← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2021:1041

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.232.290/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/519647/HA ZA 16-1156 arrest van 15 juni 2021 inzake [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. Y. Ersoy te Amsterdam, tegen ING Bank N.V, gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, hierna te noemen: ING, advocaat: mr. T.J.P. Jager te Amsterdam. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Voor het verloop van de procedure tot 19 mei 2020 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. In dit tussenarrest is [appellant] toegelaten tot bewijslevering. [appellant] heeft twee getuigen en zichzelf als partijgetuige laten horen. Van deze verhoren is proces-verbaal opgemaakt. [appellant] heeft een memorie na enquête genomen en ING een antwoordmemorie na enquête. Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep

  1. In het tussenarrest van 19 mei 2020 heeft het hof [appellant] toegelaten te bewijzen dat een medewerker van ING tijdens de bespreking waarbij de borgtocht door [appellant] werd ondertekend hem heeft medegedeeld dat er geen negatieve financiële gevolgen uit de borgtochtovereenkomst voor hem voortvloeien.
  2. Als getuigen zijn gehoord de heren [naam relatiemanager ING] (relatiemanager ING, hierna: [naam relatiemanager ING]), [naam bouwvakker] (bouwvakker, hierna: [naam bouwvakker]) en [appellant] (partijgetuige). De getuige [naam relatiemanager ING] heeft, kort gezegd, verklaard dat hij zich van deze zaak, die zeer lang geleden heeft gespeeld, niets meer kan herinneren. Voor zover hij weet is het ook niet een zaak waar iets bijzonders is voorgevallen waardoor hij specifieke herinneringen aan deze zaak heeft. In zijn beleving is het verder niet aannemelijk dat een medewerker van ING tijdens een bespreking over een borgtochtovereenkomst aan de borg zegt dat er geen negatieve financiële gevolgen uit de borgtocht voor hem voortvloeien. Getuige [naam bouwvakker] heeft, kort gezegd, verklaard dat hem in de ochtend is gevraagd om [appellant] te bellen om naar kantoor te komen. Dat heeft hij gedaan. Er is niet gesproken over stukken die getekend moesten worden. Hij weet ook niet of daar een persoonlijke borgtochtovereenkomst met [appellant] bij zat, hij is niet bij de ondertekening van het contract aanwezig geweest en was niet in de kamer waar dit gebeurde. [naam bouwvakker] is tijdens het getuigenverhoor voorgehouden dat in de stukken is gesteld dat hij bij het gesprek aanwezig was, dat [appellant] in het Turks aan hem heeft gevraagd of er geen negatieve financiële gevolgen uit de borgtochtovereenkomst voor hem voortvloeien, dat hij dit aan de mensen van de ING heeft gevraagd, dat die gezegd hebben dat die negatieve gevolgen er voor [appellant] niet zijn, en dat hij dit in het Turks aan [appellant] heeft medegedeeld. [naam bouwvakker] heeft hierop verklaard dat dit niet juist is en dat hij blijft bij zijn verklaring dat hij niet bij het gesprek aanwezig is geweest.
  3. Deze verklaringen bevatten geen aanvullende bewijzen die zodanig sterk zijn en zodanige essentiële punten betreffen dat zij de door [appellant] als partijgetuige afgelegde verklaring voldoende geloofwaardig maken. Dat [appellant] een schriftelijke verklaring van [naam bouwvakker] heeft overgelegd die afwijkt van de verklaring die [naam bouwvakker] als getuige onder ede heeft afgelegd leidt niet tot een ander oordeel. Met het getuigenverhoor van [naam bouwvakker] is de eerder overgelegde schriftelijke verklaring (die door ING gemotiveerd is betwist) niet bevestigd. Dit leidt tot de slotsom dat [appellant] niet is geslaagd in de hem opgedragen bewijslevering.
  4. De grieven treffen geen doel. Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen en [appellant] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van het hoger beroep. Beslissing Het hof: bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 9 augustus 2017; veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van ING tot op heden begroot op € 1.952,-- aan verschotten en € 14.751,-- aan salaris advocaat; verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. A.J.M.E. Arpeau, M.J. van Cleef-Metsaars en L. Reurich en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.