GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.274.474/01 Zaaknummer rechtbank : C/10/589325/ KG ZA 20-15 arrest in kort geding van 6 oktober 2020 inzake Canden Marine Fuel Services Ltd., gevestigd te Saint-Lambert, Province of Quebec, Canada, appellante, hierna te noemen: CMF, advocaat: mr. A.C. van der Bent te Rotterdam, tegen Regano Navigation Corp., gevestigd te Majuro, Ajeltake Island (Marshall Eilanden), geïntimeerde, hierna te noemen: Regano, advocaat: mr. A. Jumelet te Rotterdam. Het geding Bij exploot van 12 februari 2020 is CMF in hoger beroep gekomen van een door de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam (hierna: de voorzieningenrechter) tussen partijen gewezen vonnis van 20 januari 2020 (hierna: het bestreden vonnis). Bij memorie van grieven met producties heeft CMF vijf grieven aangevoerd. Regano heeft de grieven bestreden bij memorie van antwoord met producties. Vervolgens hebben partijen op 17 augustus 2020 de zaak doen bepleiten door hun hiervoor genoemde advocaten, beiden aan de hand van overgelegde pleitnotities. Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt. Ten slotte is arrest bepaald. De beoordeling van het hoger beroep De feiten 1. De feiten waarvan de voorzieningenrechter in r.o. 2.1-2.7 van het bestreden vonnis is uitgegaan, zijn niet in geschil. Ook het hof zal van die feiten uitgaan. 2. Met wat verder in hoger beroep is komen vast te staan, gaat het in deze zaak om het volgende: 2.1 Regano is eigenaar van het onder Panamese vlag varende motorschip “[naam motorschip]” (hierna: het schip). 2.2 Regano heeft het schip op grond van een tijdbevrachtingsovereenkomst enige maanden ter beschikking gesteld aan Navigazione M SRL (hierna: Navigazione). 2.3 In de periode van omstreeks juli tot september 2019 zijn bunkers geleverd aan het schip. In de daarvoor door CMF aan Navigazione gerichte vier ‘order confirmations’ is onder meer opgenomen: “Our General Terms and Conditions of Sale (GTCS) dated January 2014 (…) shall apply to this contract (…).” 2.4 De General Terms & Conditions of Sale Canden Marine Fuel Services Ltd. January 2014 (hierna: de algemene voorwaarden) houden onder meer in: “14. SECURITY Product supplied in each Contract is sold and effected on the credit of the Vessel, as well as on the promise of the Buyer to pay, and it is agreed and understood that the Buyer warrants that the Seller will have and may assert a maritime lien against the Vessel for the amount due for the Products delivered. The maritime lien shall extend but not be limited to the Vessel’s freight payments for the voyage during which the Products were received and also freights owed to Buyer on any subsequent voyages. Disclaimer stamps or disclaimer of lien stamps placed on the Bunker Delivery Receipt shall have no effect in principal or law towards the waiver of such lien. (…) Subject to the Seller’s right set forth herein to enforce his right of lien against any Vessel to which the Seller provides Products in any jurisdiction in accordance with the law of the United States of America, the Contract made in accordance herewith, as well as its performance and enforcement shall be governed by the General Maritime Law of the United States. The General Maritime Law of the United States shall apply with respect to the existence of a maritime lien, regardless of the country in which Seller takes legal action. Nothing herein shall affect or prejudice the right of the Seller to take action and/or commence proceedings in any Jurisdiction to enforce his right of lien on Vessels or to otherwise obtain security by seizure, attachment or arrest of assets. (…)” 2.5 Voor de bunkerleveranties heeft CMF vier facturen tot een totaalbedrag van $ 252.703,07 verzonden aan Navigazione. Navigazione heeft de facturen onbetaald gelaten. 2.6 Na op 3 januari 2020 verkregen verlof van de (beslag)voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam heeft CMF op 5 januari 2020 conservatoir beslag laten leggen op het schip (hierna: het beslag, of: het (eerste) beslag). 2.7 Het beslag is bij het bestreden vonnis door de voorzieningenrechter opgeheven. 2.8 De (beslag)voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 20 januari 2020, naar aanleiding van een ongeveer gelijkluidend verzoekschrift van CMF als dat ten grondslag lag aan het (eerste) beslag, verlof verleend aan CMF tot het nogmaals leggen van conservatoir beslag op het schip. CMF heeft op 20 januari 2020 (nogmaals) conservatoir beslag laten leggen op het schip (hierna: het tweede beslag). 2.9 Bij vonnis van een andere voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 24 januari 2020 (hierna: het tweede kortgedingvonnis) heeft die voorzieningenrechter het tweede beslag opgeheven. Tegen het tweede kortgedingvonnis is geen hoger beroep ingesteld. 2.10 Het schip is op enig moment na opheffing van het tweede beslag uit Nederland vertrokken. In april 2020 is het schip op verzoek van CMF in Portugal beslagen. Regano heeft ter verkrijging van opheffing van dat beslag zekerheid gesteld voor de vordering van CMF. Het geschil 3.1 Regano heeft in eerste aanleg, zakelijk weergegeven, opheffing van het (eerste) beslag gevorderd. 3.2 Bij het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter het (eerste) beslag opgeheven (zie 2.7 hiervoor). De voorzieningenrechter heeft daartoe onder meer overwogen, samengevat, dat naar Amerikaans recht een vordering (opmerking hof: wellicht is bedoeld: verhaalsrecht) op Regano niet summierlijk aannemelijk is omdat gelet op de tussenschakels tussen CMF en Navigazione onvoldoende duidelijk is of de bunkerleveranties kunnen worden gebracht onder de wetsbepalingen waaruit volgens CMF een ‘maritime lien’ voortvloeit en voorts dat ook niet summierlijk aannemelijk is dat in dit specifieke geval naar Panamees recht een ‘maritime lien’ bestaat. 3.3 CMF vordert in hoger beroep dat het bestreden vonnis wordt vernietigd en de vorderingen van Regano in eerste aanleg alsnog worden afgewezen. 3.4 Regano concludeert, kort gezegd, tot niet-ontvankelijkheid van CMF, althans tot bekrachtiging van het bestreden vonnis. Rechtsmacht 4. Terecht heeft de voorzieningenrechter zich bevoegd geacht op grond van artikel 705 Rv. Daarmee is ook het hof bevoegd. Ontvankelijkheid CMF 5. CMF is ontvankelijk in haar hoger beroep. Een onrechtmatig gelegd beslag kan een grondslag voor een schadevergoedingsverbintenis opleveren. CMF heeft daarom belang bij een oordeel over de juistheid van het bestreden vonnis. Anders dan Regano betoogt, is de juistheid van het bestreden vonnis niet in het tweede kortgedingvonnis beoordeeld. Het tweede kortgedingvonnis ziet immers op (de vordering tot opheffing van) het tweede beslag. Dat in het tweede kortgedingvonnis – ten overvloede – overwegingen zijn gewijd aan de vraag of CMF naar Panamees en Amerikaans recht een verhaalsrecht op het schip heeft, zegt bovendien niets over de juistheid van het bestreden vonnis en staat in elk geval niet in de weg aan ontvankelijkheid van dit hoger beroep. Niet valt in te zien dat, zoals Regano nog betoogt, CMF misbruik maakt van recht of bevoegdheid door in dit hoger beroep het tweede kortgedingvonnis ‘buiten beschouwing te laten’. Opheffing van het beslag 6.1 Nu geen grieven zijn gericht tegen het oordeel in r.o. 4.2 van het bestreden vonnis dat het Verdrag van Brussel van 10 mei 1952 tot het vaststellen van enige eenvormige regels betreffende het conservatoir beslag op zeeschepen Trb. 1981, 165 (het Beslagverdrag) niet van toepassing is, gaat ook het hof daarvan uit. 6.2 Het beslag moet, gezien artikel 705 lid 2 Rv, worden opgeheven indien summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van de door de beslaglegger ingeroepen recht. De vordering tot opheffing van het beslag vereist tevens een afweging van de wederzijdse belangen, waarbij moet worden beoordeeld of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder moet wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag. Verhaalbaarheid op het schip 6.3 CMF betoogt in hoger beroep niet (langer) dat Regano hoofdelijk aansprakelijk is voor de vordering tot betaling van bunkerleveranties, zodat CMF niet uit dien hoofde beslag mag leggen op het schip. Volgens CMF kan zij zich voor haar vordering op Navigazione wel verhalen op het schip, omdat zij zowel naar Amerikaans als Panamees recht een ‘maritime lien’ heeft. De toepasselijkheid van Amerikaans recht op haar vordering onderbouwt CMF met een beroep op artikel 14 van de algemene voorwaarden, dat onder meer luidt “(…) the Contract made in accordance herewith, as well as its performance and enforcement shall be governed by the General Maritime Law of the United States” (hierna: de gestelde rechtskeuze). 6.4 Uit artikel 10:160 lid 2-4 BW volgt dat de vordering slechts op het schip kan worden verhaald indien de vordering zowel naar het recht van de staat waar het schip te boek staat als naar het recht dat op de vordering toepasselijk is, op het schip kan worden verhaald. 6.5 Daargelaten of Regano de algemene voorwaarden, meer in het bijzonder artikel 14 daarvan, tegen zich heeft te laten gelden, kan naar het voorlopig oordeel van het hof niet ervan worden uitgegaan dat Amerikaans recht van toepassing is op de vordering tot betaling van bunkerleveranties. Daartoe wordt het volgende overwogen. 6.5.1 De vaststelling welk recht toepasselijk is op de overeenkomst tussen CMF en Navigazione dient naar Nederlands internationaal privaatrecht te geschieden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), ook als het gaat om verbintenissen die buiten de werkingssfeer van die verordening vallen (artikel 10:153 BW). Dat betekent dat partijen bij de overeenkomst in beginsel bevoegd zijn een rechtskeuze te maken (artikel 3 Rome I). 6.5.2 Bij de beoordeling van de vraag of de gestelde rechtskeuze in het kader van artikel 10:160 BW meebrengt dat Amerikaans recht van toepassing is op de vordering van CMF tot betaling van bunkerleveranties wordt in aanmerking genomen dat de gestelde rechtskeuze is opgenomen in tussen professionele partijen (CMF en Navigazione) overeengekomen algemene voorwaarden die door CMF zijn opgesteld en dat Regano geen partij is bij de overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.