datum beschikking: 2 juli 2020 GERECHTSHOF DEN HAAG meervoudige raadkamer BESCHIKKING gegeven naar aanleiding van het hoger beroep in de zaak van de opgeëiste persoon, genaamd: [Verdachte], geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats], thans gedetineerd in PI Rotterdam, locatie Hoogvliet. Procesgang De rechtbank Rotterdam heeft in raadkamer bij beschikking van 11 juni 2020 het verzoek van de opgeëiste persoon om schorsing van de uitleveringsdetentie niet-ontvankelijk verklaard. Blijkens de akte rechtsmiddel is op 12 juni 2020 namens de verdachte hoger beroep tegen die beslissing ingesteld. Het hof heeft dit hoger beroep op 2 juli 2020 in raadkamer behandeld. Aanwezig is [tolk], die als beëdigd tolk in de Engelse taal is ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers, onder registratienummer [nummer]. Al hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen is door voornoemde tolk vertolkt. In raadkamer zijn gehoord de waarnemende advocaat en de advocaat-generaal. Voorts heeft het hof – in verband met de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus - in raadkamer via telehoren de opgeëiste persoon gehoord. Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van de beslissing waarvan beroep en van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de opgeëiste persoon. De beoordeling van het hoger beroep Namens de opgeëiste persoon is betoogd dat de rechtbank het verzoek tot schorsing van de uitleveringsdetentie ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ter onderbouwing is onder meer aangevoerd dat de rechtbank een onjuiste lezing van de Uitleveringswet heeft gegeven. Het hof overweegt het volgende. Artikel 56 van de Uitleveringswet luidt als volgt:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.