GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.261.229/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : 7447400 \ CV EXPL 19-739 arrest van 31 augustus 2021 inzake [appellante], wonende te [woonplaats], appellante in het principaal appel, geïntimeerde in het incidenteel appel, hierna te noemen: [appellante], advocaat: mr. J.C. Debije te Rotterdam, tegen [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], geïntimeerde in het principaal appel, appellant in het incidenteel appel, hierna te noemen: [geïntimeerde], advocaat: mr. S. Burger te Den Haag. Het verdere verloop van het geding Het verdere verloop van het geding blijkt uit de volgende stukken: het tussenarrest van 8 september 2020 waarbij het bezwaar tegen de eiswijziging van [geïntimeerde] ongegrond is verklaard; de memorie van antwoord in incidenteel appel tevens akte uitlating producties van [appellante]; de akte na memorie van antwoord in incidenteel appel (met productie) van [geïntimeerde]; de antwoordakte van [appellante]. Vervolgens hebben partijen de (aanvullende) stukken overgelegd en arrest gevraagd. Waar gaat deze zaak over? Deze zaak betreft twee boven elkaar gelegen appartementsrechten. Het gaat daarbij om de vraag of de overkapping die de bovenbuurvrouw heeft aangebracht boven haar balkon in strijd is met de akte van splitsing en/of hinder oplevert voor de benedenbuurman en daarom verwijderd moet worden. Ook heeft de benedenbuurman een vergoeding van waterschade gevorderd en van kosten voor nog te verrichten schilderwerk aan gemeenschappelijke delen. De feiten 1.1 [geïntimeerde] is de eigenaar van het appartementsrecht met betrekking tot de benedenwoning aan de [adres 1] te Rotterdam. 1.2 [appellante] is de eigenaresse van het appartementsrecht met betrekking tot de bovenwoning aan de [adres 2]. 1.3 Beide appartementsrechten zijn ontstaan bij akte van splitsing van 30 november 1973. Bij notariële akte van 14 juli 2004 is de akte van splitsing gewijzigd. In deze akte is opgenomen dat het Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten (januari 1992) zal gelden (hierna: het Modelreglement), behoudens de in de akte opgenomen afwijkingen daarvan en aanvullingen daarop. 1.4 In het Modelreglement, zoals aangevuld bij de wijziging van de akte van splitsing, is onder meer opgenomen: “Artikel 9 1. (…) 2. Het is een eigenaar of gebruiker zonder toestemming van de vergadering niet toegestaan veranderingen aan te brengen in de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in de privégedeelten bevinden. (…) Artikel 13 1. Iedere op-, aan- of onderbouw zonder toestemming van de vergadering is verboden. 2. Het aanbrengen aan de buitenzijde van (…) zonneschermen (…) en in het algemeen van uitstekende voorwerpen (…) mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement. Wind en/of buitenzonwering (…) zullen mogen worden aangebracht, doch uitsluitend volgens daartoe door de vergadering gestelde normen en regels (constructie, materiaal en kleur). (…) 3. De vergadering kan een reeds verleende toestemming intrekken. (…) Artikel 17 1. Iedere eigenaar en gebruiker heeft het recht op uitsluitend gebruik van zijn privé gedeelte mits hij aan de andere eigenaars en gebruikers geen onredelijke hinder toebrengt. (…)” 1.4 [appellante] en [geïntimeerde] zijn van rechtswege lid van de Vereniging van Eigenaars [adres 3] (hierna: de VvE). 1.5 Medio april 2017 heeft [appellante] [geïntimeerde] benaderd en aangegeven dat zij een overkapping wilde plaatsen op haar balkon. [geïntimeerde] heeft daar onder voorwaarden mee ingestemd, waarna [appellante] een overkapping heeft laten plaatsen. 1.6 Bij brief van 20 maart 2018 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] aan [appellante] onder meer geschreven: “(…) In het jaar 2017 heeft u een (…) overkapping laten plaatsen. Cliënt heeft hier toestemming voor gegeven op o.a. de voorwaarde dat hij hier geen overlast van zou ondervinden. Helaas is dit toch het geval. Client heeft namelijk al geruime tijd te kampen met wateroverlast op de balustrade van zijn balkon en in zijn tuin. Als gevolg hiervan is de schuurdeur aan het wegrotten. Ook zorgt het sijpelende water op de balustrade voor geluidsoverlast. Client heeft u verschillende keren en op verschillende wijzen (….) hierop aangesproken. U heeft telkenmale aangegeven dat u dit probleem zult oplossen, maar helaas heeft dit tot op heden niet plaatsgevonden. Namens client verzoek ik u, binnen twee weken na heden , aan te geven welke maatregelen u – uiterlijk binnen drie weken nadien- gaat treffen om de door client ondervonden overlast op te heffen. Voorts stel ik u, namens client aansprakelijk voor de door client reeds geleden en nog te lijden schade. (…).” 1.7 Bij brief van 18 juli 2018 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] aan [appellante] geschreven: “(…) Op de verzoeken van client om maatregelen te treffen inzake de overkapping heeft u geen gehoor gegeven. Ondertussen is de overlast behoorlijk verergerd. Zoals al eerder aangegeven heeft u de overkapping namelijk geplaatst zonder aan de door client gestelde voorwaarden te voldoen. Zo heeft client aangegeven dat de overkapping geen overlast mag veroorzaken. Daarnaast heeft client geen akkoord gegeven voor de bevestiging van deze overkapping aan gemeenschappelijke zaken en delen. Voorts zou de overkapping eventueel onderhoud aan gemeenschappelijke delen niet mogen belemmeren. Aan geen van deze eisen is voldaan. Gezien uw onwelwillendheid om dit minnelijk op te lossen zal client de kwestie zonder nadere aankondiging aan de rechter voorleggen, voor zover u binnen een week na heden niet bevestigt dat de overkapping zal worden verwijderd (uiterlijk binnen een maand nadien). (…)” 1.8 [appellante] heeft de overkapping niet verwijderd. De vordering in eerste aanleg en het vonnis 2. [geïntimeerde] heeft in eerste aanleg gevorderd om [appellante] te veroordelen: A. om binnen een maand na betekening van het vonnis de overkapping zoals geplaatst op het balkon van [appellante] aan de [adres 2] te (doen) verwijderen en verwijderd te houden, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat aan die veroordeling geen gevolg wordt gegeven althans een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank rechtens juist en billijk acht; B. de door [geïntimeerde] geleden schade, begroot op € 659,-, binnen een maand na betekening van het vonnis aan hem te vergoeden; C. de proceskosten aan de zijde van [geïntimeerde] te voldoen, inclusief salaris van de gemachtigde. 3. [geïntimeerde] heeft aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat [appellante] in strijd met de artikelen 9 en 13 van het Modelreglement zonder toestemming van de VvE de overkapping aan de gemeenschappelijke delen heeft bevestigd en deze overkapping heeft laten uitsteken aan de buitenzijde van het gebouw. Bovendien is er sprake van hinder in de zin van artikel 17 van het Modelreglement en artikel 5:37 BW omdat [geïntimeerde] (geluids)overlast ervaart. Verder heeft hij (water)schade geleden aan de balustrade en onderafscherming van zijn balkon en aan een schuurdeur. De herstelkosten zijn begroot op € 659,-. 4. Bij vonnis van 10 mei 2019 heeft de kantonrechter geoordeeld dat [appellante] de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet heeft betwist. De vorderingen van [geïntimeerde] zijn toegewezen, waarbij de dwangsom is gemaximeerd tot € 10.000,- en de proceskosten zijn begroot op € 330,91 aan verschotten en € 120,- aan salaris voor de gemachtigde. De vorderingen in hoger beroep en de grieven 5. [appellante] heeft in het door haar ingestelde hoger beroep gevorderd om het vonnis van de kantonrechter te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, [geïntimeerde] alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen tegen [appellante] althans deze vorderingen af te wijzen, onder uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties. 6. [appellante] heeft in haar (enige) grief aangevoerd dat de vorderingen van [geïntimeerde] ten onrechte zijn toegewezen. In de toelichting op de grief heeft zij bestreden dat haar balkonoverkapping de oorzaak is van het naar beneden kletterende water. De oorzaak is volgens haar namelijk gelegen in een verstopping van de waterafvoer op het (gemeenschappelijke) dak. Ook heeft de schade aan de balustrade, afscherming en schuurdeur niets te maken met de balkonoverkapping. De balkonoverkapping is dan ook niet onrechtmatig. Voorts kwalificeert de balkonoverkapping niet als een verandering in een gemeenschappelijk gedeelte van het pand zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 van het Modelreglement. Bovendien had zij de toestemming van [geïntimeerde]. Datzelfde geldt voor zover [geïntimeerde] zich beroept op artikel 13 van het Modelreglement. Daarbij geldt ook dat een balkonoverkapping geen op-, aan- of onderbouw is in de zin van het eerste lid van dat artikel, maar een volgens het tweede lid toegestane wind- en buitenzonwering, aldus [appellante]. Tot slot heeft [appellante] ook de omvang van de (water)schade betwist. 7. [geïntimeerde] heeft in incidenteel appel (aanvullend) gevorderd dat [appellante] wordt veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van de helft van het voor onderhoud van het schilderwerk aan de achterzijde van het appartementsgebouw door Schildersbedrijf [...] geoffreerde bedrag (€ 968,73), te weten € 484,36. 8. In dat verband heeft [geïntimeerde] zich op het standpunt gesteld dat de achterzijde dringend aan onderhoud toe is voor wat betreft het schilderwerk aan de houten delen, waaronder de boeiboorden. Een ingebrekestelling van [appellante] op dit punt is volstrekt zinloos omdat in het verleden is gebleken dat [appellante] niet meewerkt aan onderhoud en/of weigert te betalen. Beoordeling van het hoger beroep Onrechtmatige hinder; causaal verband 9. Tussen partijen staat vast dat [geïntimeerde] toestemming heeft gegeven voor de overkapping waarbij hij (in elk geval) als voorwaarde heeft gesteld dat hij daarvan geen overlast wilde gaan ondervinden en dat de overkapping geen beletsel mocht opleveren voor het onderhoud aan de gemeenschappelijke delen van het pand. Partijen twisten daarbij over de vraag of de door [geïntimeerde] ervaren wateroverlast wordt veroorzaakt door de overkapping. [appellante] heeft betoogd dat het aan de verstopte hemelwaterafvoer ligt, terwijl [geïntimeerde] zich op het standpunt heeft gesteld, aan de hand van een expertiserapport, dat de overkapping ondeugdelijk is. 10. [appellante] heeft er terecht op gewezen dat het aan [geïntimeerde] is om aan te tonen dat de oorzaak van de wateroverlast is gelegen in de overkapping en dat de overkapping daarom moet worden verwijderd. Naar het oordeel van het hof is [geïntimeerde] hier niet in geslaagd. Het hof overweegt hiertoe als volgt. 10.1 In het door [geïntimeerde] overgelegde expertiserapport is vastgesteld dat regenwater al vanaf het hoogste niveau (dat wil zeggen vanaf het platte dak, links boven de overkapping, zie afbeelding 3 in het rapport) van de afvoeren langs de gevel omlaag stroomt. Het regenwater lekt uit de vergaarbak van het platte dak en daardoor stroomt het water tussen de sparing (die ten behoeve van de reeds bestaande vergaarbak in de overkapping is aangebracht) en over de rand van de overkapping omlaag. Het regenwater wordt dus niet correct vanaf het platte dak door de vergaarbak afgevoerd naar de regenpijp. Volgens de opsteller van het expertiserapport kan dat verschillende oorzaken hebben: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.