← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2020:1259

Rolnummer: 22-002300-18 PO Parketnummer: 10-059663-18 Datum uitspraak: 6 juli 2020 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 25 mei 2018 in de ontnemingszaak tegen de betrokkene: [betrokkene], geboren te [plaats] op [dag] 1967, [adres]. Onderzoek van de zaak Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 22 juni

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht. Vordering van het Openbaar Ministerie De oorspronkelijke vordering van het Openbaar Ministerie houdt in dat het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat, zal worden vastgesteld op € 60.422,22 en dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de officier van justitie de vordering beperkt tot een bedrag van € 30.211,
  2. Procesgang Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 25 mei 2018 is het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 30.211,11 en ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel is aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag. Namens de betrokkene is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis zal worden bevestigd. Beoordeling van het vonnis Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Beoordeling van de vordering Bij arrest van dit gerechtshof van 6 juli 2020 (rolnummer 22-002301-18) is de betrokkene als verdachte in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Het Openbaar Ministerie dient, nu een veroordeling wegens een strafbaar feit ontbreekt, niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit arrest is gewezen door mr. C.G.M. van Rijnberk, mr. L.C. van Walree en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. C. Hol. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 juli
  3. De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.