GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.257.644/01 Zaaknummer rechtbank : C/10/567668/KG ZA 19-111 arrest van 30 juli 2019 inzake ConnectAndPlay International B.V., gevestigd te Rotterdam, appellante, nader te noemen: Connect, advocaat: mr. A.J.H. Rutten te Nijmegen, tegen: [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, nader te noemen: [geïntimeerde] , advocaat: mr. J. Niggelie te Maarssen. 1Het verloop van het geding Het hof heeft op 23 april 2019 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot aan die datum verwijst het hof naar dat arrest. [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord met bijlagen de in de appeldagvaarding opgenomen (ongenummerde) grieven van Connect bestreden. Op 27 mei 2019 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. Voorafgaand aan de comparitie van partijen zijn partijen geïnformeerd – in het tussenarrest van 23 april 2019 – dat de comparitie ten overstaan van een raadsheer-commissaris zou plaatsvinden en zijn zij in de gelegenheid gesteld hiertegen bezwaar te maken. Partijen hadden daartegen geen bezwaar, hetgeen zij tijdens de comparitie van partijen hebben bevestigd. Na de comparitie van partijen is de zaak kortstondig aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen. Nadat partijen het hof hadden bericht geen schikking te hebben getroffen zijn zij in de gelegenheid gesteld om pleidooi of arrest te vragen. Beide partijen hebben het hof verzocht om arrest te wijzen. 2Feiten en procedure in eerste aanleg 2.1 De voorzieningenrechter heeft in het bestreden kortgedingvonnis van 13 maart 2019 onder 2.1 tot en met 2.19 een aantal feiten vastgesteld. Voor zover daartegen niet gegriefd is zal het hof ook van die feiten uitgaan. Met de grieven van Connect die zich richten tegen de feitenvaststelling onder 2.4 en 2.7 zal het hof hierna rekening houden. 2.2. Het gaat in deze zaak om het volgende. 2.2.1 Connect is een onderneming die zich richt op het leveren van wat zij noemt “interactief entertainment voor klantbeleving”. Zij levert interactieve spellen die op vloeren, tafels en wanden worden geprojecteerd en die werken via zogenoemde touch units. Haar belangrijkste klant was McDonalds. Connect was tot voor kort de handelsagent van de in Israël gevestigde onderneming EyeClick. De afgelopen jaren behaalde Connect 80% van haar omzet door middel van verkoop, levering en implementatie van de producten van EyeClick. 2.2.2 [geïntimeerde] is op [datum 1] 2014 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van Connect in de functie van “ [functienaam] ” tegen een salaris van laatstelijk € 3.200,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld en een bonus. 2.2.3 In de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst zijn specifieke bedingen opgenomen, waaronder een concurrentiebeding, een relatiebeding en een beding dat verplicht om bedrijfseigendommen terug te geven aan Connect. 2.2.4 Deze bedingen in de artikelen 11, 13 en 16 van de arbeidsovereenkomst, – waarin Connect wordt aangeduid als CAP – luiden voor zover hier van belang als volgt: “ 11 Informatiedragers 11.1 Het is de Werknemer verboden op welke wijze dan ook documenten (mede omvattend aantekeningen, agenda’s, memo’s, tekeningen, vergadernotulen en correspondentie of afschriften. uittreksels of samenvattingen daarvan), software, computer disks of andere Informatiedragers of media en/of kopieën daarvan, die Vertrouwelijke Informatie dan wel andere Informatie met betrekking tot de onderneming van CAP en/of met haar gelierde vennootschappen bevatten en die de Werknemer in verband met zijn werkzaamheden krachtens deze Overeenkomst onder zich heeft gekregen of die hij namens de CAP en/of met haar gelieerde vennootschappen heeft vervaardigd of opgesteld (hierna: de “Informatiedragers”), in zijn particuliere bezit te hebben of te houden, uitgezonderd voorzover en voor zolang dit voor de uitoefening van zijn werkzaamheden krachtens deze Overeenkomst is vereist. 11.2 In ieder geval is de Werknemer verplicht, zelfs zonder enig verzoek daartoe, aan het einde van het dienstverband ofwel bij non-actiefstelling om welke reden dan ook de Informatiedragers onmiddellijk aan de CAP ter hand te stellen. Het is de Werknemer niet toegestaan enige kopie van Informatiedragers op welke wijze dan ook onder zich te houden. 13Non-concurrentiebeding, relatiebeding 13.1 Het is de Werknemer, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de CAP, verboden om gedurende één jaar na het einde van de Overeenkomst, direct of indirect, voor zichzelf of voor andere, tegen vergoeding of om niet, in enigerlei vorm werkzaam te zijn in of voor, of betrokken te zijn of (financieel) belang te hebben bij enige onderneming met activiteiten die zich geheel of gedeeltelijk richten op de Benelux/Nederlandse/Duitse markt, die soortgelijk, aanverwant of concurrerend zijn met die van de CAP. 13.2 Het is de Werknemer, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de CAP, verboden om gedurende twee jaar na het einde van de Overeenkomst bij of voor relaties, klanten en opdrachtgevers van de Werkgever, tegen vergoeding of om niet, direct of indirect, op basis van een arbeidsovereenkomst of anderszins, werkzaamheden te verrichten, en/of, direct of indirect, met hen contacten te onderhouden of contacten te leggen, en/of voormelde relaties, klanten en opdrachtgevers te benaderen of weg te lokken, alles in de meest ruime zin des woords. 13.3 Daarnaast is het de Werknemer zowel tijdens als na het einde ven de Overeenkomst verboden werknemers van de Werkgever en/of personen die op enig moment in een periode van twee jaar direct voorafgaande aan het einde van de Overeenkomst in dienst waren van de Werkgever te benaderen en/of weg te lokken van de Werkgever en Is het de Werknemer zowel tijdens als na het einde van de Overeenkomst eveneens verboden voormelde werknemers/personen aan te zetten om in dienst te treden bij derden of bij de Werknemer zelf, een door de Werknemer op te richten onderneming daaronder begrepen. 16Restitutie Alle door CAP aan Werknemer verstrekte bedrijfsmiddelen, blijven eigendom van CAP en zullen bij beëindiging van de Overeenkomst (...) om welke reden dan ook, zelfs zonder verzoek daartoe van CAP, alsmede op eerste verzoek van CAP door de Werknemer aan CAP ter beschikking worden gesteld. Onder bedrijfsmiddelen worden onder meer, maar niet limitatief, verstaan: de (eventueel) ter beschikking gestelde bedrijfsauto (...), mobiele telefoon, apparatuur, schrijfblokken, documenten, memo’s, rapporten, lijsten, stukken, gegevens, computerbestanden, passen, etc.” 2.2.5 In artikel 17 is bepaald dat de werknemer bij overtreding van de bedingen in (onder meer) de artikelen 13 en 16 een boete verbeurt van € 25.000,- per overtreding, te vermeerderen met € 500,- per dag. 2.2.6 In de uitoefening van zijn functie als [functienaam] onderhield [geïntimeerde] namens Connect de contacten met EyeClick en met klanten van Connect, waaronder McDonalds. 2.2.7 Nadat [geïntimeerde] gedurende 10 dagen in vervangende hechtenis had gezeten, hebben in juni 2015 gesprekken plaatsgevonden tussen Connect en [geïntimeerde] over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Naar aanleiding van deze gesprekken heeft Connect een vaststellingsovereenkomst opgesteld en deze op of omstreeks [datum 2] 2015 per e-mail aan [geïntimeerde] toegezonden. Daarin staat vermeld dat de arbeidsovereenkomst per [datum 3] 2015 zal eindigen, dat Connect een getuigschrift zal verstrekken, dat een eindafrekening zal worden opgemaakt en voorts dat het concurrentiebeding en het verbod op nevenwerkzaamheden per die datum zal komen te vervallen. Deze vaststellingsovereenkomst is niet door Connect ondertekend. 2.2.8 In juli 2015 heeft [geïntimeerde] zich als werkzoekende ingeschreven bij het UWV. Connect heeft geen getuigschrift verstrekt. Ook heeft Connect geen eindafrekening opgemaakt. 2.2.9 Bij e-mail van 30 november 2018 heeft [geïntimeerde] de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen [datum 4] 2018. [geïntimeerde] heeft aan Connect meegedeeld dat hij per [datum 5] 2019 in dienst zou treden van Sharp, een internationaal elektronicabedrijf. 2.2.10 Bij e-mail van [datum 10] 2018 heeft EyeClick de samenwerking met Connect per direct opgezegd. In deze e-mail geeft EyeClick voor deze opzegging, samengevat, als redenen onenigheden en communicatieproblemen in de voorbije jaren en de verkoop van andere, met EyeClick concurrerende producten aan onder meer McDonalds. In de e-mail verzoekt EyeClick Connect onder meer om haar een lijst van contactpersonen van McDonalds te verstrekken en een overzicht van alle geplande contacten en afspraken. 2.2.11 Op [datum 6] 2018 heeft [geïntimeerde] in het handelsregister een eenmanszaak doen inschrijven met de naam Key Connection Consultancy. 2.2.12 Een bijlage bij een e-mail van 10 januari 2019 van [naam medewerker] (een medewerker van Connect) aan [X] (dga van Connect, hierna: [X] ) bevat een door Connect gemaakte lijst van de door [geïntimeerde] tegen het einde van zijn dienstverband gebruikte en/of gedownloade bestanden. In dit overzicht staat vermeld dat [geïntimeerde] bestanden heeft verzonden naar zijn privé-e-mailadres, dat hij bestanden heeft gedeeld met EyeClick en verder wordt melding gemaakt van een verwijderd bestand met de naam “sales service agreement [voornaam geïntimeerde] ”, welk bestand in oktober en november 2018 zou zijn geopend. 2.2.13 Op 11 januari 2019 heeft [X] namens Connect een telefoongesprek gevoerd met [geïntimeerde] . Dit gesprek is door [X] opgenomen. In dit gesprek verklaart [geïntimeerde] onder meer dat hij op [datum 4] 2018 en op 4 januari 2019 is benaderd door EyeClick om voor haar als accountmanager Noord-Europa werkzaamheden te verrichten in onder meer Duitsland, België, Nederland en Luxemburg. In dit gesprek heeft [geïntimeerde] ook gezegd dat EyeClick en McDonalds belang hechtten aan de (nieuwe) rol van [geïntimeerde] . 2.2.14 Bij brief van 11 januari 2019 heeft de advocaat van Connect met verwijzing naar de in 2.2.4 vermelde bedingen [geïntimeerde] gesommeerd om zijn werkzaamheden voor EyeClick te staken en gestaakt te houden. In deze brief schrijft de advocaat dat [geïntimeerde] op 1 januari 2019 een bedrag van € 25.000,- aan boetes verschuldigd is, te vermeerderen met € 500,- per dag. 2.2.15 In een e-mail van 24 februari 2019 heeft EyeClick verklaard dat haar opzeggingsbrief (zie 2.10) alle redenen voor de opzegging omvat en dat de opzegging niets te maken heeft met [geïntimeerde] “and his employement for our company which commenced after ending our business relationship with Connect(...)” De (verdere) beoordeling in hoger beroep 3.1 Connect stelt dat [geïntimeerde] het concurrentie- en relatiebeding (hierna: ‘het concurrentiebeding’) heeft overtreden zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst van partijen en heeft in eerste aanleg bij wijze van voorlopige voorziening gevorderd: a. [geïntimeerde] te verbieden gedurende één jaar na [datum 5] 2019 direct of indirect voor zichzelf of voor anderen tegen vergoeding of niet in enigerlei vorm werkzaam te zijn in of betrokken te zijn bij of financieel belang te hebben in enige onderneming met activiteiten die zich geheel of gedeeltelijk richten op de markt in de Benelux, Nederland of Duitsland met producten die soortgelijk, aanverwant of concurrerend zijn met die van Connect, op straffe van een dwangsom; b. [geïntimeerde] te verbieden gedurende 24 maanden na [datum 5] 2019 in enigerlei vorm direct of indirect zakelijk contact te onderhouden met de relaties van Connect, waaronder McDonalds en EyeClick, op straffe van een dwangsom; c. [geïntimeerde] te gebieden alle materialen, producten, bedrijfsgegevens, bedrijfseigendommen die hij van Connect onder zich heeft terug te geven, op straffe van een dwangsom; d. [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling aan Connect van een voorschot op de aan Connect verbeurde boetes tot een bedrag van € 50.000,00; e. veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten. 3.2 De vorderingen van Connect zijn afgewezen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat tussen partijen een concurrentiebeding (waaronder ook een relatiebeding wordt verstaan) geldt omdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen per [datum 3] 2015 is beëindigd en vervolgens weer hervat, waardoor het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk overeengekomen had moeten worden. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [geïntimeerde] jegens Connect onrechtmatig heeft gehandeld. De vorderingen die hiermee verband houden zijn afgewezen. Omdat Connect niet concreet heeft gemaakt van welke bedrijfseigendommen zij teruggave verlangt en [geïntimeerde] heeft betwist dat hij nog bedrijfseigendommen in zijn bezit heeft, is de vordering die hierop betrekking heeft eveneens afgewezen. De vorderingen die betrekking hebben op verbeurde boetes zijn ook afgewezen aangezien onvoldoende aannemelijk is geworden dat [geïntimeerde] boetes heeft verbeurd. Connect is veroordeeld in de proceskosten in conventie. 3.3 [geïntimeerde] heeft in eerste aanleg in reconventie een aantal tegenvorderingen ingesteld, die door de voorzieningenrechter zijn afgewezen, en hij is veroordeeld in de proceskosten in reconventie. Hiertegen heeft hij geen (incidenteel) appel ingesteld, zodat het hof hierover geen oordeel behoeft te geven. [geïntimeerde] heeft in eerste aanleg in voorwaardelijke reconventie – onder de voorwaarde dat zou worden geoordeeld dat tussen partijen nog een concurrentiebeding bestaat – primair verzocht om schorsing, subsidiair om gedeeltelijke schorsing van het concurrentiebeding, en meer subsidiair om een voorschot op de vergoeding ex. art. 7:653 lid 5 BW. Aan deze vorderingen is de voorzieningenrechter niet toegekomen omdat de voorwaarde niet was vervuld. 3.4 In hoger beroep heeft Connect in de appeldagvaarding een aantal ongenummerde grieven gericht tegen het vonnis van de voorzieningenrechter en geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis. Haar eis heeft zij in hoger beroep in die zin gewijzigd, dat zij niet langer veroordeling tot betaling van een concreet bedrag ter zake van verbeurde boetes vordert, maar het hof verzoekt om [geïntimeerde] te veroordelen tot het betalen van een voorschot op de aan Connect verbeurde boetes, tot een bedrag door het hof in goede justitie te bepalen. 3.5 [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis. 3.6 Nu de looptijd van het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst geldt voor een periode van één jaar na het einde van de overeenkomst en het dienstverband van [geïntimeerde] per [datum 5] 2019 is geëindigd, is de looptijd van het concurrentiebeding – er veronderstellenderwijs van uitgaande dat dit nog van kracht is – nog niet verstreken en heeft Connect ook in hoger beroep nog een spoedeisend belang bij de vordering tot naleving van dit beding, gelet op de door haar gestelde overtreding van het concurrentiebeding door [geïntimeerde] . In gelijke zin moet worden geoordeeld met betrekking tot het gevorderde verbod contact te onderhouden met relaties van Connect. Het gevorderde voorschot op de verbeurde boetes zal worden afgewezen aangezien Connect niet heeft onderbouwd welk spoedeisend belang zij heeft bij toewijzing van deze vordering. 3.7 Het hof zal ten eerste de grieven behandelen die zich richten tegen het oordeel dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen per [datum 3] 2015 is geëindigd, korte tijd onderbroken is geweest en daarna weer is hervat, waaraan de voorzieningenrechter vervolgens de conclusie heeft verbonden dat het concurrentiebeding toen weer opnieuw schriftelijk overeengekomen had moeten worden. Het hof is van oordeel dat deze grieven slagen. Hiertoe is het volgende redengevend. 3.8 Connect heeft op een aantal feiten en omstandigheden gewezen ter onderbouwing van haar stellingen dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.