GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-20/00272 Uitspraak van 3 juli 2020 in het geding tussen: [X] te [Z] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de Inspecteur, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 19 december 2019, nr. SGR 19/
- Overwegingen
- Bij gezamenlijke uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur de aan belanghebbende voor het jaar 2016 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen verminderd tot een naar een verzamelinkomen van € 24.966 (was € 25.826) en de bij beschikking in rekening gebrachte belastingrente vastgesteld op € 264 (was € 294).
- Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Inspecteur beroep bij de Recht6bank. Een griffierecht van € 47 is geheven. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
- Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Een griffierecht van € 131 is geheven. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
- De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad in Den Haag ter zitting van het Hof van 19 juni
- Partijen zijn verschenen.
- Aan de hand van het ter zitting verhandelde hebben partijen bij wijze van compromis overeenstemming bereikt, inhoudend:1) dat het standpunt van de Inspecteur rechtens juist is en dat daarom de uitspraak van de Rechtbank moet worden bevestigd en 2) dat de Inspecteur belanghebbende in totaal € 178 aan griffierechten vergoedt.
- Het Hof volgt partijen in het compromis. Beslissing Het Gerechtshof: - bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, en - gelast de Inspecteur belanghebbende de griffierechten van € 178 te vergoeden. De uitspraak is vastgesteld door U.E. Tromp, J.T. Sanders en W.M.G. Visser, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd. De beslissing is op 3 juli 2020, met de nodige coronabeperkingen, in het openbaar uitgesproken. aangetekend aan partijen verzonden: Tegen deze uitspraak kan zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan binnen zes weken na de verzenddatum van de uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Wanneer die personen geen gebruik willen maken van digitaal procederen, sturen zij het beroepschrift in cassatie aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
- Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
- Alleen bij procederen op papier: het cassatieberoepschrift moet ondertekend zijn;
- Het cassatieberoepschrift moet ten minste vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. De indiener zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.