Rolnummer: 22-002558-19 Parketnummer: 16-241042-17 Datum uitspraak: 16 december 2019 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 13 februari 2018 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1972, thans niet gedetineerd. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 16 december 2019. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van zestien uren, subsidiair acht dagen hechtenis, en een gevangenisstraf voor de duur van één week voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met de bijzondere voorwaarde als in het vonnis vermeld. De benadeelde partijen zijn in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Genoemde benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep niet opnieuw in het strafgeding gevoegd, zodat de vorderingen tot schadevergoeding in hoger beroep niet aan de orde zijn. Verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag De zaak is onder rolnummer 21-000929-18 aanhangig gemaakt bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, en vervolgens – op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) in verband met de “Regeling tijdelijke aanwijzing gerechtshof Den Haag voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2019” (Stcrt. 2019, nr. 2561595) – verwezen naar het gerechtshof Den Haag, dat ingevolge genoemde Regeling is aangewezen als ander gerechtshof als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, RO. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: Hij op één of meerdere tijdstippen op of omstreeks 6 juli 2017 te Veenendaal, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, [benadeelde partij 1] en/of [benadeeldepartij 2] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeeldepartij 1] en/of [benadeeldepartij 2]: - ( telefonisch) dreigend de woorden toe te voegen “Die” [benadeeldepartij 1] “hang ik aan een boom. Nee die pak ik bij een boom, luister wat ik zeg tegen jou. Die ga ik bij een boom pakken en geloof maar wat ik zeg tegen jou.” en/of “Hij” [benadeeldepartij 1] “heeft ermee te maken, ik ga hem aan een boom hangen”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of - één of meerdere (sms-) bericht(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.