GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.230.983/01Rolnummer rechtbank : C/09/512639 / HA ZA 16-684 Arrest van 12 februari 2019 in de zaak van 1. de stichting Women on Waves, gevestigd te Amsterdam, 2. de stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann, gevestigd te Amsterdam, 3. de vereniging Eerstelijns Verloskundigen Amsterdam Amstelland, gevestigd te Amsterdam, 4. [appellante 4], wonende te [woonplaats 1] , 5. [appellante 5] , wonende te [woonplaats 2] , 6. [appellante 6] , wonende te [woonplaats 3] , 7. [appellant 7], wonende te [woonplaats 4] , 8. [appellant 8] , wonende te [woonplaats 5] , 9. [appellante 9] , wonende te [woonplaats 6] , 10. [appellante 10], wonende te [woonplaats 7] , 11. [appellante 11] , wonende te [woonplaats 8] , appellanten, hierna tezamen te noemen: Women on Waves e.a., advocaat: mr. A.C. de Die te Amsterdam, tegen de Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd), zetelend te Den Haag, geïntimeerde, hierna te noemen: de Staat, advocaat: mr. K. Teuben te Den Haag. Het geding Bij exploot van 30 november 2017 zijn Women on Waves e.a. in hoger beroep gekomen van het vonnis dat de rechtbank Den Haag (team handel) op 6 september 2017 heeft gewezen tussen partijen. Bij memorie van grieven, tevens akte houdende producties, hebben Women on Waves e.a. zeven grieven tegen het vonnis aangevoerd en producties ingediend. Bij memorie van antwoord heeft de Staat de grieven bestreden. Partijen hebben de zaak op 13 december 2018 doen bepleiten, beiden aan de hand van pleitaantekeningen die zijn overgelegd. Aansluitend is bepaald dat het hof arrest zal wijzen. Beoordeling van het hoger beroep De tussen partijen niet in geschil zijnde feiten de appellanten 1.1 De stichting Women on Waves heeft tot doel diensten te verstrekken met name op het gebied van reproductieve gezondheid, inclusief abortus, overtijdbehandeling en seksuele voorlichting, om een goede hulpverlening en de rechten daarop te bevorderen. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door het exploiteren van faciliteiten en klinieken aan land of op zee en het voeren van juridische procedures. De stichting Women on Waves voert onder meer medicamenteuze overtijdbehandelingen uit. 1.2 De stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann heeft onder meer tot doel het bevorderen van de emancipatie van vrouwen en het bestrijden van hun discriminatie, in het bijzonder door het bevorderen van grensverleggende jurisprudentie. Zij verwezenlijkt haar doel onder andere door het voeren van juridische procedures. 1.3 De vereniging Eerstelijns Verloskundigen Amsterdam Amstelland (hierna: de EVAA) heeft tot doel het stimuleren, adviseren en ondersteunen en behartigen van de belangen van eerstelijnsverloskundigen in Amsterdam Amstelland en Meerlanden, welk doel onder meer wordt verwezenlijkt door belangenbehartiging, het ontwikkelen van nieuwe zorgarrangementen en diensten in de eerstelijnsverloskunde en de verloskundige keten, alsmede het ondersteunen van de leden bij de implementatie hiervan en aanwending van alle overige geëigende middelen om de doelstelling van de vereniging te verwezenlijken. 1.4 Appellanten hiervoor genoemd onder 4, 5, 6, 8, 10 en 11 zijn huisarts, appellanten genoemd onder 4 en 8 zijn tevens seksuoloog, appellant genoemd onder 7 is arts en seksuoloog en appellante genoemd onder 9 is abortusarts en seksuoloog. zwangerschap, morning-after pil en overtijdbehandeling 1.5 De menstruatiecyclus van een vrouw waarmee medisch wordt gerekend, beloopt achtentwintig dagen. De in het algemeen spraakgebruik gebezigde term 'overtijd' duidt erop dat na achtentwintig dagen na de eerste dag van de vorige menstruatie de menstruatie uitblijft (‘amenorroe’ genoemd). 1.6 Rond de veertiende dag na de eerste dag van de laatste menstruatie van de vrouw vindt de eisprong plaats. Na bevruchting van de eicel kan deze gaan innestelen in de baarmoederwand. Door inname van de zogenoemde ‘morning-after pil’ tot uiterlijk 72 uur na geslachtsgemeenschap, kan de vrouw de eisprong en/of de bevruchting en/of de (aanvang van) innesteling van een bevruchte eicel voorkomen. Gebruik van de morning-after pil valt niet onder de hierna te noemen Wet afbreking zwangerschap en ook niet onder het hierna te noemen artikel 296 Wetboek van Strafrecht. 1.7 Met het proces van innesteling van de bevruchte eicel vangt de productie van humaan choriongonadotrofine (hCG) aan. Een zwangerschapstest meet de aanwezigheid van hCG. 1.8 Een overtijdbehandeling wordt toegepast bij het uitblijven van de menstruatie tot en met de zestiende dag na het begin van de overtijdperiode, dus tot en met 44 dagen (28 + 16) amenorroe (oftewel: tot zes weken en twee dagen na de eerste dag van de laatste menstruatie). Een overtijdbehandeling kan instrumenteel plaatsvinden, waarbij de baarmoederholte met een dun zuigbuisje wordt leeggezogen (zuigcurettage), en medicamenteus, door toediening van (achtereenvolgens) de geneesmiddelen mifepriston en misoprostol. Een overtijdbehandeling valt niet onder de hierna te noemen Wet afbreking zwangerschap. 1.9 Vanaf 45 dagen amenorroe (45 dagen na de eerste dag van de laatste menstruatie) kan foetale hartactie worden vastgesteld. regelingen m.b.t. afbreking zwangerschap en financiering daarvan 1.10 Op 1 november 1984 is de Wet afbreking zwangerschap (Waz) in werking getreden. Hierin is bepaald: Artikel 1: “(…) 2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder het afbreken van zwangerschap niet verstaan het toepassen van een middel ter voorkoming van de innesteling van een bevruchte eicel in de baarmoeder. (…) Artikel 2: Een behandeling, gericht op het afbreken van zwangerschap, mag slechts worden verricht door een arts in een ziekenhuis of kliniek, waaraan door Onze Minister vergunning tot het verrichten van dergelijke behandelingen is verleend. Artikel 3: 1. Een zwangerschap wordt niet eerder afgebroken dan op de zesde dag nadat de vrouw de arts heeft bezocht en daarbij haar voornemen met hem heeft besproken. (…)” 1.11 Alle ziekenhuizen in Nederland beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 2 (hierna: Waz-vergunning). Verder beschikken in Nederland elf klinieken over een Waz-vergunning. In iedere provincie, met uitzondering van Friesland, Drenthe en Flevoland, is ten minste één vergunning houdende kliniek. 1.12 Tegelijk met de inwerkingtreding van de Waz is (een wijziging van) artikel 296 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) ingevoerd. In dit artikel is bepaald: "1. Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden of een geldboete van de vierde categorie. (...) 5. Het in het eerste lid bedoelde feit is niet strafbaar, indien de behandeling is verricht door een arts in een ziekenhuis of kliniek waarin zodanige behandeling volgens de Wet afbreking zwangerschap mag worden verricht." 1.13 Een zwangerschapsafbreking in een ziekenhuis wordt, behoudens het eigen risico, vergoed op grond van de zorgverzekering van de betrokken vrouw door de zorgverzekeraar. Abortushulpverlening maakt op grond van de Zorgverzekeringswet onderdeel uit van het basispakket van verzekerde geneeskundige zorg. 1.14 Een zwangerschapsafbreking in een kliniek die beschikt over een Waz-vergunning wordt kosteloos verricht, voor zover de betrokken vrouw valt onder de kring van verzekerden onder de Wet langdurige zorg. Het ministerie van VWS stelt daarvoor subsidies ter beschikking. 1.15 Vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing over hun verblijfstatus hebben recht op zorg op grond van de Regeling zorg asielzoekers. De afbreking van een zwangerschap van illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen wordt niet vergoed. De wetgever heeft daarvoor bewust gekozen, kort gezegd om te voorkomen dat buitenlandse vrouwen naar Nederland komen voor een zwangerschapsafbreking (zogenoemd medisch toerisme). 1.16 Bij arrest van 16 juni 1995 (ECLI:NL:HR:1995:ZC1757) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat blijkens de wetsgeschiedenis een overtijdbehandeling niet als een afbreking van zwangerschap in de zin van de Waz kan worden aangemerkt, dat dit meebrengt dat de in die wet gestelde vereisten niet voor een overtijdbehandeling gelden en dat een overtijdbehandeling dan ook niet als onrechtmatig kan worden beschouwd op de grond dat zij in strijd met die vereisten is verricht (waarbij in het midden kon blijven of bij 16 dagen over tijd zijn reeds innesteling van de bevruchte eicel in de baarmoeder heeft plaatsgevonden). 1.17 Bij uitspraak van 3 mei 2006 (ECLI:NL:RVS:2006:AW7365) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat geen Waz-vergunning nodig is voor de overtijdbehandeling. Overige niet in geschil zijnde feiten 1.18 In Nederland is voor het eerst op 25 augustus 1999 door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen een geneesmiddel voor medicamenteuze zwangerschapsafbreking geregistreerd. Thans zijn de volgende middelen geregistreerd voor een medicamenteuze overtijdbehandeling of een zwangerschapsafbreking tot 63 dagen of korter amenorroe: Mifegyne 600 mg, Mifegyne 200 mg, Miffee 200 mg, Mifegyne combikit 600 mg/400 mg en Sunmedabon. Sunmedabon is niet meer beschikbaar op de Nederlandse markt. 1.19 De geregistreerde middelen worden alleen geleverd aan ziekenhuizen en klinieken met een Waz-vergunning. 1.20 In 2002 heeft de minister van VWS (toen: Els Borst-Eilers) een aanvraag van Women on Waves voor een Waz-vergunning afgewezen. Vervolgens heeft zij bij wijze van uitzondering aan Women on Waves goedkeuring verleend om op volle zee medicamenteuze overtijdbehandelingen uit te voeren. Zij heeft Women on Waves in dit verband geschreven: "Met betrekking tot de door u voorgenomen overtijdbehandelingen heeft de Hoge Raad in haar arrest van 16 juni 1995 (NJ 1997/131) opgemerkt dat 'blijkens de wetsgeschiedenis een overtijdbehandeling niet als een afbreking van zwangerschap in de zin van de WAZ kan worden aangemerkt.' Overtijdbehandelingen plegen in Nederland op medische gronden plaats te vinden in klinieken met een vergunning in de zin van de WAZ. In het geval van Stichting Women on Waves, zorgverlening op volle zee, ontbreekt de reële mogelijkheid om toevlucht te nemen tot een vergunninghoudende kliniek. Gelet op de door u getroffen voorzieningen meen ik dat een overtijdbehandeling aan boord van uw schip als zorgvuldig handelen kan worden aangemerkt. De combinatie van het zeer vroege stadium van de eventuele zwangerschap, de aanwezigheid van een terzake ervaren gynaecoloog aan boord, de zorgvuldige wijze waarop de procedure is ingericht, de keuze voor een medicamenteuze behandeling en het ontbreken van een alternatief maakt dat de zorgvuldigheid die Women on Waves bij deze toediening aan boord van een schip op volle zee betracht voldoende is. Dat betekent dat ik ervan uitga dat Women on Waves in staat is om overtijdbehandelingen, zoals bedoeld door de Hoge Raad, op een verantwoorde wijze en binnen de vigerende wetgeving en jurisprudentie uit te voeren." 1.21 Op 23 april 2007 is aan Women on Waves een vergunning verleend voor een mobiele abortuskliniek, teneinde medicamenteuze zwangerschapsafbrekingen uit te voeren tot zeven weken. Aan Women on Waves werd voor vooraf aangekondigde reizen met een zeilschip waarop medicamenteuze overtijdbehandelingen werden uitgevoerd een zogenoemde verhuisvergunning verleend. In 2009 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (hierna: IGZ) aangifte gedaan in verband met een reis die volgens de IGZ niet was aangekondigd, terwijl volgens de IGZ wel medicamenteuze overtijdbehandelingen zouden zijn toegepast. Het Openbaar Ministerie heeft bij brief van 5 oktober 2009 aan de IGZ bericht dat het op basis van de thans bekende feiten en omstandigheden geen strafrechtelijk onderzoek kan en zal starten en dat de zaak buiten vervolging zal worden gesteld omdat onvoldoende feiten zijn gebleken waaruit blijkt dat een strafbaar feit is gepleegd, dan wel dat inhoudelijk bezien daarvoor onvoldoende bewijs voorhanden is. De mobiele abortuskliniek van Women on Waves is niet langer in gebruik. 1.22 In 2015 is Sunmedabon op de Nederlandse markt geïntroduceerd. Naar aanleiding daarvan is in de medische wereld wederom discussie opgelaaid over de vraag of huisartsen een ‘abortuspil’ mogen voorschrijven. Women on Waves heeft zich op het standpunt gesteld dat dit mag. 1.23 Tijdens het vragenuur van 31 maart 2015 heeft de minister van VWS (hierna: de minister) met de Tweede Kamer van gedachten gewisseld over ‘medicamenteuze abortus in de vroege fase van zwangerschap door de huisarts’. Hierbij heeft de minister opgemerkt: “Zoals mevrouw Dik-Faber begrepen heeft, komt op korte termijn een pil beschikbaar bij apotheken die medicamenteuze abortus mogelijk maakt tot zesenhalve week zwangerschap. Vertegenwoordigers van Women on Waves zijn van mening dat toepassing van deze pil mogelijk moet zijn door huisartsen, omdat er volgens hen juridisch geen sprake is van een zwangerschap. Zij stellen dat bij zestien dagen overtijd sprake is van een overtijdbehandeling en dat deze daardoor niet valt onder de abortuswet [hof: de Waz] en de strafwet. Overigens is deze discussie niet nieuw. Tijdens de afgelopen jaren heb ik deze discussie verschillende malen gevoerd. De standpunten wijzigen ook totaal niet ten opzichte van de discussie van de afgelopen jaren. Het gaat mij echter om de vraag: waar is de regelgeving nou eigenlijk voor in het leven geroepen? Die is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat de zorg veilig plaatsheeft en van hoge kwaliteit is, en dat wij een aantal zorgvuldigheidsafspraken met elkaar hebben die in acht genomen worden. Zo’n afspraak is dat je nog even bedenktijd hebt zodat je een besluit evenwichtig kunt nemen, want dit zijn nogal beslissingen. Als er nieuwe mogelijkheden zijn die eenzelfde zorgvuldigheid kennen, die veilig en van hoge kwaliteit zijn, dan zie ik niet in waarom we daaraan voorbij zouden moeten gaan, zeker aangezien de vaak langjarige band die je hebt met je huisarts, in deze gevoelige situatie een enorme meerwaarde kan betekenen.” 1.24 Bij e-mail van 17 april 2015 heeft de IGZ op vragen van de producent van Sunmedabon aan die producent het volgende bericht: "In uw mail vraagt u aandacht voor de recent ontstane maatschappelijke onrust en de discussie in de Tweede Kamer over de verkrijgbaarheid van de abortuspil (SUNMedabon) bij de openbare apotheek en op recept verkrijgbaar vanaf mei a.s. U geeft aan dat de gehele discussie hierover niet redelijk en/of nodig is geweest en levert hiervoor de onderbouwingen aan. Deze kwestie heeft twee kanten: 1. Het voorschrijven en ter hand stellen van SUNMedabon door de (huis)arts resp. apotheek en de Wafz [Hof: de Wafz is de Waz]. 2. Het afleveren van SUNMedabon door fabrikanten en groothandels; de Wafz en de Geneesmiddelenwet. Ad 1: Zoals u waarschijnlijk bekend is, is de discussie over de abortuspil in relatie tot de overtijdbehandeling niet nieuw. In het kader van de – door een interview met Women on Waves in Medisch Contact – nu weer opgelaaide discussie heeft de minister van VWS bevestigd dat een overtijdbehandeling alleen in een instelling met een Wafz-vergunning mag worden uitgevoerd. De minister heeft de afgelopen week wel aangegeven bereid te zijn te onderzoeken of de Wafz op dit punt gewijzigd moet worden en dat ze hierover in overleg gaat met de LHV [Hof: de Landelijke Huisartsen Vereniging]. Ad2: Op grond van de artikelen 34 resp. 37 Geneesmiddelenwet (hierna: Gnw) mag een fabrikant resp groothandelaar alleen aan de zijnen afleveren of – hier relevant – aan degenen die bevoegd zijn tot ter hand stellen. Tot ter hand stellen van UR-geneesmiddelen zijn bevoegd apothekers die hun beroep in een apotheek uitoefenen (art. 61 lid 1 onder a Gnw). Hierbij speelt wel de gedachte dat het niet de bedoeling van de wetgever geweest kan zijn dat een fabrikant/groothandelaar aflevert aan apothekers ten behoeve van ter handstelling aan (huis)artsen die de behandeling met de geneesmiddelen helemaal niet mogen verrichten. De handhaving van de WafZ ligt op het terrein van het strafrecht. Mochten apothekers/groothandelaren/fabrikanten die bewust medewerken aan het verrichten van de behandeling tot afbreking van een zwangerschap in strijd met de WafZ dan zouden zij wellicht als medepleger kunnen worden aangemerkt voor zover het overtredingen van de WafZ betreft. Maar wanneer dat onderzocht en aangenomen wordt is aan het OM." 1.25 Op de schriftelijke vraag uit de Tweede Kamer van het lid Arib hoe de minister de uitspraak van Women on Waves beoordeelt dat iemand tot 6,5 weken juridisch niet zwanger is, en een overtijdbehandeling dan noch onder de strafwet, noch onder de Waz valt, heeft de minister op 22 april 2015 als volgt geantwoord: "Zwanger is met name een medisch begrip in plaats van een juridisch begrip. Zoals ook aangegeven in het mondelinge vragenuur bestaat er al lange tijd een verschil van mening tussen Women on Waves en het Ministerie van VWS. Women on Waves is van mening dat iemand die overtijd is niet onder het Wetboek van Strafrecht of onder de Wet afbreking zwangerschap (Waz) valt. Op basis van artikel 296 Wetboek van Strafrecht is het uitvoeren van een behandeling waardoor de arts weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor een zwangerschap kan worden afgebroken strafbaar. De enige uitzondering hierop is het vijfde lid waarin staat dat een dergelijke behandeling alleen mag worden uitgevoerd in een ziekenhuis of kliniek met een vergunning onder de Wet afbreking zwangerschap." (Kamerstukken II, 2014-2015, Aanhangsel 2038). 1.26 De minister en de IGZ dragen hun standpunt uit in het veld (de zorgsector, waartoe huisartsen en apothekers behoren) en de IGZ handelt daarnaar bij de uitoefening van het toezicht op de naleving van de Waz. 1.27 Op 3 maart 2016 heeft het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) zijn standpunt uitgebracht over de effectiviteit en veiligheid van medicamenteuze overtijdbehandeling in de huisartsenpraktijk. Dit standpunt komt er in de kern op neer dat de huisartsen de medicamenteuze behandeling veilig en effectief kunnen toepassen, maar dat er nog discussie gaande is over de juridische randvoorwaarden die die toepassing in Nederland mogelijk maken. Medicamenteuze overtijdbehandeling is een uitbreiding van het zorgaanbod van de huisartsenzorg en valt dus niet onder het basisaanbod. Zolang over deze zaken geen landelijke en wettelijke consensus is bereikt, wordt toepassing van medicamenteuze overtijdbehandeling in de huisartsenpraktijk niet aangeraden. Het NHG kent geen inhoudelijke argumenten waarom vrouwen niet zelf zouden kunnen kiezen tussen medicamenteuze overtijdbehandeling in een ziekenhuis of een erkende abortuskliniek enerzijds of in een huisartsenpraktijk anderzijds. 1.28 De ministers van VWS en Veiligheid en Justitie hebben in 2017 bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Waz. Dit wetvoorstel strekte ertoe dat huisartsen een vergunning zouden kunnen aanvragen voor de medicamenteuze overtijdbehandeling. Dit wetsvoorstel is in december 2017 ingetrokken. 1.29 In 2018 is een initiatiefvoorstel tot wijzing van de Waz en Sr ingediend. Dit voorstel voorziet erin dat ook huisartsen (onder bepaalde voorwaarden, maar zonder afzonderlijke vergunning) de bevoegdheid krijgen om medicamenteuze overtijdbehandelingen uit te voeren (Tweede Kamer, 2017-2018, 34891). 1.30 Op 9 mei 2018 is ten behoeve van de kliniek van Women on Waves aan boord van het zeiljacht Adelaide vergunning verleend voor het buiten Nederland en de territoriale wateren verrichten van medicamenteuze overtijdbehandelingen tijdens de eerste negen weken na de eerste dag van de laatste menstruatie van de vrouw. Vorderingen, grondslag, verweer en vonnis 2.1 Women on Waves e.a. hebben de Staat gedagvaard en gevorderd: primair de Staat te veroordelen tot: het binnen een maand na dit arrest informeren van de huisartsen door middel van een voor alle huisartsen kenbare schriftelijke uiting, dat het voorschrijven van een combinatiepreparaat ten behoeve van medicamenteuze overtijdbehandeling van vrouwen tot 45 dagen amenorroe, waaronder in ieder geval Sunmedabon, in algemene zin niet als strafbaar kan worden aangemerkt, omdat tot die tijd geen sprake geacht moet worden te zijn van een zwangerschap,en het binnen een maand na dit arrest informeren van apothekers en groothandels door middel van een voor alle apothekers en groothandels kenbare uiting, dat het ter hand stellen resp. leveren van een combinatiepreparaat ten behoeve van medicamenteuze overtijdbehandeling van vrouwen tot 45 dagen amenorroe, waaronder in ieder geval Sunmedabon, in algemene zin niet als medeplegen aan een strafbaar feit beschouwd kan worden; subsidiair te verklaren voor recht dat de Staat onrechtmatig handelt jegens vrouwen en huisartsen door met zijn (hiervoor in 1.23 - 1.25 genoemde) uitlatingen de indruk te wekken dat het ter hand stellen resp. leveren van een combinatiepreparaat ten behoeve van medicamenteuze overtijdbehandeling van vrouwen tot 45 dagen amenorroe, waaronder in ieder geval Sunmedabon, strafbaar zou zijn. primair en subsidiair de Staat te veroordelen in de proceskosten. 2.2 Women on Waves e.a. hebben daartoe aangevoerd dat de minister en de IGZ met hun uitlatingen, in het bijzonder die op 22 april 2015 van de minister en die in de e-mail van 17 april 2015 van de IGZ, ten onrechte openlijk het onjuiste standpunt innemen dat huisartsen (als plegers) en apothekers (als medeplegers) strafbaar zijn op grond van artikel 296 Sr wanneer zij geneesmiddelen voor de overtijdbehandeling voorschrijven of ter hand stellen. Hierdoor worden artsen buiten vergunninghoudende klinieken en ziekenhuizen belemmerd in hun praktijkuitoefening. Immers, door de uitlatingen wordt feitelijk geen medicamenteuze overtijdbehandeling in de huisartsenpraktijk of de praktijk van de arts/seksuoloog aangeboden, omdat de dreiging van strafbaarheid zowel het voorschrijven van de geneesmiddelen als de ter handstelling daarvan door apothekers verhindert. Dit onrechtmatig handelen (uitlaten) van de minister en de IGZ leidt tot rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid tussen artsen in ziekenhuizen of vergunninghoudende klinieken en artsen buiten een dergelijk ziekenhuis of kliniek. Bovendien is het standpunt in strijd met de keuzevrijheid en de rechten van vrouwen zoals neergelegd in diverse verdragen. 2.3 De Staat heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 2.4 In het bestreden vonnis heeft de rechtbank de appellanten hiervoor genoemd onder 3 en 9 niet-ontvankelijk verklaard en de vorderingen voor het overige afgewezen. Zij heeft daartoe onder meer overwogen, kort en puntsgewijs weergegeven: -a- De EVAA is niet-ontvankelijk in de vorderingen, omdat niet gesteld of gebleken is dat toepassing van medicamenteuze overtijdbehandelingen tot het deskundigheidsgebied van verloskundigen behoort en zij bevoegd zijn tot het voorschrijven van middelen daartoe. -b- Appellante sub 9 is niet-ontvankelijk in de vorderingen, omdat zij werkzaam is in een kliniek waar zij overtijdbehandelingen mag toepassen en zij dus geen voldoende concreet (eigen) belang heeft bij deze rechtszaak. -c- Voor wat hij heeft gezegd in het parlement, kan de Staat niet voor de rechter ter verantwoording worden geroepen (artikel 71 van de Grondwet). -d- Het is aan het Openbaar Ministerie om tot vervolging wegens (medeplegen van) overtreding van artikel 296 Sr over te gaan en aan de strafrechter om te beoordelen of strafrechtelijk verwijtbaar is gehandeld. De civiele rechter heeft geen taak met betrekking tot een strafrechtelijke beoordeling in een individueel geval, noch ten aanzien van het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie. Daarom kan geen sprake zijn van een algehele toewijzing van de gevorderde primaire veroordelingen in algemene zin, maar hooguit van een veroordeling tot een rectificatie. Dit verhindert niet de toetsing door de civiele rechter van de juistheid van het beleidsstandpunt van de minister en de IGZ. -e- Voor onrechtmatigheid van het beleidsstandpunt van de minister en de IGZ is vereist dat het standpunt ten aanzien van artikel 296 Sr in strijd is met de (wetsgeschiedenis van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.