GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.240.018/01Zaaknummer rechtbank : C/09/530740 / HA ZA 17-418 arrest van 20 juli 2021 inzake CHL International B.V., gevestigd te Katwijk, appellante in principaal beroep, geïntimeerde in incidenteel beroep, hierna te noemen: CHL, advocaat: mr. dr. P.J. van der Korst en mr. R.A. Woutering te Amsterdam, tegen Antea Participaties VII B.V., gevestigd te Den Haag, geïntimeerde in principaal beroep, appellante in incidenteel beroep, hierna te noemen: Antea, advocaat: mr. M.N. Mense te Den Haag. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1. Voor het verloop van het geding tot 4 februari 2020 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum, waarbij CHL tot bewijslevering is toegelaten. De enquête heeft plaatsgevonden op 3 november 2020. De contra-enquête heeft plaatsgevonden op 25 november 2020. Beide partijen hebben ter gelegenheid van het getuigenverhoor aanvullende producties overgelegd. Vervolgens hebben partijen achtereenvolgens een memorie na enquête genomen, CHL als eerste. Ten slotte hebben partijen de (aanvullende) stukken gefourneerd en is arrest bepaald. De verdere beoordeling van het hoger beroep 2. Het hof heeft in het tussenarrest CHL toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat partijen tijdens de bespreking op 15 juli 2016 hebben afgesproken dat zij over en weer geen aanspraak op een kostenvergoeding zullen maken. 3. CHL heeft ter uitvoering van de bewijsopdracht een gespreksnotitie, gedateerd 18 juli 2016, van de bespreking op 15 juli 2016 van de hand van [getuige 2] (productie 11) overgelegd. Verder heeft CHL als getuigen doen horen de heer [getuige 1] , destijds (indirect) bestuurder van CHL, en de heer [getuige 2] , adviseur bij het overnametraject. In de contra-enquête zijn de heer [getuige 3] en de heer [getuige 4] , beiden directeur van Antea, als getuigen gehoord. Verder heeft Antea drie (interne) e-mailberichten overgelegd (producties E24 tot en met E26). 4. Ter beoordeling staat nu of CHL is geslaagd in het leveren van het bewijs dat partijen op 15 juli 2016 overeenstemming hebben bereikt over het over en weer niet in rekening brengen van de kosten van het overnametraject. 5. In de door CHL overgelegde gespreknotitie d.d. 18 juli 2016 van [getuige 2] is, voor zover relevant, het volgende opgenomen: “Gespreksonderwerpen: Koopsomaanpassing Op dinsdag 12 juli heeft Antea een voorstel gedaan om de koopsom aan te passen. Antea stelde dat er sprake was van een negatieve koopsom door de daling van de omzet. Hierop is door CHL gereageerd als een onredelijk voorstel, wat bezien kan worden als een voorstel voor beëindiging. Na uitgebreide toelichting vanuit Antea en reactie daarop vanuit CHL (…) heeft na schorsing van de vergadering Antea besloten om af te zien van de koopsomaanpassing, mits [betrokkene 1] 100% achter de vernieuwde prognose van CHL van begin juli kan staan. (…) (…) CAO / pensioen CHL heeft medegedeeld dat de verwachte termijn voor invoering cao/Pensioen op zijn vroegst begin oktober 2016 is en een uitloop naar eind 2016 te verwachten. Dit is langer dan eerder gedacht. (…) Gevolg is dat eigenlijk heel 2016 voor rekening en risico van verkoper is en een overdracht met effectieve datum per 1-1-2016 vreemd zou zijn. Een overdracht per 1-1-2017 is logischer en zorgt ervoor dat alle risico’s die we nu zien in zowel cao/Pensioen, Chroom VI en prognose 2016 duidelijk worden. Dit maakt een overdracht begin 2017, indien partijen dit nog wensen, makkelijker. Terloops werd opgemerkt door [getuige 3] van Antea dat ze beter bij het cao/Pensioen onderzoek en de complexiteit daarvan de stekker eruit hadden moeten trekken. Dit had Antea tav kostenverrekening in een betere positie gebracht. Kostenverrekening werd door Antea aan CHL voorgelegd. CHL pareerde dit met het feit dat zij aan haar kant minimaal even zoveel kosten inmiddels heeft gemaakt en er geen enkele reden tot verrekening is. (…) Hoe nu verder [getuige 3] van Antea gaf aan dat er nog drie mogelijkheden waren: 1. We geven elkaar een hand en beëindigen 2. We geven elkaar een hand en beëindigen, we hebben eind 2016/begin 2017 weer contact voor overname 3. Signing op korte termijn en closing na duidelijkheid CAO/Pensioen. Tijd om te overbruggen is wel lang. (…) Na hervatting van de vergadering gaven wij te kennen dat optie 2 voor ons akkoord is. Hier stemde Antea mee in om vervolgens met elkaar discussie te voeren over de wijze van voortgang tot aan evt nieuwe onderhandelingen om zo de evt overdracht dan snel en efficient te laten zijn. De wijze van voortgangsrapportage zouden we nog op ons in laten werken. De beeindiging in goed overleg daarentegen was duidelijk overeengekomen”. 6. [getuige 1] heeft, voor zover relevant, onder meer het volgende verklaard. “De aanleiding voor de bespreking was de voorbesprekingen die eraan vooraf waren gegaan. Er was een vooraankondiging gedaan door Antea om de prijs aan te passen. Dit heeft op 12 juli geleid[t] tot een telefoongesprek. Daar is aan de orde geweest dat de overeenkomst als beëindigd moest worden beschouwd omdat er geen overeenstemming was over de prijs. Met een prijsverlaging zou ik nooit hebben ingestemd. Daarna is het verzoek van Antea gekomen om alsnog een bijeenkomst te hebben (…). (…) Het gesprek ging eerst omtrent (…) de argumenten die zij zeiden te hebben over hoe de prijsverlaging in elkaar zat en hoe ze daar waren gekomen. (…) Dat heeft geleid tot een korte schorsing. (…) Ik heb toen direct (…) besloten om dit niet te doen. We waren bereid om in het najaar als een aantal knelpunten waren behandeld en opgelost, (…) tot nader overleg te komen. Dit was een nieuwe situatie. We gingen uit elkaar en we hebben elkaar een hand gegeven. Ieder zou zijn eigen kosten dragen. Vanuit de andere kant werd enigszins verward gereageerd, maar niet afwijzend. Er is niet gezegd dat is niet zo (…) (…) U vraagt mij of de gespreksnotitie van [getuige 2] gedateerd 18 juli 2016 een juiste vastlegging is van het gesprek. Dit is volstrekt juist vastgelegd. U vraagt mij of de brief van 19 juli 2016 een juiste vastlegging is. Dat is een juiste vastlegging. Als op 15 juli duidelijk was gemaakt dat Antea geen afstand deed van eventueel gemaakte kosten, dan had ik niet de hand geschud. Dan had ik aangegeven dat eerder al op 12 juli was beëindigd.” 7. [getuige 2] heeft, voor zover relevant, onder meer het volgende verklaard. “U vraagt mij of mijn gesprekverslag van 18 juli 2016 een juiste weergave is van het gesprek. Dat is het. (…) We zijn tijdens de bespreking op 15 juli 2016 ingegaan op het koopprijs vraagstuk (…). De verkoper heeft zijn standpunten gegeven. Toen heeft koper het voorstel gedaan dat de koopsom niet aangepast zou worden. Dat hebben we toen in beraad genomen. (…) Er waren nog andere punten te bespreken zoals voortgang van de CAO. U vraagt mij hoe de partijen uit elkaar zijn gegaan. De situatie kwam van hoe gaan we nu verder. Er waren een aantal opties. We kunnen het nu volledig beëindigen en het daarbij laten. We kunnen het beëindigen en op een later tijdstip opnieuw beoordelen of een overname mogelijk is. Of we gaan nu voor signing en de closing later. Er is kort over de kosten gesproken. Daarop is door onze zijde gezegd dat de kosten die over en weer gemaakt zijn van gelijke strekking zijn en dat ieder zijn eigen kosten moet dragen. Wie dit precies heeft gezegd kan ik mij niet herinneren. (…) Daar is vanuit de andere kant geen ja of nee op gezegd. We hebben aangegeven dat de kosten ieder voor zich zijn. Daarna is er gesproken over beëindiging.(…) (…) U vraagt mij of de brief van 19 juli 2016 van CHL ook een juiste weergave [is]? Dat is het. U vraagt mij of ik mij kan herinneren op welke manier partijen hebben gezegd dat ieder de eigen kosten draagt? De exacte bewoordingen kan ik niet terughalen maar wel dat we uiteindelijk een hand hebben gegeven om het daarbij te laten. Antea heeft toen geen voorbehoud gemaakt over eventueel kostenverhaal. CHL zou niet akkoord zijn gegaan als Antea een voorbehoud had willen maken.” 8.1 De getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] , het gespreksverslag van 18 juli 2016 en de brief van [getuige 1] van 19 juli 2016 (zie rov. 2.18 van het tussenarrest, productie E11) sluiten op elkaar aan wat betreft de feitelijke gang van zaken tijdens de bespreking op 15 juli 2016. Ook werpen de getuigenverklaringen en de door partijen overgelegde stukken nader licht op de afspraken die tussen partijen op 15 juli 2016 zijn gemaakt over het verdere verloop van de onderhandelingen. 8.2 Duidelijk is geworden dat er tijdens de bespreking op 15 juli 2016 over kosten(verrekening) is gesproken. [getuige 1] en [getuige 2] hebben hierover stellig en overtuigend verklaard. [getuige 3], die bij hun verhoren aanwezig was, heeft weliswaar verklaard zich niet te herinneren dat er iets over de kosten is gezegd – en zo ook [getuige 4], die voorafgaand aan zijn verhoor de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] en de correspondentie voor en na afloop van de bespreking van 15 juli 2016 had gelezen – maar hun verklaringen staan op gespannen voet met wat [getuige 4] eerder, op 22 juli 2016, aan [betrokkene 2] van Lexence schreef, te weten “Over kosten wel gesproken. Ook dat zij kosten hebben gemaakt” (productie E26), terwijl het geschilpunt over (wat wel/niet is afgesproken met betrekking tot) de kosten nadien niet meer van tafel is geweest, althans vanaf de inleidende dagvaarding van 10 april 2017 onderwerp is van de onderhavige procedure, en dus in beginsel niet aan de herinnering zou moeten zijn ontsnapt. Wat [getuige 3] wel zeker weet, is dat door hem/[getuige 4] niet is gezegd: “laat die kosten maar zitten”. En ook dat hij niet zo maar zonder toestemming een ton kan weggeven zonder daar iets voor terug te krijgen. Dat is echter ook niet wat CHL beweert; haar stelling, althans de strekking ervan, is dat op 15 juli 2016 is overeengekomen – als onderdeel van de tussen partijen gemaakte afspraak om de onderhandelingen te beëindigen en eind 2016/begin 2017 opnieuw te bezien of overeenstemming over de overname kon worden bereikt – dat partijen over en weer de eigen kosten zouden dragen. Dat is iets anders dan dat [getuige 3]/Antea, zonder er iets voor terug te krijgen, een ton cadeau deed. In de visie van CHL had Antea bovendien geen recht op die ton (vgl. het hiervoor onder 5 geciteerde memo: “geen enkele reden tot verrekening”) en was zij (CHL) het juist die, na de laattijdige wijziging van de koopprijs(methodiek) door Antea, aanspraak kon maken op vergoeding van de door haarzelf gemaakte advieskosten. 8.3 Daarbij wordt opgemerkt dat het – gelet op wat [getuige 3]/Antea tevens heeft verklaard/aangevoerd, te weten dat kosten pas aan de orde kwamen als de transactie geen doorgang zou vinden – ook voor de hand lag dat tijdens de bespreking op 15 juli 2016 aandacht zou worden besteed aan het kostenaspect. Voorafgaande aan de (ingelaste) bijeenkomst van 15 juli 2016 was zijdens CHL immers kenbaar gemaakt dat zij de onderhandelingen als beëindigd beschouwde, terwijl beide partijen met kosten zaten. 8.4 Het hof komt naar aanleiding van het getuigenverhoor en de in dat kader overgelegde stukken tot de volgende bevindingen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.