GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.248.228/01 Zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/516992 / HA-ZA 16-1004 arrest van 7 juli 2020 inzake [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant in het principaal appel, geïntimeerde in het incidenteel appel, hierna te noemen: [appellant] , advocaat: mr. D. Tap te Den Haag, tegen 1. [geïntimeerde 1] , 2. [geïntimeerde 2] , beiden wonende te [woonplaats] , geïntimeerden in het principaal appel, appellanten in het incidenteel appel, hierna te noemen: [geïntimeerde 1] c.s., advocaat: mr. J.H. van Gelderen te Den Haag. Het verloop van het geding Bij exploot van 12 juni 2018 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van 14 maart 2018 van de rechtbank Den Haag. Bij memorie van grieven (met productie) heeft [appellant] zeven grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord (met productie) heeft [geïntimeerde 1] c.s. de grieven bestreden en tevens incidenteel appel ingesteld. [appellant] heeft hierop gereageerd bij memorie van antwoord in incidenteel appel. Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep 1. De door de rechtbank in het vonnis van 14 maart 2018 vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal daarvan uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende. 1.1 [geïntimeerde 1] c.s. en [appellant] zijn buren. Zij zijn gezamenlijk appartementseigenaars in een gemeenschap van bebouwing (in de notariële akten van levering geduid als winkel/bedrijfsruimte met een drietal bovenwoningen) met grond aan de [A-straat] [nr 1] , [nr 1a] , [nr 1b] , [nr 1c] , [nr 1d] en [nr 1e] in Den Haag. Dit complex (bebouwing met grond) was ten tijde van de splitsing in appartementsrechten in 1987 (zie hierna in 1.6 en verder ook te noemen: de splitsing) kadastraal bekend als gemeente ’s-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 1] . 1.2 [geïntimeerde 1] c.s. zijn eigenaars van een appartementsrecht dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van - kort gezegd - de woningen gelegen op de eerste, tweede en derde verdieping aan de [A-straat] [nr 1a] , [nr 1b] , [nr 1c] , [nr 1d] , [nr 1e] . De drie woningen zijn onderverdeeld in vijf wooneenheden, waarvan drie met balkons aan de achterzijde. [geïntimeerde 1] c.s. verhuren deze wooneenheden. 1.3 [appellant] is eigenaar van een appartementsrecht dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van - kort gezegd - de winkel/bedrijfsruimte gelegen op de begane grond aan de [A-straat] [nr 1] . [appellant] verhuurt deze ruimte. 1.4 [appellant] is daarnaast eigenaar van - kort gezegd - bebouwing (in de notariële akte van levering geduid als de garage) met grond aan de [B-straat] [nr] te Den Haag, kadastraal bekend als gemeente ’s-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 2] . 1.5 [appellant] heeft de bestaande bebouwing aan de [B-straat] die gedeeltelijk is gelegen op de grond die ten tijde van de splitsing kadastraal het perceelnummer [1] had en gedeeltelijk op de grond die ten tijde van de splitsing kadastraal het perceelnummer [sectie/nummer kadaster 2] had, na vergunningverlening, verbouwd tot een appartementencomplex vanaf de eerste verdieping. De ruimte op de begane grond van dit complex is op dit moment niet in gebruik. De bovengelegen drie verdiepingen zijn wooneenheden, met balkons aan de achterzijde, die [appellant] verhuurt. 1.6 Bij notariële akte van 15 januari 1987 (hierna: de splitsingsakte) heeft de commanditaire vennootschap [de c.v.] C.V. (hierna [de c.v.] ) de [A-straat] gesplitst in appartementsrechten. In de splitsingsakte is - voor zover relevant - het volgende bepaald: "(…) De comparant verklaarde dat aan gemelde vennootschap [ [de c.v.] C. V. - toevoeging hof] in eigendom toebehoort: "de winkel/bedrijfsruimte met drie afzonderlijke bovenwoningen, onder- en bijgelegen grond aan de [A-straat] [nr 1] , [nr 1a] , [nr 1b] , [nr 1c] , [nr 1d] , en [nr 1e] te ’s-Gravenhage, kadastraal bekend als gemeente 's-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 1] , groot één are en vijf en negentig centiaren. " (…) De comparant, (...), verklaarde voorts over te willen gaan tot splitsing in appartementsrechten in de zin van artikel 875a van het Burgerlijk Wetboek van gemeld onroerend goed; (…) De comparant, (...), verklaarde voorts: dat het gebouw is uitgelegd in een plan van alle woonlagen, hetwelk aan deze akte zal worden gehecht, (...) en waarop door genoemde bewaarder is verklaard dat het voor het in de splitsing te betrekken perceel kadastraal bekend als gemeente 's-Gravenhage [sectie/nummer kadaster 1] de complexaanduiding is [complexaanduiding] . De comparant, (...), verklaarde: dat op voormeld plan de gedeelten van het complex welke bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, duidelijk zijn aangegeven en voorzien van een arabisch cijfer; dat het gebouw en de daarbij behorende grond zal omvatten de volgende appartementsrechten: 1. het appartementsrecht, omvattende het recht op het uitsluitend gebruik van de op de begane grond gelegen winkel/bedrijfsruimte met toebehoren aan de [A-straat] [nr 1] te ’s-Gravenhage, kadastraal bekend als gemeente 's-Gravenhage, sectie Z nummer [complexaanduiding] -l, uitmakende het één/vierde aandeel in de gemeenschap, bestaande uit een winkel/bedrijfsruimte met drie afzonderlijke bovenwoningen, onder- en bijgelegen grond aan de [A-straat] [nr 1] , [nr 1a] , [nr 1b] , [nr 1c] , [nr 1d] en [nr 1e] te 's-Gravenhage, ten tijde van de splitsing in appartementsrechten kadastraal bekend als gemeente 's-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 1] (...) 2. het appartementsrecht, omvattende het recht op het uitsluitend gebruik van de woningen, respectievelijk gelegen op de eerste verdieping, met gang op de begane grond, hal, plat en verder toebehoren, de tweede verdieping met balkon, hal en verder toebehoren en de derde verdieping met toebehoren aan de [A-straat] [nr 1a] , [nr 1b] , [nr 1c] , [nr 1d] en [nr 1e] te 's-Gravenhage, kadastraal bekend als gemeente ’s-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 4] , uitmakende het drie/vierde aandeel in de hiervoor onder 1. omschreven gemeenschap. " (...) Vervolgens verklaarde de comparant, (...), dat als aanvulling casu quo in afwijking van het bepaalde in gemeld “Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten” het volgende wordt vastgesteld: (...) 8. Artikel 34, lid 2: Het maximum aantal stemmen is gelijk aan het aantal appartementsrechten; voor elk appartementsrecht wordt één stem uitgebracht. (...)" 1.7 Aan de splitsingsakte is de volgende splitsingstekening gehecht: Afbeelding 1: splitsingstekening 1.8 Het bij de splitsingsakte vastgestelde splitsingsreglement luidt - voor zover relevant – als volgt: "(…) Artikel 9 1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en zaken worden onder meer gerekend voor zover aanwezig: a. (...), de daken, schoorstenen en ventilatiekanalen, (...) (...) Artikel 11 Iedere eigenaar en gebruiker heeft het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken volgens de bestemming daarvan. Hij moet daarbij inachtnemen het reglement en het huishoudelijk reglement en hij mag geen inbreuk maken op het recht van medegebruik van de andere eigenaars en gebruikers. (...) Artikel 13 1. Iedere op-, aan- of onderbouw zonder toestemming van de vergadering is verboden. (...) Artikel 14 De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen verandering in het gebouw aanbrengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd zou worden. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het gebouw door de verandering in gevaar wordt gebracht. Artikel 15 De vereniging voert het beheer over en draagt de zorg voor het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken met inachtneming van het in artikel 38 bepaalde. Artikel 16 (...) 4. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht het privé gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte gegeven bestemming. Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts geoorloofd met toestemming van de vergadering. (...) Artikel 38 1. De vergadering beslist over het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor zover de beslissing hierover niet aan het bestuur toekomt. 2. De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken berust bij het bestuur. Dit kan echter geen onderhoudswerkzaamheden opdragen die een bedrag dat door de vergadering zal worden vastgesteld te boven gaan, tenzij het daartoe vooraf door de vergadering is gemachtigd. (…)’’ 1.9 De percelen met nummers [sectie/nummer kadaster 1] en [sectie/nummer kadaster 2] tussen de [A-straat] en de [B-straat] liggen in elkaars verlengde, zie hieronder. Afbeelding 2: uitsnede van de kadastrale kaart met perceelnummers [sectie/nummer kadaster 1] en [sectie/nummer kadaster 2] . Aanduiding ‘ [B-straat] ’ toegevoegd door de rechtbank. 1.10 Sinds de genoemde splitsing in 1987 is perceel [sectie/nummer kadaster 1] vernummerd en kadastraal aangeduid als perceel [sectie/nummer kadaster 3] ( [A-straat] [nr 1] ), respectievelijk perceel [sectie/nummer kadaster 4] ( [A-straat] [nr 1a-e] ). De kadastrale objecten betreffende de laatstgenoemde percelen zijn in het kadaster omschreven als "bedrijvigheid (industrie)" (perceel [sectie/nummer kadaster 3], met vermelding van [appellant] als gerechtigde), "wonen (appartement)" (perceel [sectie/nummer kadaster 4], met vermelding van [geïntimeerde 1] c.s. als gerechtigden). Het kadastrale object betreffende perceel [sectie/nummer kadaster 2] is in het kadaster omschreven als "berging-stalling (garage-schuur)" (met vermelding van [appellant] als gerechtigde). 1.11 Op 17 december 1969 heeft [de c.v.] blijkens de splitsingsakte verworven: “de winkel/bedrijfsruimte met drie afzonderlijke bovenwoningen, onder- en bijgelegen grond aan de [A-straat] [nr 1] , [nr 1a] , [nr 1b] , [nr 1c] , [nr 1d] en [nr 1e] te 's-Gravenhage, kadastraal bekend als gemeente 's-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 1] , groot één are en vijf en negentig centiaren.” 1.12 [de c.v.] was tevens eigenaar van de bebouwing met grond aan de [B-straat] [nr] te Den Haag, kadastraal bekend als gemeente ’s-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 2] . 1.13 De kadastrale grens en de inrichting van de percelen [sectie/nummer kadaster 1] en [sectie/nummer kadaster 2] tot 1969 is hieronder aangegeven. Afbeelding 3: schematisch bovenaanzicht [A-straat] en [B-straat] tot 1969 met aanduiding kadastrale grens. 1.14 [de c.v.] exploiteerde een garage en benzinepomp. De naamloze vennootschap [naam vennootschap] N.V. heeft in 1969 ten behoeve van de verbouw van de [A-straat] en de [B-straat] een vergunning aangevraagd betreffende: "het maken van magazijnen op de begane grond ten behoeve van de service-stations- [de c.v.] -het overdekken der open plaatsjes en het uitbreken der indeling tussen achtergevel en doorsmeerruimte (bovenwoningen blijven ongewijzigd)". De directie van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht heeft in een verklaring bij de verleende bouwvergunning blijkens een brief van 9 oktober 1970 vermeld dat "bij het samenvoegen van de winkel [A-straat] nr. [nr 1] en het bedieningsstation [B-straat] nr. [nr] en het verbouwen daarvan tot bedieningsstation met magazijn, voor zover bij controle, laatstelijk op 24 augustus 1970 is gebleken, is voldaan aan de terzake geldende voorschriften. Het voornoemde bedieningsstation met magazijn kan daarom als zodanig in gebruik worden genomen of in gebruik worden gegeven." 1.15 De situatie vóór en na de verbouwing blijkens de aanvraag is hieronder weergegeven. Tussen de bebouwing aan de [A-straat] en die aan de [B-straat] bevonden zich open ruimtes/plaatsjes en een kantoor en magazijn. De in de aanvraag genoemde bovenwoningen betreffen bovenwoningen in de destijds bestaande bebouwing aan de [A-straat] (toegankelijk via het portiek, zichtbaar op afbeelding 4). Afbeelding 4: situatie vóór verbouwing in 1969. Afbeelding 5: zijaanzicht na verbouwing in 1969 met [B-straat] links en [A-straat] rechts 1.16 Het vooraanzicht van de bebouwing aan de [B-straat] ten tijde van de exploitatie van de garage en benzinepomp door [de c.v.] zag er als volgt uit: Afbeelding 6: vooraanzicht [B-straat] ten tijde van exploitatie benzinepomp (foto dateert van 14 mei 1979) 1.17 In 1975 zijn de bovenwoningen aan de [A-straat] in opdracht van de besloten vennootschap [naam] B.V. verbouwd. De daartoe strekkende vergunningaanvraag betrof “het maken van badkamers-pantry's en douche’s op de le, 2e en zolderverdieping met bijbehorende restauratie- en verbouwwerken.” Het zijaanzicht van de bebouwing aan de [A-straat] en de [B-straat] was na die verbouwing als volgt. Afbeelding 7: zijaanzicht met [B-straat] links en [A-straat] rechts na verbouwing in 1975 1.18 Na de voormelde splitsing in de splitsingsakte heeft in 1987/1988 een verbouwing plaatsgevonden van de bestaande bebouwing aan de [B-straat] , waarbij in die bebouwing een verdieping (entresol) is ingebouwd. Afbeelding 8: tekening entresol behorend bij bouwaanvraag 17 december 1987 1.19 [de c.v.] heeft nadien de bebouwing met grond aan de [A-straat] overgedragen. Bij notariële akte van 2 juli 2001 heeft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Altimo B.V. - die sinds 26 maart 1998 eigenaar was - aan [geïntimeerde 1] c.s. geleverd: “7. het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woningen, respectievelijk gelegen op de eerste verdieping, met ingang op de begane grond, hal, plat en verder toebehoren, de tweede verdieping met balkon, hal en verder toebehoren en de derde verdieping met toebehoren aan de [A-straat] [nr 1a] , [nr 1b] , [nr 1c] , [nr 1d] , [nr 1e] te [postcode] 's-Gravenhage, kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 4] , uitmakende het drie/vierde aandeel in de gemeenschap bestaande uit een winkel/bedrijfsruimte met drie afzonderlijke bovenwoningen, onder- en bijgelegen grond aan de [A-straat] [nr 1a] , [nr 1b] , [nr 1c] , [nr 1d] en [nr 1e] te 's-Gravenhage, kadastraal bekend gemeente 's-Gravenhage, ten tijde van de splitsing in appartementsrechten kadastraal bekend gemeente 's-Gravenhage [sectie/nummer kadaster 1] groot een are en vijfennegentig centiaren; 2. De ter stoffering en meubilering daarvan in genoemde woningen aanwezige roerende zaken, genoegzaam bekend aan de verkoper en koper; hierna ook te noemen het verkochte, door koper te gebruiken als beleggingsobject.” De koopprijs was NLG 600.000 (€ 272.568). 1.20 Bij notariële akte van 1 november 2010 heeft [X] - sinds 26 juli 2007 eigenaar - aan [appellant] geleverd: “a. het appartementsrecht omvattende de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van de winkel/bedrijfsruimte gelegen op de begane grond en verder toebehoren, plaatselijk bekend te [postcode] 's-Gravenhage, [A-straat] [nr 1] , kadastraal bekend gemeente 's-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 3] , uitmakende het een/vierde (l/4e) aandeel in de gemeenschap bestaande uit een pand met toebehoren, grond en erf, plaatselijk bekend te 's-Gravenhage, [A-straat] [nr 1] , [nr 1a] , [nr 1b] , [nr 1c] , [nr 1d] en [nr 1e] , ten tijde van de splitsing in appartementsrechten kadastraal bekend gemeente 's-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 1] , groot een are vijf en negentig centiare; b. de garage met ondergrond en verder toebehoren, staande en gelegen te 2513 GM 's-Gravenhage, [B-straat] [nr] , kadastraal bekend gemeente 's-Gravenhage, [sectie/nummer kadaster 2] , groot vier en dertig centiare. ” De koopprijs was € 160.000. 1.21 Voorafgaand aan de levering aan [appellant] heeft [X] de winkel/bedrijfsruimte op de begane grond aan de [A-straat] verhuurd, laatstelijk aan de eigenaar van een zogenoemde “Toko”. [appellant] verhuurt nog steeds aan die huurder. In de bebouwing op de begane grond aan de [B-straat] was eerst een drukkerij gevestigd en is daarna een dierenwinkel geëxploiteerd. [X] is op de eerste verdieping in de bebouwing aan de [B-straat] gaan wonen. Afbeelding 9: vooraanzicht [B-straat] [nr] ten tijde van eigendom en bewoning/exploitatie door [X] 1.22 In de bebouwing aan de [B-straat] ten tijde van de levering aan [appellant] bevond zich een berging, hal, gang en badkamer, op de ingebouwde eerste verdieping bevond zich een overloop, woonkamer, slaapkamer en keuken (zie de afbeeldingen hieronder). Afbeelding 10: dwarsdoorsnede [B-straat] en [A-straat] ten tijde van levering aan [appellant] Afbeelding 11: tekening vooraanzicht en eerste verdieping ten tijde van levering aan [appellant] 1.23 heeft in 2014, nadat hem daartoe een bouwvergunning was verleend, de bestaande bebouwing aan de [B-straat] verbouwd tot een appartementencomplex, bestaande uit de begane grond (bedrijfsruimte) met drie woonlagen. Afbeelding 12: dwarsdoorsnede nieuwbouw, links de [B-straat] , rechts zichtbaar het plat van de bebouwing aan de [A-straat] 1.24 [appellant] heeft in het kader van de verbouwing ook (de draagconstructie van) het plat, dat de overdekking vormt van de ruimte tussen de bebouwing aan de [B-straat] en de bebouwing aan de [A-straat] , verstevigd aan de zijde van de bebouwing aan de [B-straat] en de luchttoevoeren in het gehele plat vervangen. 1.25 Sinds de verbouwing is het vooraanzicht van de [B-straat] als volgt. Afbeelding 13: vooraanzicht [B-straat] , huidige situatie 1.26 Het zicht op de balkons aan de achterzijde van de bebouwing aan de [B-straat] , bezien vanaf het thans bestaande plat tussen de [A-straat] en de [B-straat] is als volgt. Afbeelding 14: plat met balkons, bezien vanaf 1e verdieping [A-straat] , huidige situatie 1.27 [geïntimeerde 1] c.s. zijn niet bestuursrechtelijk opgekomen tegen de verlening van de bouwvergunning aan [appellant] . Zij hebben de onderhavige procedure ingeleid nadat de nieuwbouw is voltooid en in gebruik is genomen en na correspondentie tussen [appellant] en ARAG, de rechtsbijstandsverzekeraar Van [geïntimeerde 1] c.s. 2. [geïntimeerde 1] c.s. hebben in eerste aanleg, na eisvermeerdering, gevorderd dat bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. [appellant] , indien hij betwist dat de bebouwing met het adres [B-straat] [nr] mede op het perceel [A-straat] [nr 1] - [nr 1e] staat, wordt veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, alle daarvoor nodige medewerking te verlenen aan een kadastrale grensreconstructie tussen de percelen [B-straat] [nr] en [A-straat] [nr 1] - [nr 1e] door de Dienst voor het kadaster en de openbare registers op door die Dienst daartoe te stellen voorwaarden, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag dat [appellant] deze veroordeling niet volledig nakomt; II. voor recht wordt verklaard dat [appellant] jegens [geïntimeerde 1] c.s. een onrechtmatige daad, althans onrechtmatige daden, heeft begaan door de nieuwbouw uit te (doen) voeren, zulks in strijd met zijn verplichtingen jegens [geïntimeerde 1] c.s. om de bouw en/of inrichting van de [A-straat] [nr 1] - [nr 1e] en/of [A-straat] [nr 1] A-l en/of [A-straat] A-2 in stand te houden in overeenstemming met hetgeen daaromtrent bepaald is in de splitsingsakte en -tekening, om zich te onthouden van inbreuken op het uitsluitend gebruiksrecht van eiseres van het plat van [A-straat] [nr 1] A-2, om geen ander gebruik te maken van het dak van [A-straat] [nr 1] A-l dan volgens die bestemming, en om niet zonder toestemming van de VvE op [A-straat] [nr 1] A-l een opbouw aan te brengen en Piet Heinstraat [nr 1] A-l enig ander gebruik te geven dan die van winkel/bedrijfsruimte; III. [appellant] primair wordt veroordeeld om binnen negentig dagen na betekening van dit vonnis de nieuwbouw volledig af te (doen) breken en te (doen) verwijderen, de wijzigingen van het plat volledig ongedaan te (doen) maken, en [A-straat] [nr 1] A-l en het plat in overeenstemming met de splitsingsakte en de splitsingstekening te (doen) brengen, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag dat deze veroordelingen niet alle volledig zijn nagekomen; IV. [appellant] subsidiair wordt veroordeeld om binnen veertien dagen na heden ieder gebruik van het plat te (doen) beëindigen, de wijzigingen van het plat volledig ongedaan te (doen) maken, de staat van het plat te (doen) (terug)brengen in overeenstemming met de splitsingsakte en de splitsingstekening, alsmede om het gehele plat weer te (doen) bedekken met daarvoor geschikte terrastegels, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat deze veroordelingen niet alle volledig zijn nagekomen; V. [appellant] daarnaast, althans subsidiair, zal worden veroordeeld tot vergoeding aan [geïntimeerde 1] c.s. van alle schade die zij door zijn onrechtmatig handelen hebben geleden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding; VI. [appellant] wordt veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten. [geïntimeerde 1] c.s. hebben aan deze vorderingen (in de dagvaarding) ten grondslag gelegd dat [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld. De nieuwbouw brengt veranderingen aan in de constructie en/of omgrenzing aan [A-straat] [nr 1] - [nr 1e] en/of [A-straat] [nr 1] A-1 en/of [A-straat] [nr 1] A-2. [appellant] heeft in strijd met art. 5:108 lid 1 BW niet voldaan aan zijn plicht om de bouw en/of inrichting van [A-straat] [nr 1] - [nr 1e] en/of [A-straat] [nr 1] A-1 e/of [A-straat] [nr 1] A-2 in stand te houden in overeenstemming met hetgeen daaromtrent is bepaald in de splitsingsakte en –tekening. Bovendien is er inbreuk gemaakt op hun uitsluitend gebruiksrecht van het plat op de eerste verdieping van [A-straat] [nr 1] A-2 door dit plat via een terrasdeur toegankelijk te maken, daar vlonders te (doen) leggen, boven (en dus in zoverre mede in strijd met art. 5:50 lid 1 BW) en op het plat een balkonconstructie aan te doen leggen, een ventilatieschacht en ventilatiepijpen aan te brengen en de lengte van het plat terug te brengen tot 7,4 meter. Ook heeft [appellant] in strijd met de artikelen 9 lid 1 sub a, 13 lid 1 en 14 lid 4 van het reglement jo. art. 5:112 lid 1 sub c BW en derhalve onrechtmatig gehandeld. [geïntimeerde 1] c.s. hebben schade geleden in de waarde en verhuurbaarheid van [A-straat] [nr 1] A-2 ten gevolge van aantasting van het woongenot, bestaande uit belemmeringen van de achteruitzichten, ontstaan van inkijkmogelijkheden en door de inbreuken op het uitsluitende gebruiksrecht van het plat. Bij akte vermeerdering eis hebben [geïntimeerde 1] c.s. hun grondslagen aangevuld in die zin dat zij hebben gesteld dat [B-straat] [nr] geen zelfstandige onroerende zaak vormt maar (horizontaal) wordt nagetrokken door de [A-straat] [nr 1] - [nr 1e] , althans dat sprake is van overbouw ex art. 5:54 BW met bijbehorende erfdienstbaarheid. 3. [appellant] heeft in reconventie gevorderd dat bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. [geïntimeerde 1] c.s. veroordeeld worden mee te werken aan het wijzigen van de kadastrale erfgrens en al hetgeen te doen en na te laten wat daartoe noodzakelijk is, waaronder, doch niet uitsluitend, door het meewerken aan een meetonderzoek en de landmeter tezamen met [appellant] te instrueren dat de erfgrens moet worden gemeten op de buitenzijde van de achtergevel van de onroerende zaak aan de [B-straat] [nr] , een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000 voor iedere keer dat [geïntimeerde 1] c.s. verzuimen gevolg te geven aan deze veroordeling; II. [geïntimeerde 1] c.s. met onmiddellijke ingang verboden worden gebruik te maken van het plat en geboden worden er zorg voor te dragen dat derden evenmin gebruik maken van het plat zolang er geen bouwkundige aanpassingen hebben plaatsgevonden die een veilig gebruik van het plat mogelijk maken, op straffe van een dwangsom van € 500 voor iedere keer dat dit verbod wordt overtreden door [geïntimeerde 1] c.s. of door personen die het plat betreden via het appartement van [geïntimeerde 1] c.s.; III. [geïntimeerde 1] c.s. worden veroordeeld tot betaling van 75% van de kosten die [appellant] sinds 13 oktober 2011 heeft gemaakt en nog zal maken aan het gemeenschappelijke dak van zijn appartementsrecht, nader op te maken bij staat. IV. indien en voor zover vordering I wordt afgewezen, voor recht wordt verklaard dat een vorderingsrecht tot opheffing van het gebruik van een gedeelte van de onroerende zaak op de [B-straat] is verjaard, waardoor [appellant] ex artikel 3:105 BW het eigendomsrecht daarover heeft verworven. [appellant] heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat de erfgrens, zoals deze in het kadaster staat vermeld, niet overeenstemt met de daadwerkelijke eigendomsgrenzen. [appellant] heeft er belang bij om de grenzen in overeenstemming te brengen. Voorts laat de bouwkundige constructie van het plat volgens [appellant] niet toe dat dit gebruikt wordt. [appellant] heeft kosten moeten maken voor reparaties van lekkages aan het dak. Als appartementseigenaar van ¾ van de gemeenschappelijke onroerende zaak, dienen [geïntimeerde 1] c.s. hieraan voor dat deel bij te dragen. Met betrekking tot de verjaring heeft [appellant] zich op het standpunt gesteld dat de grensoverschrijding al bestaat sinds 1962 en dat vanaf dat moment al sprake was van inbezitneming door de rechtsvoorgangers van [appellant] . In ieder geval is dat zo vanaf de splitsing in 1987. In 2007 is de bezitter eigenaar geworden van het gehele object. 4. Bij vonnis van 14 maart 2018 heeft de rechtbank in conventie: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.