GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling civiel recht Uitspraakdatum : 24 december 2019 Zaaknummer : 200.260.452/01 Zaak-/rolnummer rechtbank : C/10/568450 / KG ZA 19-150 Arrest in de zaak van: 1. MSC MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY S.A., gevestigd te Genève, Zwitserland, 2. MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY (NEDERLAND) B.V., gevestigd te Rotterdam, appellanten, hierna te noemen: MSC, advocaat: mr. R.L. Latten (Rotterdam), tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , [land], geïntimeerde, advocaat: mr. E. Wilke (Schiedam). Het geding Bij arrest van 23 juli 2019 is een comparitie van partijen gelast. De comparitie is gehouden op 13 september 2019. Na afloop van de comparitie is de zaak aangehouden voor beraad. Over de uitkomst van de beraadslaging is het Hof door de advocaat van MSC geïnformeerd bij brief van 19 september 2019. De advocaat van [geïntimeerde] heeft gereageerd bij een op 20 september 2019 gedateerde brief. Het komt erop neer dat partijen een schikking hebben getroffen en uitsluitend een beslissing wensen met betrekking tot de 2e grief uit de door MSC op 23 juli 2019 ingediende memorie van grieven, waarbij [geïntimeerde] afstand doet van zijn recht op het indienen van een memorie van antwoord. Met inachtneming hiervan is arrest bepaald. De beoordeling van het hoger beroep inleiding 1. MSC heeft in de Rotterdamse haven een retentierecht uitgeoefend op de inhoud van een door haar van Port Everglades (USA) naar Rotterdam vervoerde carrier owned container met nummer [nummer container] (hierna: de container). Die inhoud bestond uit een aantal door [geïntimeerde] - in 2017 en 2018 - in de USA gekochte Harley-Davidson motoren en (onderdelen van) een Hummer H2. [geïntimeerde] heeft in kort geding vrijgave van deze goederen gevorderd. Deze vordering is toegewezen, onder de voorwaarde dat [geïntimeerde] eerst zekerheid stelt voor de betaling van een bedrag van € 2.500,-. MSC is het hier niet mee eens. Onder meer maakt zij bezwaar tegen de eraan ten grondslag liggende overweging dat de met haar afgesloten vervoerovereenkomst - zoals die blijkt uit een door haar afgegeven seaway bill - geen retentierecht biedt voor andere vorderingen dan die welke zien op het vervoer van de container. achtergrond 2.1 De beoordeling van dit bezwaar vindt plaats tegen de volgende achtergrond. 2.2 Het vervoer van de container is bij MSC geboekt door [X] (hierna: [X] ). MSC heeft die boeking op 7 november 2018 bevestigd met een booking confirmation. Daarin worden de algemene voorwaarden van MSC van toepassing verklaard op de vervoerovereenkomst tussen haar en de merchant, als hoedanig (in die voorwaarden) o.a. de shipper, de consignee en de eigenaar van de goederen worden aangemerkt. MSC heeft voor het vervoer tevens een - op 3 december 2018 per e-mail als .pdf-bestand aan [X] toegezonden - sea waybill nr. [nr.1] verstrekt. Daarin is - op verzoek van shipper [X] - als consignee en notify vermeld: Internationaal Container Transport B.V. (hierna: ICT). In het vakje ‘no. & sequence of sea waybills’ staat:‘0 Of Zero’. Verder is er de notering: ‘In accepting this sea waybill the shipper expressly accepts and agrees to, on his own behalf and on behalf of the consignee, the owner of goods and the merchant, and warrants he has authority to do so, all the terms and conditions whether printed, stamped or otherwise incorporated on this and on the reverse side [..].’ 2.2 De container is op 13 december 2018 in Rotterdam gearriveerd. Bij brief van 14 december 2018 heeft de advocaat van MSC aan ICT meegedeeld dat op de onder sea waybill nr. [nr.1] vervoerde container en de inhoud ervan een retentierecht wordt uitgeoefend, en wel totdat ICT voldaan zal hebben aan de op dat moment openstaande vordering van € 21.731,93. In dat bedrag zit een vordering van MSC uit hoofde van een eerdere vervoerovereenkomst met ICT. Die eerdere/andere vordering van MSC op ICT is in de stukken aangeduid als ‘de vordering ter zake B/L [nr.2] ’. Dit uitgebreide retentierecht - dat gegrond is op clausule 17 (carrier’s lien) van de algemene voorwaarden van MSC - heeft MSC ook tegengeworpen aan [geïntimeerde] , toen die, stellende eigenaar van de in de container vervoerde goederen te zijn, om vrijgave ervan vroeg. Daarnaast heeft MSC een beroep gedaan op het bepaalde in artikel 8:489 lid 1 BW, krachtens welke bepaling de vervoerder gerechtigd is afgifte van zaken, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, te weigeren aan ieder, die uit anderen hoofde dan de vervoerovereenkomst recht heeft op aflevering van die zaken, tenzij op de zaken beslag is gelegd en uit de vervolging van dit beslag een verplichting tot afgifte aan de beslaglegger voortvloeit. Vast staat dat [geïntimeerde] geen beslag heeft gelegd. oordeel van de voorzieningenrechter over het (uitgebreide) retentierecht 3. De voorzieningenrechter heeft o.a. geoordeeld: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.