Rolnummer: 22-001203-20 Parketnummer: 10-113389-20 Datum uitspraak: 1 december 2020 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 april 2020 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Tunesië) op [geboortedag] 1995, ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Ter Apel. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek van voorarrest. Voorts is omtrent de vordering van de benadeelde partij beslist als nader in het vonnis omschreven. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 22 april 2020 te Rotterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] in/op/tegen het gezicht en/of het lichaam te spugen, althans in de richting te spugen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 22 april 2020 te Rotterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door hem in/op/tegen het gezicht en/of het lichaam te spugen, ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer] teweeg heeft gebracht; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 23 april 2020 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer], in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door te spugen in/op/tegen het gezicht en/of het lichaam, althans in de richting te spugen; Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 weken, met aftrek van voorarrest. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde Het hof acht, anders dan de advocaat-generaal, niet wettig en overtuigend bewezen dat het opzet van de verdachte – al dan niet in voorwaardelijke zin - was gericht op het bedreigen dan wel mishandelen van de aangever, zodat de verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde behoort te worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 23 april 2020 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer], in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door te spugen in/op/tegen het gezicht. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft een directeur van het Detentiecentrum Rotterdam tijdens een gesprek met hem in een spreekkamer in het gezicht gespuugd. Het bespugen van personen, zeker in het gezicht, is naar zijn aard een uiterst kwalijke en onhygiënische handeling die uiterst grievend is. Het handelen van de verdachte des te kwalijker omdat dat in een kleine ruimte heeft plaatsgevonden en het is gepleegd in een tijd waarin de samenleving onder druk staat door een heersende corona-epidemie, die veel angst en onzekerheid met zich meebrengt. Bovendien getuigt dergelijk gedrag van een groot gebrek aan respect voor het publieke belang dat door het slachtoffer wordt gediend. Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 november 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van beledigingen en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen. Het hof is - alles afwegende – en onder de gegeven omstandigheden van oordeel dat niet anders dan met een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur kan worden gereageerd. Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer] In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 430,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.