GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling civiel recht zaaknummers : 200.296.259/01 en 200.296.257/01 rekestnummers rechtbank : EJ VERZ 20-80849 en EJ VERZ 20-80-850 zaaknummers rechtbank : 8638176 en 8638183 beschikking van de meervoudige kamer van 8 december 2021 inzake [appellante] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: [naam appellante] , advocaat mr. M.Th.M. Demmer te Hengelo tegen Stichting GGZ Rivierduinen, gevestigd te [plaats] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: GGZ, advocaat mr. E.M. Bakker te Leiden. Als belanghebbenden zijn aangemerkt: 1) [belanghebbende 1] , verblijvende te [plaats] , hierna te noemen: rechthebbende, 2) [belanghebbende 2] h.o.d.n. [naam bedrijf] , gevestigd te [plaats] , hierna te noemen: de bewindvoerder, 3) [belanghebbende 3] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: [naam belanghebbende 3] , 4) [belanghebbende 4] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: [naam belanghebbende 4] . 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 24 februari 2021, uitgesproken onder voormelde zaaknummers (hierna: de bestreden beschikkingen). 2Het geding in hoger beroep 2.1 [naam appellante] is op 9 juni 2021 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikkingen. 2.2 GGZ heeft op 18 augustus 2021 een verweerschrift ingediend en op 2 november 2021 een aanvullend verweerschrift. 2.3 Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van [naam appellante] : - op 22 oktober 2021 een faxbericht met als bijlage een journaalbericht van diezelfde datum met bijlage; van de zijde van GGZ: - op 1 november 2021 een e-mailbericht met bijlage; van de zijde van de bewindvoerder: - op 1 november 2021 een e-mailbericht met bijlage. 2.4 De mondelinge behandeling heeft op 3 november 2021 plaatsgevonden. Verschenen zijn: - [naam appellante] , bijgestaan door mr. Demmer; - namens GGZ, [vertegenwoordigers van GGZ] , bijgestaan door mr. Bakker; - [naam belanghebbende 3] ; - [naam belanghebbende 4] . 3De omvang van het geschil 3.1 Bij de bestreden beschikking met zaaknummer 8638176 heeft de kantonrechter [naam appellante] met ingang van 1 maart 2021 ontslagen als bewindvoerder over de goederen van rechthebbende en [belanghebbende 2] h.o.d.n. [naam bedrijf] benoemd tot opvolgend bewindvoerder. Bij de bestreden beschikking met zaaknummer 8638183 heeft de kantonrechter [naam appellante] met ingang van 1 maart 2021 ontslagen als mentor van rechthebbende en [belanghebbende 2] h.o.d.n. [naam bedrijf] benoemd tot opvolgend mentor. 3.2 [naam appellante] is het niet eens met deze beslissingen en verzoekt het hof de bestreden beschikkingen te vernietigen en opnieuw rechtdoende [naam belanghebbende 3] en [naam belanghebbende 4] tot bewindvoerders en mentoren te benoemen; kosten rechtens. 3.3 GGZ verweert zich hiertegen en verzoekt het hof de bestreden beschikkingen te bekrachtigen en de verzoeken van [naam appellante] af te wijzen, met veroordeling van [naam appellante] in de kosten van deze procedure, het salaris van de advocaat daaronder begrepen. GGZ heeft in haar aanvullend verweerschrift haar verzoek gewijzigd in die zin dat zij thans verzoekt ontslag te verlenen aan de huidige bewindvoerder en mentor en de heer [naam] tot opvolgend bewindvoerder en mentor te benoemen. 4De ontvankelijkheid van het hoger beroep 4.1 Zoals ter zitting met partijen is besproken zal het hof allereerst moeten beoordelen of het hoger beroep door [naam appellante] tijdig is ingesteld. Bij deze beoordeling neemt het hof artikel 806 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tot uitgangspunt. Dit artikel luidt als volgt: 1. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid van artikel 358 kan van een beschikking hoger beroep worden ingesteld:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.