Rolnummer: 22-005499-19 Parketnummers: 09-077767-19 en 09-253327-19 (gevoegd) Datum uitspraak: 28 september 2020 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 29 november 2019 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1971, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met aftrek van voorarrest, waarvan 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast is aan de verdachte een gebiedsverbod voor de duur van 3 jaren opgelegd, met dadelijke uitvoerbaarheid, en zijn beslissingen genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij en de in beslag genomen voorvork, een en ander zoals omschreven in het bestreden vonnis. De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Zaak met parketnummer 09-077767-19: hij op of omstreeks 2 april 2019 te Alphen aan den Rijn opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde] (gevestigd [adres]) toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; Zaak met parketnummer 09-253327-19 (gevoegd): hij op of omstreeks 22 oktober 2019 te Alphen aan den Rijn opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan politie Eenheid Den Haag en/of politiebureau Alphen aan den Rijn, toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-077767-19 en in de zaak met parketnummer 09-253327-19 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Zaak met parketnummer 09-077767-19: hij op of omstreeks 2 april 2019 te Alphen aan den Rijn opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten die aan [benadeelde] (gevestigd [adres]) toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; Zaak met parketnummer 09-253327-19 (gevoegd): hij op of omstreeks 22 oktober 2019 te Alphen aan den Rijn opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten die aan politie Eenheid Den Haag en/of politiebureau Alphen aan den Rijn, toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Bewijsoverweging De verdachte bekent de ruiten van [benadeelde]. en een politiebureau te hebben vernield. De verdachte meent evenwel dat zijn handelen valt te rechtvaardigen zodat hij, nu de wederrechtelijkheid aan zijn handelen ontbreekt, dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hiertoe voert hij aan dat hem door het betreffende deurwaarderskantoor onrecht is aangedaan omdat zijn huurwoning in het verleden door hen onrechtmatig is ontruimd, en dat hij bij de politie werd weggestuurd toen hij aangifte wilde doen. Het hof oordeelt dat in dit verband ten aanzien van beide feiten geen sprake is van een binnen het strafrecht aanvaarde (wettelijke) rechtvaardigingsgrond en verwerpt dit gevoerde verweer. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het in de zaak met parketnummer 09-077767-19 en in de zaak met parketnummer 09-253327-19 bewezen verklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling van de ruiten van [benadeelde] en van een politiebureau. Door zo te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de eigendommen van anderen en de benadeelden schade en overlast berokkend. De verdachte meent dat hij deze ruiten gerechtvaardigd heeft vernield, nu hem jaren geleden onrecht is aangedaan doordat zijn huurwoning is ontruimd terwijl hij geen huurschuld had. Ter terechtzitting heeft de verdachte over deze situatie - wederom - zijn woede en frustratie getoond. De verdachte zorgt door dit gedrag voor overlast en gevoelens van angst bij de medewerkers van [benadeelde]. Het hof houdt rekening met het feit dat er – zoals door de raadsman is betoogd en ook tijdens de behandeling ter zitting wel aannemelijk is geworden - bij de verdachte mogelijk sprake is van psychische problematiek. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 augustus 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van vergelijkbare en andersoortige strafbare feiten. Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Gelet op de lange duur van het conflict, de impact voor de medewerkers van [benadeelde] en het gevaar voor verdere escalatie is het hof voorts van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal het hof aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen, inhoudende een gebiedsverbod voor de duur van 3 jaren. Dit gebiedsverbod houdt in dat veroordeelde gedurende 3 jaren zich niet zal begeven binnen een straal van 300 meter van de volgende locatie: [adres] te Alphen aan den Rijn. Het hof zal daarbij bevelen dat de maatregel ex art. 38v van het Wetboek van Strafrecht dadelijk uitvoerbaar is. Vordering tot schadevergoeding [benadeelde] In eerste aanleg heeft [benadeelde] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-077767-19 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 2.960,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.