 omstreeks 2.22 uur is de politie bij [appellant] aan de deur geweest wegens overlastklachten, maar onverrichterzake vertrokken toen niet werd open gedaan. De politie heeft op dat moment geen geluidsoverlast geconstateerd.(2.7) Bij brief van Trivire van 15 juli 2013 is [appellant] gesommeerd de overlast te staken, dit naar aanleiding van nieuwe klachten van [de buurvrouw] . [de buurvrouw] heeft bij e-mail van 16 januari 2014 aan Trivire laten weten dat de geluidsoverlast door [appellant] nog steeds doorging.(2.8) Bij brief van 10 november 2013 (productie 16 inleidende dagvaarding) heeft [naam 4] geschreven: “Mijn naam is [naam 4] , ik woon op [adres] . Dit is haaks op het adres van [appellant] .Mijn buurvrouw, mw. [de buurvrouw] , heeft mij gevraagd of ik mijn waarnemingen m.b.t. overlast van [appellant] wil opschrijven voor u. Ik woon al 11 jaar op dit adres. Al die jaren heb ik van dichtbij meegemaakt dat er problemen waren met [appellant] . Mijn persoonlijke ervaringen zijn:Ik hoor hem bonken wanneer ik in de zomer mijn ramen open heb staan, zowel voor als achter. Hij bonkt met iets zwaars op beton. Hij doet dit zowel overdag als 's nachts, ik zit regelmatig op de galerij met warm weer, dan hoor ik het helemaal goed, dan hoor ik ook een uur voor hij thuis komt zijn fax/telefoon afgaan, vele malen tot hij thuis is. Ik heb hem wel eens aangesproken hierover, maar hij ontkent elke betrokkenheid. Ook ga ik regelmatig bij mw. [de buurvrouw] op de koffie. Daar ervaar ik binnenshuis wat het geluid is en hoe het klinkt. Hij bonkt zeer luid. Volgt haar/mij ook. Ik gebruik het toilet wel eens, dan zit hij tegen de muur van het toilet te rammen en andere geluiden te maken. Ook neem ik regelmatig waar dat hij obscene gebaren maakt naar zijn andere buurman.Ik heb jaren als politiesurveillant gewerkt, ik ben getraind in het observeren en objectief waarnemen. Dhr. [appellant] vertoont zeer afwijkend gedrag. Buiten de geluidsoverlast heeft hij vaste controle patronen; hij controleert zijn auto wel tientallen malen, loopt langs de schuren in de nacht, kijkt in de auto's van anderen. Dit is niet strafbaar, wel bijzonder. Hij voert elke dag en nacht het zelfde ritueel uit.”De procedure in eerste aanleg Bij inleidende dagvaarding heeft Trivire gevorderd om de huurovereenkomst met [appellant] te ontbinden en de ontruiming van het gehuurde te gelasten. Aan deze vordering heeft Trivire, samengevat, ten grondslag gelegd dat [appellant] (dwangmatig, niet te corrigeren) geluidsoverlast veroorzaakt, en blijft veroorzaken, dit ten koste van de direct omwonenden. Hierdoor gedraagt [appellant] zich niet als een goed huurder. Van Trivire (als sociale) verhuurder kan niet gevergd worden dat zij de huurovereenkomst met [appellant] voortzet. Na gevoerd verweer heeft de kantonrechter Trivire opgedragen de door haar gestelde overlast te bewijzen. Vervolgens heeft de kantonrechter de getuigen [de buurvrouw] , [de getuige 1] , [de getuige 2] en [de getuige 3] gehoord. [appellant] heeft geen getuigen in contra-enquête laten horen. De kantonrechter heeft op grond van de getuigenverklaringen het bewijs geleverd geacht en geoordeeld dat [appellant] tekortgeschoten is in de op hem rustende verplichting om zich als goed huurder te gedragen. Eventuele verbetering in het gedrag van [appellant] na 5 januari 2015 maken deze tekortkoming niet ongedaan, aldus nog steeds de kantonrechter. De kantonrechter heeft de door [appellant] veroorzaakte geluiden, juist omdat telkens mensen in hun nachtrust werden gestoord en [appellant] ook een laatste waarschuwing was gegeven, zo ernstig gevonden dat hij de vorderingen van Trivire heeft toegewezen en de ontruiming heeft gelast binnen 30 dagen na betekening van het eindvonnis van 4 augustus 2016. Hierna heeft Trivire de ontruiming aangezegd tegen 28 september 2016. Vervolgens is [appellant] een kort geding begonnen om de ontruiming tegen te houden. Na diverse aanhoudingen heeft de voorzieningenrechter bij vonnis van 11 april 2017 de ontruiming verboden totdat op het thans lopende hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft daartoe, samengevat, overwogen dat er sprake was van dusdanige psychische klachten bij [appellant] dat ontruiming een medische noodtoestand voor [appellant] zou opleveren, terwijl sinds het ontruimingsvonnis van 4 augustus 2016 geen nieuwe overlastklachten meer waren gemeld. De procedure in hoger beroep [appellant] is tijdig in hoger beroep gekomen van de door de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Dordrecht, gewezen vonnissen van10 april 2014, 18 september 2014 en 4 augustus 2016. [appellant] heeft bij memorie van grieven vijftien grieven aangevoerd, bewijs door getuigen aangeboden en, voor zover thans aan de orde, geconcludeerd tot alsnog afwijzing van de toegewezen ontbinding en ontruiming. Met de grieven, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling, klaagt [appellant] in de kern over het oordeel van de kantonrechter (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.