GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.245.174/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/535980/HA ZA 17-739 Arrest van 6 oktober 2020 inzake AUM Holding B.V., gevestigd te Rotterdam, appellante, hierna te noemen: AUM, advocaat: mr. L. Hennink te Rotterdam, tegen Baker Tilly (Netherlands) N.V., voorheen genaamd Baker Tilly [naam] N.V., gevestigd te Gouda, geïntimeerde, hierna te noemen: Baker Tilly, advocaat: mr. G.N. Creijghton te Utrecht. Het geding Bij exploot van 25 juli 2018 is AUM in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 25 april 2018. Bij arrest van 9 oktober 2018 is een comparitie na aanbrengen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 10 december 2018. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt. Bij memorie van grieven heeft AUM zes grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord (met producties) heeft Baker Tilly de grieven bestreden en tevens incidenteel appel ingesteld. AUM heeft zich bij akte verzet tegen de vermeerdering van eis. Baker Tilly heeft hierop gereageerd bij antwoordakte tevens akte overlegging producties (met producties). Vervolgens hebben partijen via een videoverbinding waarbij sprake is geweest van een directe beeld- en geluidsverbinding met het hof, op 7 september 2020 de zaak doen bepleiten, AUM door mr. L. Hennink, advocaat te Rotterdam, (zonder het gebruik van pleitnotities) en Baker Tilly door mr. G.N. Creijghton, advocaat te Utrecht, aan de hand van overgelegde pleitnotities. Baker Tilly heeft ten pleidooie nog een productie overgelegd (prod. 15). Ten slotte is arrest bepaald. De feiten 1. Het gaat in deze zaak over twee voorschotfacturen inzake accountantswerkzaamheden en een factuur inzake de voorbereiding van een aangifte vennootschapsbelasting, en ook over de met de invordering van die facturen gemoeide (buitengerechtelijke en proces-) kosten. De door de rechtbank in het vonnis van 25 april 2018 vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Het betreft de hierna volgende feiten. 1.1. Baker Tilly is een landelijk opererende accountant en belastingadviseur. 1.2. AUM is de financiële holdingmaatschappij van onder meer Game World B.V. (hierna: Game World), Ricatech B.V. (hierna: Ricatech) en Caliburl l Europe B.V. (hierna: Caliburl 1). Bestuurder en enig aandeelhouder van AUM is dhr. [bestuurder] (hierna: [bestuurder] ). 1.3. AUM heeft Baker Tilly eind 2015 opdracht gegeven om de statutaire jaarrekeningen van AUM en Game World over het boekjaar 2015 te controleren en om de jaarrekeningen van Ricatech en Caliburl I samen te stellen, op basis van de door AUM gevoerde administratie. Partijen hebben de voorwaarden van de opdracht vastgelegd in een door beide partijen ondertekende schriftelijke opdrachtbevestiging van Baker Tilly van 16 september 2015 (hierna: de overeenkomst). In de overeenkomst staat onder meer het volgende: 'Honorarium Ons honorarium voor de controle van het boekjaar eindigend op 31 december 2015 is als volgt (in € exclusief BTW): 2015 AUM Holding B.V. - controle 1.750 - opstellen geconsolideerde jaarrekening 2.500 - vpb aangifte 750 5.000 Game World B.V. - controle 32.900 - opstellen geconsolideerde jaarrekening 2.000 - vpb aangifte 750 35.650 Ricatech B.V. - aandeel in groepscontrole (t.b.v. moedermij) 1.500 - samenstellingsopdracht 1.000 - vpb aangifte 425 2.925 Calibur11 Europe B.V. -samenstellingsopdracht 1.000 - vpb aangifte 425 1.425 Totaal 45.000 (...) De bedragen zijn gebaseerd op de verwachte tijdsbesteding. De individuele uurtarieven zijn in overeenstemming met de mate van verantwoordelijkheid en de vereiste ervaring en bekwaamheid van elk der teamleden. Ons honorarium voor verrichte werkzaamheden zal maandelijks in rekening worden gebracht op basis van de voortgang daarvan. De betalingstermijn bedraagt 14 dagen. Bij de berekening van het honorarium zijn met u de volgende uitgangspunten ten aanzien van de controle 2015 overeengekomen: (...) 2. In de controle kan worden gesteund op effectieve IT general controls en key application controls; (...) 4. Benodigde informatie wordt tijdig, kwalitatief toereikend en conform afspraak aangeleverd. Bijzondere prioriteit ligt bij de onderbouwingen t.a.v. de voorraadvoorziening en de balanspositie compensaties; (...) 6. Vanaf 2015 zijn vorderingen op verbonden partijen buiten de groep niet meer van toepassing (...) 10. Uw wens is om uiterlijk 1 april de getekende controleverklaringen te ontvangen. Indien voldaan wordt aan bovengenoemde uitgangspunten en de oplevering van de benodigde informatie voor de balanscontrole uiterlijk 29 februari 2016 9.00 uur beschikbaar is moet dit realiseerbaar zijn.' 1.4. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Baker Tilly (hierna: de Algemene Voorwaarden) van toepassing. De Algemene Voorwaarden houden onder meer het volgende in: ‘Artikel 4 - Informatieverstrekking door Opdrachtgever (...) 3. De uit de vertraging in de uitvoering van de opdracht voortvloeiende extra kosten en extra honoraria, ontstaan door het niet, niet tijdig of niet behoorlijk ter beschikking stellen van de verlangde gegevens en bescheiden, zijn voor rekening van Opdrachtgever. (...) Artikel 8 - Honorarium 1. Het honorarium is niet afhankelijk van de uitkomst van de verleende opdracht. 2. Indien, voordat de opdracht geheel is uitgevoerd, tarieven, lonen en/of prijzen een wijziging ondergaan, is Opdrachtnemer gerechtigd de overeengekomen vergoeding dienovereenkomstig aan te passen. 3. (...) Artikel 9 - Betaling 1. Betaling door Opdrachtgever dient (..) te geschieden binnen de overeengekomen betalingstermijn, doch in geen geval later dan veertien dagen na factuurdatum. (...) 2. Indien Opdrachtgever niet binnen de termijn als bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft betaald, is Opdrachtgever, zonder nadere ingebrekestelling en onverminderd de overige rechten van Opdrachtnemer, vanaf de vervaldag wettelijke rente (ex artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek) verschuldigd tot op de datum van algehele voldoening. 3. Alle in redelijkheid gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke (incasso)kosten, die Opdrachtnemer maakt als gevolg van de niet-nakoming door Opdrachtgever van diens betalingsverplichtingen komen ten laste van Opdrachtgever. (...) ' 1.5. Bij e-mail van 29 februari 2016 heeft dhr. [toenmalig partner] , (toenmalig) partner accountant RA bij Baker Tilly (hierna: [toenmalig partner] ) onder meer het volgende aan [bestuurder] bericht: 'In het kader van afspraken 4 en 10 hebben we afgesproken dat de systematiek van de voorraadvoorziening in december zou worden afgestemd, zoals ook vastgelegd in de overeengekomen PBC-lijst. Ondanks meerdere pogingen van onze kant om tot afstemming te komen is dat op heden niet gerealiseerd. Hoewel we begrip hebben voor de redenen waardoor meerdere afspraken tot afstemming helaas geen doorgang konden vinden, en we niet twijfelen aan jullie welwillendheid, constateren we feitelijk dat we er helaas niet in zijn geslaagd vooraf volstrekte duidelijkheid te hebben over de wijze waarop de onderbouwing door jullie wordt aangeleverd en de geschiktheid van de aanlevering voor de onderbouwing van de voorraadwaardering in de jaarrekening. Bijkomend issue is dat, zoals blijkt uit de management letter, deels niet gesteund kan worden op effectieve 1T general controls en key application controls. Vanmorgen is de oplevering door ons gecheckt en hebben we vastgesteld dat de onderbouwing van de voorraadvoorziening, de analyse van marges en de informatie ter ondervanging van niet effectieve IT general controls en key application controls onvoldoende beschikbaar zijn. Toegezegd is om deze uiterlijk aanstaande woensdag op te leveren. Dat betekent dat ons team pas aanstaande donderdag met de controle van deze onderdelen kan starten. Dat is enerzijds inefficiënt en anderzijds een vertraging, waardoor we gewenste deadline van 1 april mogelijk niet zullen realiseren. Uiteraard zullen wij ons best doen in goede samenwerking met jullie die datum wel te realiseren, maar een harde resultaatverplichting aan onze kant kan niet meer aan de orde zijn.' 1.6. [bestuurder] heeft daarop diezelfde dag onder meer het volgende geantwoord: 'Het onderzoek is een niet volledige weergave van feiten en tevens een bijzondere constatering gezien het feit dat het onderzoek nu pas 4 uur oud is. Inzake de voorraadanalyse hebben beide partijen afgesproken dat deze vandaag zou worden opgeleverd. Dit is ook inmiddels gebeurt. (...) Ik hou [naam] aan de gemaakte afspraken, indien jij denkt dat dit niet gaat lukken staat het je vrij om de controle opdracht naast je neer te leggen. ' 1.7. Bij e-mail van 24 maart 2016 heeft Baker Tilly een actielijst met openstaande vragen aan AUM toegezonden, waarop Baker Tilly antwoord en documentatie wil ontvangen om de deadline van 1 april te halen. Op 30 maart 2016 heeft een bespreking plaatsgevonden. Bij e-mail van 31 maart 2016 heeft Baker Tilly een overzicht van de nog openstaande actiepunten aan AUM toegestuurd. 1.8. De controleopdracht was op 1 april 2016 nog niet afgerond. Bij e-mail van 15 april 2016 heeft [bestuurder] aan [toenmalig partner] bericht dat hij niet blij is met de gang van zaken en dat hij verwacht dat Baker Tilly de volgende maandag alle vragen oplevert waarover volgens Baker Tilly onduidelijkheid bestaat, zodat de controle de woensdag daarna zou kunnen worden afgerond. 1.9. Bij e-mail van 25 april 2016 heeft Baker Tilly aansprakelijk gesteld voor het niet afronden van de controlewerkzaamheden op of voor 1 april 2016. Mede naar aanleiding van deze aansprakelijkstelling heeft op 20 mei 2016 een overleg tussen partijen plaatsgevonden. In navolging op dit gesprek heeft [toenmalig partner] bij e-mail van 23 mei 2016 het volgende aan [bestuurder] bericht: 'Tijdens onze bespreking afgelopen vrijdag (...) hebben we het volgende besproken: (...) 3. Jij stemt in met het door ons gevraagde voorschot van € 15.000 excl BTW en zal deze per omgaande overmaken op onze bankrekening. (…) 6. Je gaf aan dat de aansprakelijkstelling en de in diverse e-mails geëiste toezeggingen met betrekking tot de afronding van de controle 2015 in emotie zijn gedaan en niet bedoeld waren om daadwerkelijk ten uitvoer te brengen. Je gaf aan dat het beter was geweest als deze uitingen niet waren gedaan en je trekt de aansprakelijkstelling en de geëiste toezeggingen in. (. ..) Je erkent immers dat het ook in jouw belang is dat de controlewerkzaamheden zorgvuldig worden afgerónd en gedocumenteerd ' 1.10. [bestuurder] heeft in reactie op de e-mail van 25 april 2016 geantwoord dat dit een goede weergave van de besproken zaken is. 1.11. Bij e-mail van 21 juni 2016 heeft [toenmalig partner] AUM over de stand van zaken met betrekking tot de controleopdracht geïnformeerd en AUM op bepaalde punten om nadere informatie en documentatie verzocht. Ook schrijft [toenmalig partner] aan het slot van zijn e-mail: 'Op € 700 na is het tweede voorschot van € 10.000 verbruikt. Ik ga een derde voorschot van € 10.000,- factureren. Akkoord? ' 1.12. [bestuurder] heeft diezelfde dag op de e-mail geantwoord en voorgesteld een afspraak te maken. In zijn antwoord gaat [bestuurder] verder niet in op de vraag of hij akkoord is met het factureren van een derde voorschot. 1.13. Baker Tilly heeft op 22 juni 2016, na een bespreking met AUM, het aanvullende derde voorschot van € 10.000,- (€ 12.100,- inclusief btw) aan AUM gefactureerd. 1.14. Bij e-mail van 6 juli 2016 (verzonden om 10:52 uur) heeft [toenmalig partner] een nieuw aanvullend (vierde) voorschot van € 10.000,- voorgesteld en aan [bestuurder] gevraagd of hij daarmee akkoord is. Diezelfde dag hebben partijen gesproken. Om 17:15 uur heeft [bestuurder] nog een e-mail aan [toenmalig partner] verstuurd, waarin hij [toenmalig partner] bedankt voor 'het prettige onderhoud'. In de e-mail is niets opgemerkt over het voorstel tot het betalen van een vierde voorschot. 1.15. Bij e-mail van 11 juli 2016 heeft [bestuurder] onder meer het volgende aan [toenmalig partner] bericht: 'Het is ons opgevallen dat de facturen inzake jullie dienstverlening, zijnde 45k, gericht en gefactureerd zijn aan AUM Holding B.V. Zouden jullie deze dan ook conform de facturatie willen verwerken ten laste van het resultaat van AUM Holding B.V.?' 1.16. Op 13 juli 2016 heeft Baker Tilly een vierde voorschotfactuur aan AUM verstuurd, ten bedrage van € 10.000,- (€ 12.100,- inclusief btw). 1.17. Baker Tilly heeft op 14 juli 2016 de controleverklaringen voor de jaarrekeningen 2015 van AUM en Game World en de samenstelverklaringen van de jaarrekeningen 2015 van Ricatech en Caliburl 1 aan de directie van AUM verstrekt. In de door Baker Tilly gecontroleerde jaarrekening van AUM is onder meer een post van € 45.000,- voor 'AUM additionele accountantskosten' in mindering gebracht op het resultaat. 1.18. AUM heeft de eerste twee voorschotfacturen voldaan, maar de laatste twee voorschotfacturen van 22 juni en 13 juli 2016 niet. Bij brieven van 18 augustus 2016 en 2 september 2016 heeft Baker Tilly AUM aangemaand om die openstaande voorschotfacturen alsnog te betalen. In een bespreking van 5 september 2016 heeft AUM bezwaar gemaakt tegen de voorschotfacturen voor het meerwerk. Baker Tilly heeft in diezelfde bespreking een urenspecificatie voor het meerwerk overhandigd, waarin is opgenomen dat 244,5 uur is gewerkt, tegen een totaalbedrag van € 45.076,74. 1.19. Op 7 september 2016 heeft Baker Tilly een bedrag van € 2.323,21 (inclusief btw) aan AUM gefactureerd. De factuur houdt deels verband met 'fiscaal advies inzake innovatiebox en herstructurering'. Ook wordt € 628,13 (exclusief btw) in rekening gebracht voor het voorbereiden van de aangifte vennootschapsbelasting 2015. 1.20. Bij e-mail van 7 september 2016 heeft AUM onder meer het volgende aan Baker Tilly bericht: 'Wij hebben afgelopen maandag een gesprek gehad met als doel de afgelopen controle te evalueren. (...) Het gevolg van de controle is dat: [naam] aangeeft 35.000,- meer aan uren gemaakt te hebben dan begroot. Doch deze niet in rekening heeft gebracht. Gameworld diverse meerwerk facturen heeft gehad van [naam] voor in totaal 45.000,-, wat een overschrijding van de originele controle opdracht is van 100%. Van de 45.000,- aan meerwerk, is 20.000 exclusief btw nog niet voldaan. (...) Wij hebben maandag bezwaar gemaakt inzake het meerwerk en dit toegelicht. Jullie hebben aangegeven dat een eventueel bezwaar niet rechtsgeldig is op het gedeelte wat reeds voldaan is. Hiermee zijn we het niet eens omdat er volgens ons sprake was van een machtsmisbruik situatie en daarnaast willen wij jullie erop wijzen dat wij in de e‑mail van 12 en 17 mei al hebben aangegeven betalingen inzake meerwerk onder protest te verrichten en het recht hebben om hierop in de toekomst terug te komen. (...) ' 1.21. Bij brief van diezelfde dag heeft Baker Tilly aan AUM medegedeeld dat zij haar verdere werkzaamheden, inclusief het opstellen van de aangiften vennootschapsbelasting, opschort totdat de openstaande facturen zijn betaald. 1.22. Bij e-mail van 26 september 2016 heeft AUM aan Baker Tilly bericht dat de factuur van 7 september 2016 tot een bedrag van € 1.720,47 is voldaan. Het restant (€ 602,74 in verband met de voorbereiding van de aangifte vennootschapsbelasting 2015) is volgens AUM niet verschuldigd, onder meer omdat hiervoor geen opdracht is gegeven en er een prijsafspraak is gemaakt op basis van het verrichten van aangiften, niet op het voorbereiden daarvan. Het geschil en het vonnis in eerste aanleg 2. Baker Tilly heeft in eerste aanleg gevorderd - na vermeerdering van eis - de veroordeling van AUM tot betaling van: i.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.