GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.219.171/02 Zaaknummer rechtbank : C/09/491451/HA ZA 15-748 arrest van 10 september 2019 inzake [naam 1] Infra B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna te noemen: [appellante] (vrouwelijk enkelvoud), advocaat: mr. W.P.M. Mulder te Alphen aan den Rijn tegen mr. W.P. Brussaard q.q. (in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [naam 2] , h.o.d.n. Hoeksche Waard Infra), kantoorhoudende te Oud-Beijerland, geïntimeerde, hierna te noemen: de curator (of in het voorkomende geval [naam 2] ), advocaat: mr. W.P. Brussaard te Oud-Beijerland Het geding Bij exploot van 6 juli 2017 is [appellante] in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag tussen partijen Van de Werff en [naam 2] gewezen vonnis van 3 mei 2017 (hierna: het bestreden vonnis). Het geding is op 8 augustus 2017 geschorst ex art. 29 Faillissementswet vanwege het faillissement van [naam 2] . De procedure is hervat op 3 april 2018, nadat de curator de procedure had overgenomen. Op die datum heeft [appellante] zijn memorie van grieven, inhoudende éénentwintig grieven (met producties), ingediend. Op 15 mei 2018 heeft de curator een akte tot referte genomen. Vervolgens zijn de stukken overgelegd en is arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep De tussen partijen vaststaande feiten 1. Het hof verwijst naar de feiten zoals deze door de rechtbank onder 2. in het bestreden vonnis zijn vastgesteld, en waartegen geen grieven of anderszins bezwaren zijn geuit. (1.1) Heel kort samengevat gaat het hierbij om het volgende.(1.2) [appellante] en [naam 2] zijn aannemers. [appellante] heeft op 13 mei 2013 een aannemingsovereenkomst gesloten met de Gemeente [naam gemeente] voor de vervanging van het riool en aanverwante werkzaamheden in de omgeving van het [adres] te [naam gemeente] (hierna: [Project X]). [appellante] heeft een deel van dit werk in onderaanneming uitbesteed aan [naam 2] , een en ander volgens de specificaties als vermeld bij de feiten in het bestreden vonnis. Op enig moment zijn er problemen ontstaan over de uitvoering van en de betaling aan door [naam 2] verricht meerwerk.(1.3) [appellante] heeft op 11 november 2013 een aannemingsovereenkomst gesloten met de Gemeente [naam gemeente] voor de reconstructie van grond- en leidingwerk in de [naam buurt] te [naam gemeente] (hierna: [project Y]). [appellante] heeft dit werk in onderaanneming uitbesteed aan [naam 2] , een en ander volgens de specificaties als vermeld bij de feiten in het bestreden vonnis. Op enig moment zijn er tussen partijen problemen ontstaan over de uitvoering en de betaling van het door de [naam 2] verrichte werk.(1.4) Hierop heeft [naam 2] [appellante] gedagvaard en bij de rechtbank in hoofdsom een vordering van € 106.277,98 ingesteld in verband met het [Project X] en een vordering van € 10.673,01 in verband met het [project Y] . De rechtbank heeft [appellante] (in conventie) in hoofdsom veroordeeld tot betaling aan [naam 2] van € 25.730,50 in verband met het [Project X] te vermeerderen met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke kosten, beslagkosten en proceskosten. De vordering van [naam 2] is voor het overige afgewezen.(1.5) [appellante] heeft in eerste aanleg in reconventie een vordering ingesteld, die grotendeels overeenkomt met de hierna geformuleerde vordering van [appellante] in hoger beroep. De rechtbank heeft deze vordering afgewezen. De vordering van [appellante] in hoger beroep 2. [appellante] vordert in appel, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, vernietiging van het bestreden vonnis, alsnog volledige afwijzing van de vorderingen van [naam 2] en toewijzing van haar ( [appellante] ) hierna geformuleerde vorderingen, met veroordeling van [naam 2] in de proceskosten in beide instanties. 3. [appellante] vordert in hoger beroep – na wijziging van eis – meer specifiek: [Project X] : - te verklaren voor recht dat [naam 2] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen die voor hem voortvloeien uit de aannemingsovereenkomst van 30 mei 2013; - de aannemingsovereenkomst van 30 mei 2013 partieel te ontbinden, voor zover betrekking hebbend op de nakoming (herstel) van de gebreken onder I, II en III; - vast te stellen dat [appellante] ter zake van dit project opeisbaar van [naam 2] te vorderen heeft de navolgende bedragen: De (herstel)schade ad € 25.310,58, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag, vanaf 8 mei 2015, subsidiair vanaf 12 augustus 2015 (het hof begrijpt: 2016), tot aan de dag van de algehele voldoening; De interne kosten van [appellante] van € 18.445,00 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag, subsidiair de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2016, tot aan de dag van de algehele voldoening; de buitengerechtelijke incassokosten ad € 978,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 januari 2016 tot aan de dag van algehele voldoening; de schade van € 15.000,-- als gevolg van door de [naam 2] veroorzaakte schade aan de kabel van Stedinnet Beheer aan de [adres] te [naam gemeente] ; [project Y] - voor recht te verklaren dat [naam 2] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen die voor hem voortvloeien uit de aannemingsovereenkomsten van 17 januari 2014 ( [naam buurt] Oost) en 5 september 2014 ( [naam buurt] Noord); - de aannemingsovereenkomsten van 17 januari 2014 inzake [naam buurt] Oost en 5 september 2014 inzake [naam buurt] Noord partieel te ontbinden, voor zover betrekking hebbend op de nakoming (=herstel) van de gebreken onder ID 015, 026, 028, 035, 036, 051, 055,069; - vast te stellen dat [appellante] ter zake van dit project opeisbaar van [naam 2] te vorderen heeft de navolgende bedragen: - de herstelschade ad € 44.364,01 ter zake van het herstel van de gebreken onder nummers ID [reeks nummers] , een en ander te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, subsidiair de wettelijke rente vanaf 12 januari 2016 tot aan de dag van algehele voldoening; - de aanvullende reparatiekosten voor herstel van de gebreken aan het riool onder nummers ID [drietal nummers] , zijnde een bedrag van € 4.885,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, subsidiair de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding in hoger beroep tot aan de dag van algehele voldoening; - de schade als gevolg van de door [naam 3] in diens rapport van 18 november 2014 gerapporteerde gebreken, zijnde een bedrag van € 18.892,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2016 tot aan de dag van algehele voldoening; - de interne kosten van [appellante] van € 17.548,77 vanaf 1 januari 2016 tot en met 18 augustus 2017, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, subsidiair de wettelijke rente vanaf de dag van indiening van de memorie van grieven tot aan de dag van algehele voldoening; - een bedrag van in totaal € 2.079,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juni 2015 tot aan de dag van algehele voldoening wegens de door [naam 2] veroorzaakte schade aan de kabel van Reggefiber bij de [adres] te [naam gemeente] . Zowel in [Project X] als in [project Y] al het voornoemde onder verrekening van hetgeen [appellante] aan [naam 2] dient te betalen. Met veroordeling van [naam 2] in de proceskosten van beide instanties, met inbegrip van de nakosten. De grieven van [appellante] en de reactie van de curator 4. De grieven bevatten gedetailleerd toegelichte klachten over (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.