GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer: 200.253.526/01 Beschikking in het incident ex art. 360 lid 2 Rv, mondeling uitgesproken op 14 februari 2019; schriftelijke uitwerking vastgesteld op 28 februari 2019 inzake ABLYNX N.V., gevestigd te Ghent-Zwijnaarde, België, verzoekster in het incident, geïntimeerde in de hoofdzaak, hierna te noemen: Ablynx, advocaat: mr. W.E. Pors te 's-Gravenhage, tegen VHSQUARED LTD gevestigd te Cambridge, Verenigd Koninkrijk, gerekwestreerde in het incident, appellante in de hoofdzaak, advocaat: mr. D.A.M.H.W. Strik te Amsterdam, en 1UNILEVER NEDERLAND B.V., gevestigd te Rotterdam, 2. UNILEVER NEDERLAND HOLDINGS B.V., gevestigd te Rotterdam, 3. UNILEVER N.V., gevestigd te Rotterdam, 4. UNILEVER RESEARCH AND DEVELOPMENT VLAARDINGEN B.V. gevestigd te Vlaardingen, 5. UNILEVER VENTURES HOLDINGS B.V. gevestigd te Rotterdam, 6. BAC IP B.V. gevestigd te Naarden, gerekwestreerden in het incident, belanghebbenden in de hoofdzaak hierna te noemen: Unilever c.s., advocaat: mr. R.E. Ebbink te Amsterdam. 1Het geding Bij beroepschrift (tevens houdende exceptie van onbevoegdheid) ingekomen ter griffie op 25 januari 2019 heeft VHsquared beroep ingesteld tegen de beschikkingen van de rechtbank Den Haag van 26 oktober 2018 en 11 december 2018 in de zaak met zaak-/rekestnummer C/09/533461 / HA RK 17-294. In eerstgenoemde beschikking is op verzoek van Ablynx een voorlopig getuigenverhoor bevolen en in de daarop volgende beschikking is bepaald dat het voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden op 18 en 19 februari 2019. Deze beschikkingen zijn niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard; Ablynx had daarom ook niet verzocht. Unilever c.s. waren in die procedure gerekwestreerden. VHsquared was in die procedure geen partij en – naar zij stelt ten onrechte – evenmin als belanghebbende opgeroepen. Bij beschikking van 31 januari 2019 heeft de rechtbank Den Haag vastgesteld dat het door VHsquared ingestelde beroep schorsende werking heeft. Bij verzoekschrift ingekomen ter griffie op 4 februari 2019 heeft Ablynx verzocht om voornoemde beschikkingen van 26 oktober 2018 en 11 december 2018 alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. VHsquared en Unilever c.s. hebben verweerschriften ingediend die ter griffie zijn ingekomen op 12 februari 2019. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 februari 2019. Namens Ablynx is haar verzoek toegelicht door haar advocaat voornoemd, VHsquared en Unilever c.s. hebben verweer gevoerd, VHsquared bij monde van mr. S.H. Barten, advocaat te Amsterdam, Unilever c.s. bij monde van haar advocaat voornoemd, allen aan de hand van overgelegde pleitnotities. 2De feiten en voorafgaande procedure 2.1 In een eerdere tussen Ablynx en Unilever c.s. aanhangige procedure, ingeleid bij de rechtbank Den Haag bij dagvaarding van 26 november 2012, die kort gezegd ging over de reikwijdte van de door Vrije Universiteit Brussel (“VUB”) aan Unilever c.s. verstrekte licentie onder (onder meer) het aan VUB verleende octrooi EP 1 087 013, heeft het Gerechtshof Den Haag bij arrest van 7 juni 2016 voor recht verklaard: “dat Unilever in Nederland inbreuk maakt op EP 013 indien Unilever door VHsquared volgens de technologie van de Hamers-octrooien ontwikkeld VHH Product in of voor haar bedrijf vervaardigt, gebruikt of in het verkeer brengt of verder verkoopt, verhuurt, aflevert of anderszins verhandelt, dan wel voor een en ander aanbiedt, invoert of in voorraad heeft, voor zover dit VHH Product een therapeutische of profylactische werking heeft ten aanzien van specifieke pathogenen”. 2.2 Het door Unilever c.s. ingestelde cassatieberoep is bij arrest van de Hoge Raad van 2 februari 2018 verworpen. 2.3 Unilever Nederland Holdings B.V., heeft op 22 december 2010 aan VHsquared een sub-licentie verleend. Ablynx heeft eveneens een (sub-)licentie verkregen onder EP 013 en stelt dat zij schade heeft geleden doordat Unilever c.s. buiten de reikwijdte van de aan haar verstrekte licentie is getreden (en daarmee op het terrein is gekomen waarop de exclusieve (sub-)licentie van Ablynx betrekking had, kort gezegd: medische toepassingen). 2.4 EP 013 claimt een werkwijze voor het genereren van zware-ketenantilichamen of van hun VHH-fragmenten, nucleotide sequenties, vectoren, en DNA-bibliotheken. EP 013 behoort tot de Hamers octrooifamilie, die ziet op zware-keten antilichamen uit kameelachtigen, voor de VHH fragmenten hiervan, en voor de hiervan afgeleide nanobodies. Nanobodies kunnen worden gebruikt voor de behandeling van ernstige en/of levensbedreigende menselijke ziekten, zoals ontstekingsziekten, hematologie, kanker en ademhalingsziekten. EP 013 is vervallen op 18 augustus 2013. 2.5 Bij verzoekschrift ingediend bij dit hof op 23 december 2015 heeft Ablynx om een voorlopig getuigenverhoor verzocht. Daarmee beoogde zij nader bewijs te verkrijgen ten behoeve van een nog bij de Rechtbank Den Haag aanhangig te maken procedure waarin een moratorium zal worden gevorderd bij de introductie van een niet onder de licentie vallend product dat gedurende de looptijd van de Hamers-octrooien is ontwikkeld, mocht uit het te vergaren bewijs blijken dat Unilever c.s. buiten haar licentie is getreden. 2.6 Omdat Ablynx het verzoekschrift ingevolge artikel 187 lid 1 Rv aanhangig had dienen te maken bij de Rechtbank Den Haag en niet bij Hof Den Haag heeft het hof zich bij beschikking van met inachtneming van artikel 73 Rv onbevoegd verklaard en de procedure in de stand waarin deze zich bevond verwezen naar de Rechtbank Den Haag. Na aanhouding in verband met het door Unilever c.s. ingestelde cassatieberoep in de hoofdzaak en herziene verzoekschriften en herziene verweerschriften, heeft dit geleid tot de bestreden beschikkingen. 3Het incident 3.1 In het incident op de voet van artikel 360 lid 2 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (“Rv”) vordert Ablynx dat het hof de beschikkingen van de rechtbank alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaart. 3.2 Ablynx stelt zich op het standpunt dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.