Rolnummer: 22-003852-18 Parketnummer: 96-129144-18 Datum uitspraak: 2 september 2021 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 13 september 2018 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [plaats] op [datum] 1973, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde. De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij, op of omstreeks 2 mei 2018, te Zoetermeer, een voertuig, te weten een personenauto heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de WVW94, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 17 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 34 uren met een proeftijd van 2 jaren en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Beoordeling van het vonnis Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering Het hof stelt met de advocaat-generaal vast dat het bloedonderzoek niet binnen twee weken na ontvangst van het bloedblok is verricht. Er is daarmee niet voldaan aan de termijn genoemd in artikel 16, eerste lid, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (hierna: Besluit). Deze termijn strekt er evenwel niet toe de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek te waarborgen. De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep in het verlengde hiervan verklaard niet aan de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek te twijfelen. Het hof zijn ook overigens geen omstandigheden gebleken die de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek kunnen raken. Nu gesteld noch gebleken is welk nadeel de verdachte door dit vormverzuim heeft ondervonden, zal het hof volstaan met de constatering van dit vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsverweer Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de gemeten hoeveelheid THC per liter bloed van de verdachte is veroorzaakt door het jarenlange medicinale gebruik van 3 druppels CBD-olie per dag. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Uit het NFI rapport van 18 juni 2018 blijkt dat het gemeten THC-gehalte in het bloed van de verdachte 17 mg/l bloed van de verdachte bedroeg. Uit het aanvullend toxicologisch consult van 5 januari 2021 blijkt dat het gebruik van 3 druppels CBD-olie per dag niet kan leiden tot de gemeten hoeveelheid THC per liter bloed nu dat slechts tot een THC-gehalte van 0,007 mg/l bloed zou hebben geleid. Voorts blijkt uit dat consult dat deze veronderstelde inname per dag niet zal leiden tot “waterige/wazige bloeddoorlopen ogen” en dat de geur van CBD-olie (met of zonder THC) waarschijnlijk niet vergelijkbaar is met de geur van hennep. Gelet op het voorgaande en de bijkomende omstandigheden waaronder de verdachte in de auto is aangetroffen – de verdachte had bloeddoorlopen ogen en er werd op het moment van aanspreken door de politie een cannabisgeur geroken – is niet aannemelijk geworden dat de gemeten hoeveelheid THC per liter bloed is veroorzaakt door het jarenlange gebruik van 3 druppels CBD-olie per dag. Het verweer wordt dan ook verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij, op of omstreeks 2 mei 2018, te Zoetermeer, een voertuig, te weten een personenauto heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de WVW94, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 17 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.