GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling civiel recht zaaknummer : 200.257.696/01 rekestnummer rechtbank : FA RK 16-6456 zaaknummer rechtbank : C/09/516935 beschikking van de meervoudige kamer van 20 november 2019 inzake [appellante] , wonende te [woonplaats 1] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. C.L. Verhoeven te Haarlem, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats 2] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. M.J. Verdult te Rotterdam. In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend: de raad voor de kinderbescherming regio Haaglanden, hierna te noemen: de raad. 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Den Haag van 7 juni 2017 en 11 januari 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna te noemen: de bestreden beschikkingen). 2Het geding in hoger beroep 2.1 De moeder is op 9 april 2019 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikkingen. 2.2 De vader heeft op 27 juni 2019 een verweerschrift ingediend. 2.3 Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: - een brief van de zijde van de moeder van 16 mei 2019 met bijlage, bij het hof ingekomen op diezelfde datum; - een brief van de zijde van de moeder van 20 mei 2019 met bijlage, bij het hof ingekomen op 21 mei 2019; - een journaalbericht van de zijde van de moeder van 19 september 2019 met bijlagen, bij het hof ingekomen op 20 september 2019; - een journaalbericht van de zijde van de vader van 23 september 2019 met bijlagen, bij het hof ingekomen op diezelfde datum; - een journaalbericht van de zijde van de moeder van 1 oktober 2019 met bijlagen, bij het hof ingekomen op 2 oktober 2019. 2.4 De voorzitter heeft voorafgaand aan de zitting met de minderjarige gesproken. 2.5 De mondelinge behandeling heeft op 3 oktober 2019 plaatsgevonden. Verschenen zijn: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat en door [naam 1] , tolk in de Thaise taal; - de vader, bijgestaan door zijn advocaat. De advocaat van de moeder heeft ter zitting pleitaantekeningen overgelegd. 3De feiten 3.1 Het hof gaat uit van de volgende feiten: - partijen zijn de ouders van het thans nog minderjarige kind: [voornaam] ( [minderjarige] ) [naam 2] (hierna te noemen: de minderjarige), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Thailand; - de minderjarige verblijft sinds 2015 feitelijk bij de vader; - partijen zijn in het kader van een kort gedingprocedure (zaaknummer C/09/515825) op 30 augustus 2016 – onder meer – overeengekomen dat de minderjarige voorlopig bij de vader woont totdat in de bodemprocedure definitief over het hoofverblijf is beslist; - bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 8 februari 2017 (zaaknummer C/09/526868) is de minderjarige van 8 februari 2017 tot 8 mei 2017 onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming West, regio Haaglanden, en is deze stichting gemachtigd de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling; - bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 8 maart 2017 (zaaknummer C/09/516935) heeft de rechtbank onder meer voor recht verklaard dat de vader en de moeder naar Thais recht gezamenlijk zijn belast met het gezag over de minderjarige, is het verzoek van de moeder om voor recht te verklaren dat zij het eenhoofdig gezag over de minderjarige uitoefent afgewezen en is de raad verzocht een onderzoek te verrichten naar welke hoofdverblijfplaats het meest in het belang van de minderjarige is, of er omstandigheden zijn die nopen om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de vader toe te wijzen en welke zorgregeling dient te worden vastgesteld tussen de minderjarige en de niet-verzorgende ouder; - bij beschikking van 25 april 2018 (zaaknummer C/09/516935) is de bijzondere curator benoemd over de minderjarige. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de tussenbeschikking van 7 juni 2017 is, voor zover thans van belang, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader bepaald. 4.2 Bij de bestreden beschikking van 11 januari 2019 is bepaald dat het gezag over de minderjarige voortaan alleen aan de vader zal toekomen en is de bijzondere curator van haar functie als bijzondere curator over de minderjarige ontslagen. 4.3 De moeder is het niet eens met voornoemde beslissingen. Zij verzoekt het hof primair de bestreden beschikkingen te vernietigen en (naar het hof begrijpt) te bepalen dat zij en de vader gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige en te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige voortaan bij de moeder zal zijn. Subsidiair, indien de minderjarige haar hoofdverblijf bij de vader behoudt, verzoekt de moeder tussen haar en de minderjarige een zorgregeling vast te stellen inhoudende van iedere 14 dagen het weekend van vrijdagmiddag tot zondagavond evenals iedere week op woensdag, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte ervan dat de vader de ten deze te wijzen beschikking niet nakomt. Voorts verzoekt de moeder, naar het hof begrijpt, de vader een informatieverplichting op te leggen, waarbij de vader de moeder eenmaal per maand schriftelijk informeert over het welzijn van [minderjarige] , vergezeld van recente foto’s van [minderjarige] . Daarbij verzoekt de moeder te bepalen dat de vader de moeder actief en vooraf benadert indien hij voornemens is de verblijfplaats van [minderjarige] te wijzigen, voor het uitkiezen van een andere school en voor het starten van een noodzakelijke medische behandeling. Kosten rechtens. 4.4 De vader verweert zich hiertegen en verzoekt het hof de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep, dan wel de verzoeken van de moeder in hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. Kosten rechtens. 5De motivering van de beslissing Rechtsmacht en toepasselijk recht 5.1 Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het (zelfstandige) verzoek tot wijzigen van het gezag over [minderjarige] , het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] , het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling tussen de moeder en [minderjarige] en het verzoek tot het opleggen van een informatieverplichting aan de vader. Gezag & wijziging hoofdverblijfplaats 5.2 Ten aanzien van het gezag voert de moeder aan dat de rechtbank niet voorbij had mogen gaan aan het advies van de raad, dat pleit voor het in stand houden van het gezamenlijk gezag. Het risico dat de raad destijds zag, dat de moeder langzamerhand uit het leven van [minderjarige] zou verdwijnen, is realiteit geworden. De moeder stelt dat er geen situaties vast zijn komen te staan waarin [minderjarige] klem en verloren dreigde te raken tussen haar ouders, behalve de ontspoorde communicatie tussen de ouders. De middelbare schoolkeuze is tot stand gekomen en er is geen getouwtrek om buitenlandse vakanties. De moeder is daarom van mening dat de rechtbank ten onrechte het gezag heeft toegekend aan alleen de vader. Ter zitting heeft de moeder aangevoerd dat, nu haar het gezag is ontnomen en alle instanties (zoals school en het ziekenhuis) de deur dicht hebben gedan, zij op de welwillendheid van de vader is aangewezen om iets over [minderjarige] te weten te kunnen komen. Ten aanzien van het wijzigen van het hoofdverblijf van [minderjarige] stelt de moeder dat zij inmiddels geen andere mogelijkheid meer ziet voor het doorbreken van de huidige situatie van ouderonthechting dan het vaststellen van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar. Indien het in het belang van [minderjarige] zou zijn, zou de moeder kunnen instemmen dat [minderjarige] tijdelijk op een neutrale plek gaat wonen om van daaruit aan contactherstel met de moeder te werken. Ter zitting heeft de moeder verklaard dat zij tot op heden de regie aan anderen heeft gelaten maar dat dit het contact tussen haar en [minderjarige] niet heeft gestart. De moeder is verder van [minderjarige] verwijderd dan ooit. Indien [minderjarige] haar hoofdverblijf bij de moeder zou hebben, kan de moeder er voor de eerste keer daadwerkelijk zelf voor zorgen dat zij in een duurzaam contact met haar dochter komt en blijft. Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij alles heeft geprobeerd maar dat zij, ondanks de inzet van verschillende instanties, geen mogelijkheid heeft gevonden om met [minderjarige] in contact te komen. Het gaat de moeder niet nadrukkelijk om het wijzigen van de hoofdverblijfplaats, maar haar doel is om het contact met [minderjarige] te herstellen. 5.3 De vader stelt zich op het standpunt dat partijen in staat moeten zijn om in gezamenlijk overleg beslissingen in het belang van [minderjarige] te kunnen nemen. Zeker gelet op de medische situatie van [minderjarige] is het van belang dat beslissingen snel en in goed overleg genomen kunnen worden. Dit is niet mogelijk door de verstoorde verhouding tussen partijen. De moeder heeft aangegeven dat de vader haar niet mag benaderen, niet telefonisch of per email, maar via de advocaat. Dat is geen manier om snel beslissingen te kunnen nemen. De vader betwist dat er zich geen situaties hebben voorgedaan waarin [minderjarige] tussen partijen klem en verloren dreigde te geraken. Zo heeft de vader in 2017 een kort geding moeten aanspannen bij de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag om met [minderjarige] op vakantie te gaan omdat de moeder geen toestemming gaf. Ten aanzien van de middelbare schoolkeuze stelt de vader dat de moeder hieraan niet heeft willen meewerken. Het [middelbare school] in [plaats] had de ouders verzocht om voor de inschrijving langs te komen. De vader had de moeder geprobeerd te bellen met dit verzoek van de school, maar de moeder nam niet op. De moeder heeft de vader per e-mail laten weten dat het niet de bedoeling was dat hij haar zou bellen maar dat vragen per e-mail of aan de advocaat dienden te worden gesteld. De vader is daarom van mening dat het gezamenlijk gezag, zelfs binnen de ondertoezichtstelling, heeft geleid tot een situatie dat [minderjarige] klem en verloren dreigde te geraken tussen de ouders. Volgens de vader is voor gezamenlijk gezag overleg vereist. Nu de vader de moeder niet mag benaderen, en wanneer hij dit wel doet de moeder de politie inschakelt, is de vader van mening dat onder die omstandigheid gezamenlijk gezag niet mogelijk is. Ten aanzien van het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] te wijzigen stelt de vader dat de termijn voor het instellen van hoger beroep tegen de door de rechtbank bij beschikking van 7 juni 2017 gegeven beslissing per 7 september 2017 is geëindigd. Volgens de vader is die beschikking voor wat betreft het bepalen van het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vader, nu dat een definitieve beslissing is, in kracht van gewijsde gegaan. De vader stelt dat de moeder ten aanzien van dit onderdeel van haar hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, dan wel dat deze grief dient te falen. De vader stelt dat hij de grief wel heeft gelezen en vindt dat de moeder erg makkelijk over alle gevolgen van wat haar wensen voor [minderjarige] betekenen heenstapt. Ter zitting heeft de vader aangegeven dat hij het schokkend vindt dat de moeder nog steeds staat op de wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] . Dit is een erg ingrijpend verzoek voor [minderjarige] terwijl er andere opties zijn voor de moeder om met [minderjarige] in contact te komen. Door te focussen op de wijziging van de hoofdverblijfplaats onderkent de moeder de wens en de belangen van [minderjarige] niet. 5.4 Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond van waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.