GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.310.221/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/625452 / KG ZA 22/171 PROCES-VERBAAL VAN DE MONDELINGE BEHANDELING EN DE UITSPRAAK, gehouden en gewezen op 13 juni 2022 te 9.30 uur. Rolinstructie betreffende het verdere verloop van het geding. Heden arrest gewezen. Zitting hebben mrs. G. Dulek-Schermers, voorzitter, A.M. Voorwinden en J.A. Tuinman, leden, bijgestaan door de griffier A.S. Baranov, in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van: [appellante] Onroerend Goed B.V., gevestigd te Bergambacht, appellante in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: [appellante] , advocaat: mr. E.C. Netten te Amsterdam, tegen: 1N.V. Bever Holding, gevestigd te Hilversum, 2. Bever Holding Participaties B.V., gevestigd te Amsterdam, 3. Muntendamsche Investerings Maatschappij B.V.,gevestigd te Den Haag, 4. Northside Investments B.V.,gevestigd te Amsterdam, geïntimeerden in het principaal hoger beroep, appelanten in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: Bever c.s., advocaat: mr. V.H. Jurgens te Eindhoven. en 5 5. mr. [notaris] , in zijn hoedanigheid van notaris te Leiden,geïntimeerde in het principaal hoger beroep, hierna te noemen: de Notaris, niet verschenen. Verschenen zijn: aan de zijde van [appellante] : de heer [bestuurder A] (bestuurder), de heer [ontwikkeling] (ontwikkeling) en de heer [bedrijfsjurist] (bedrijfsjurist), bijgestaan door mr. E.C. Netten, advocaat als voornoemd en de advocaten mr. H. Şimşek en mr. A. de Snoo, aan de zijde van Bever c.s.: de heer [Persoon X] (grootaandeelhouder en adviseur), de heer [bestuurder Bever] (bestuurder), bijgestaan door mr. V.H. Jurgens, advocaat als voornoemd en de advocaten mr. W.J.G. Maas en mr. W.J. Bosma, en vergezeld van de toehoorders [toehoorder 1] en [toehoorder 2] . De voorzitter maakt melding van de ontvangst van de processtukken tot en met de memorie van antwoord in het incidenteel appel en vervolgens: - de producties 32 t/m 33 van de kant van Bever c.s. en - de producties 55 t/m 59 van de kant van [appellante] , ingekomen op 9 juni 2022, waaronder de eerder aan de griffie van het hof toegestuurde brief van notaris [notaris] , waarin hij schrijft dat hij verstek laat gaan en zich refereert aan het oordeel van het hof. […hierna volgt de inhoudelijke behandeling ter zitting…] De voorzitter schorst de zitting kort om te beraden of het hof vandaag mondeling uitspraak kan doen. Na de voorzetting deelt de voorzitter mee dat het hof hier vandaag na een schorsing van 60 minuten uitspraak zal doen. Partijen maken hiertegen geen bezwaar. Na de schorsing doet het hof uitspraak, als volgt: DE UITSPRAAK VAN HET HOF Zaak in het kort 1.1 Deze zaak betreft een vordering tot nakoming van koopovereenkomsten over percelen grond. [appellante] vordert als koper het treffen van een aantal voorlopige voorzieningen die de levering van de Percelen door Bever c.s., de verkopers, moet bevorderen. In de kern is de vraag of Bever c.s. de door [appellante] gekochte percelen moet leveren. In eerste aanleg heeft de voorzieningenrechter deze vorderingen afgewezen, onder andere omdat hij oordeelde dat het niet in hoge mate waarschijnlijk was dat de bodemrechter de vorderingen van [appellante] tot levering zal toewijzen. 1.2 Het hof komt tot een andere afweging. Het ziet voorshands wel voldoende reden tot het treffen van de door [appellante] gevorderde voorlopige voorzieningen. Het hof zal Bever c.s. verplichten tot levering van de Percelen aan [appellante] . Feitelijke uitgangspunten, onder meer 2.1 Partijen sloten op 20 november 2020 en 4 februari 2021 tien koopovereenkomsten aangaande percelen in Noordwijk die al decennialang eigendom zijn van Bever c.s. (hierna te noemen: de Percelen). [appellante] Onroerend Goed BV (hierna: [appellante] ) kocht daarmee de volgende Percelen, tegen de in de overeenkomsten genoemde koopprijzen: – de secties en nummers die het hof noemt, verwijzen naar de kadastrale gegevens van de gemeente Noordwijk – van Northside Investments BV: 1. het perceel bouwgrond aan het Palaceplein, sectie E nummer 2498, voor € 32.500.000,-, van Bever Holding Participaties BV: 2. het perceel bouwgrond aan de Parallel Boulevard 7, sectie E nummer 2364, voor € 8.500.000,-, van NV Bever Holding: 3. het perceel grond Zeereep 4, sectie N nummer 1975, voor € 2.000.000,-, 4. het perceel grond Bosweg 6, sectie N nummer 1951, voor € 1.250.000,-. van de Muntendamsche Investerings Maatschappij BV: 5. het perceel grond Zeereep 1, sectie N nummer 2195, voor € 4.000.000,-, 6. het perceel grond Zeereep 2, sectie N nummer 1977, voor € 2.000.000,-, 7. het perceel bouwgrond Zeereep 3 en Bosweg 5, sectie N nummer 1976, voor € 2.000.000,-, 8. het perceel grond Schoolstraat 40A, sectie E nummer 2525, voor € 750.000,‑, 9. de percelen grond met opstallen aan de Koningin Wilhelmina Boulevard 35, sectie N nummer 2196, en aan het Vuurtorenplein, sectie N nummer 2197, voor € 5.000.000,‑, 10. het perceel grond Northgodreef 200, sectie A nummer 3334, voor € 2.000.000,-. 2.2 Op 20 november 2020 sloten [appellante] Groep BV en Bever c.s. een overeenkomst van geldlening tegen recht van hypotheek in verband met de koopovereenkomsten van de Percelen aan het Palaceplein en de Parallel Boulevard. Hiermee leende [appellante] Groep BV € 34.631.911,- uit aan Bever c.s. voor de periode totdat de Percelen vrij en onbezwaard en vrij van aantekeningen in de zin van de Wvg geleverd kunnen worden (artikel 2) en tegen recht van hypotheek (artikel 6). Bever c.s. is geen rente over de hoofdsom verschuldigd (artikel 3). Zij moet de lening terugbetalen bij levering (artikel 4) en daarmee eindigt het hypotheekrecht (artikel 6.2). Contractsoverneming mag niet zonder toestemming van de wederpartij (artikel 8). 2.3 Een aantal van de verkochte Percelen heeft de gemeente Noordwijk (hierna: de Gemeente) aangewezen als percelen waarop een voorkeursrecht in de zin van de Wet voorkeursrecht gemeenten (de Wvg) geldt. Daarom kan Bever c.s. die betreffende Percelen pas in eigendom overdragen nadat zij ze aan de Gemeente heeft aangeboden. Partijen wisten hiervan. In de koopovereenkomsten staat dat levering (telkens) zal plaatsvinden “binnen twee weken nadat het verkochte vrij en onbezwaard en vrij van aantekeningen in de zin van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten geleverd kan worden (…)”. 2.4 Het was de bedoeling van (beide) partijen dat [appellante] de Percelen zou her-ontwikkelen. Daartoe heeft [appellante] , met [appellante] Groep BV en [ Naam BV] Noordwijk BV, de BV die speciaal is opgericht voor het ontwikkelingsproject (hierna: [ Naam BV]), op 9 november 2021 een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Gemeente. 2.5 Op 9 november 2021 heeft de Gemeente schriftelijk ingestemd met de verkoop aan [appellante] van de Percelen waarop de Gemeente een voorkeursrecht had. Op 13 november 2021 heeft de Notaris de concept leveringsakten aan Bever c.s. gestuurd, met de mededeling dat hij graag eventuele opmerkingen ten aanzien van de conceptakten ontvangt en dat de datum van levering ‘binnen twee weken’ op 24 november 2021 is. 2.6 Op 23 november 2021 schreef (de advocaat van) Bever c.s. aan de Notaris dat Bever c.s. niet zal meewerken aan de levering, omdat: a. in de concept leveringsakten staat dat Bever c.s. met [appellante] en [ Naam BV] zou zijn overeengekomen dat [appellante] de rechten en verplichtingen overdraagt aan [ Naam BV] terwijl dat niet is overeengekomen en Bever c.s. daaraan ook niet wil meewerken, en b. de concept leveringsakten geen melding maken van de volgende afspraken: i. betaling door [appellante] aan Bever c.s. van een winstdeel van 30%, oplopend tot 50% van de met de uitvoering van het nieuwbouwplan voor de Percelen gerealiseerde winst, ii. betaling van 2,5% rente over het onbetaald gebleven deel van de koopsommen vanaf 20 november 2020, iii. vergoeding door [appellante] aan Bever c.s. van advocaat- en adviseurskosten, iv. vergoeding door [appellante] aan Bever c.s. van de onroerend goed belasting en andere zakelijke lasten, v. volledige betaling van de koopsommen. c. de nota’s van verkoop een honorarium van de notaris in rekening brengen, terwijl dat al voldaan is, d. Staal Beheer NV het beslag op de percelen Zeereep 4 en Bosweg 6 nog niet heeft opgeheven en dat ook niet zal doen, terwijl Bever c.s. de notaris geen toestemming geeft om contact met Staal Beheer NV op te nemen. 2.7 Op 11 maart 2022 heeft Bever c.s. de koopovereenkomsten buitengerechtelijk ontbonden, op de grond dat Bever c.s. uit mededelingen van [appellante] afleidt dat [appellante] in de nakoming van de door partijen gemaakte afspraken zal tekortschieten (artikelen 6:80 lid 1 onder b BW). Vorderingen en grondslag 3.1 [appellante] wil dat Bever c.s. de koopovereenkomsten nakomt. Zij vordert daartoe, samengevat weergegeven: – primair – dat het hof een arrest wijst dat in de plaats komt van de leveringshandelingen bij de notaris, – subsidiair – dat het hof [appellante] machtigt om de leveringsakten te ondertekenen namens Bever c.s., – meer subsidiair – dat het hof bepaalt dat het arrest dezelfde kracht heeft als een akte waaruit de wilsverklaring van Bever c.s. tot levering volgt, – uiterst subsidiair – en voor Zeereep 4 en Bosweg 6: primair – dat het hof Bever c.s. gebiedt om binnen twee dagen medewerking te verlenen aan het sluiten van de leveringsakten door deze ten overstaan van de notaris te ondertekenen, op straffe van (telkens) een dwangsom per dag tot maximaal de hoogte van de koopprijs, en dat het hof: de Notaris veroordeelt om volledige medewerking aan de levering te verlenen, en Bever c.s. en de Notaris veroordeelt in de proceskosten. 3.2 Volgens [appellante] geldt de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomsten niet en moet Bever c.s. doen waartoe zij zich met de koopovereenkomsten heeft verplicht. 3.3 Bever c.s. heeft een voorwaardelijke tegenvordering gedaan, namelijk dat [appellante] de koopsommen van in totaal € 60.000.000,- geheel betaalt door storting op de kwaliteitsrekening van de notaris, als (voorwaardelijk, in het geval dat) Bever c.s. de Percelen aan [appellante] moet leveren. 3.4 [appellante] is bereid om bij de levering € 25.368.089,- te betalen. Dat zijn de koopsommen (samen € 60.000.000,-) minus het uitgeleende geld (€ 34.631.911,-). [appellante] Groep BV heeft de geldlening gecedeerd aan [appellante] en die wil het uitgeleende bedrag met de koopsommen verrekenen. Beoordeling Het hof beoordeelt eerst de vorderingen van [appellante] . Heeft [appellante] voldoende spoedeisend belang bij toewijzing van de vorderingen? 4.1 Het hof oordeelt van wel, vanwege de volgende omstandigheden (4.2 – 4.5): 4.2 De door [appellante] gekochte Percelen liggen braak. [appellante] wil ze tot ontwikkeling (laten) brengen en heeft ze met dat doel gekocht. [appellante] moet daarvoor voldoende beschikkingsmacht over de Percelen hebben en die heeft zij pas als ze eigenaar is, dus nadat Bever c.s. de Percelen aan haar geleverd heeft. [appellante] heeft er dus belang bij dat ze over de Percelen kan beschikken. Ook in de stellingen van Bever c.s. leest het hof dat het ook haar bedoeling was dat [appellante] , niet Bever c.s., de Percelen tot ontwikkeling zou brengen. Dat Bever c.s. zelf concreet iets met de Percelen zou doen, doet of snel kan gaan doen, is voorshands niet gebleken. 4.3 Aan de ontwikkeling moet de Gemeente meewerken, onder meer vanwege haar Wvg-voorkeurspositie ten aanzien van een groot deel van de Percelen. Daarom is [appellante] op 9 november 2021 een samenwerkingsovereenkomst (hierna: Samenwrkingsovereenkomst) met (onder andere) de Gemeente aangegaan. De Gemeente kan deze Samenwerkingsovereenkomst ontbinden als [appellante] – en vervolgens [ Naam BV] – de percelen niet uiterlijk binnen acht weken na 9 november 2021, juridisch geleverd heeft gekregen van Bever c.s. (dat volgt uit artikel 18 lid 3 van de Samenwerkingsovereenkomst). Nadat Bever c.s. op 23 november 2021 weigerde om de Percelen te leveren, heeft de Gemeente, inmiddels al meermalen, ingestemd met verlenging van de termijn, laatstelijk tot uiterlijk 1 september 2022. Niets wijst er op dat de Gemeente na september uitstel zal -blijven- geven. Daardoor dreigt ontbinding van de samenwerking, zonder welke samenwerking [appellante] de Percelen niet meer kan ontwikkelen zoals bedoeld was. Hiermee is het spoedeisend belang gegeven. 4.4 [appellante] heeft ook een spoedeisend belang omdat haar ontwikkelingsproject stil kan komen te liggen als Bever c.s. de betreffende Percelen niet snel levert. Van [appellante] kan niet worden verlangd dat zij verdere kosten maakt en vergunningen aanvraagt voor bouwprojecten die zij wil realiseren op percelen van een ander, terwijl die ander weigert de eigendom daarvan te leveren. Uitstel van het project is voor niemand wenselijk. 4.5 Bovendien heeft [appellante] al in de aankopen geïnvesteerd door het verstrekken van een renteloze lening van bijna 35 miljoen euro aan Bever c.s. [appellante] ziet het uitgeleende geld pas terug wanneer de leveringen van de Percelen plaatsvinden. En pas daarna kan zij de bouwprojecten daadwerkelijk op de Percelen (laten) realiseren. 4.5 Voornoemde omstandigheden vormen voldoende grond om spoedeisend belang bij levering aan te nemen. is er (nog) grond voor levering? Gestelde mondelinge afspraken naast wat in de koopovereenkomsten staat 5.1 Het hof zal eerst ingaan op het geschil tussen partijen over de door Bever c.s. gestelde en door [appellante] betwiste mondeling tussen partijen gemaakte afspraken. Die zouden mondeling gemaakt zijn door [Persoon X] (hierna: [Persoon X] ) en [Persoon A] (hierna: [Persoon A] ), in het bijzijn van [Persoon Y] (hierna: [Persoon Y] ). – dit betreft de afspraken hiervóór genoemd in 2.6 onder b: betaling van 30-50% winstdeel, 2,5% rente, vergoedingen en de volledige koopsommen. Bever c.s. schrijft op 23 november 2021 dat (onder meer) het niet opnemen van deze afspraken in de leveringsakten aan levering in de weg staat. Later ontbindt Bever c.s. de koopovereenkomsten vanwege het niet zullen nakomen van onder meer deze mondelinge afspraken. 5.2 Bever c.s. heeft niet aannemelijk gemaakt dat aanvullende afspraken in de leveringsakten moeten worden opgenomen. Naar het voorshands oordeel van het hof dienen de koopovereenkomsten nu nagekomen te worden door levering. De kans dat later in een bodemprocedure komt vast te staan dat er mondeling nadere afspraken zijn gemaakt, acht het hof gering en, alles overwegende levert dit onvoldoende grond op om Bever c.s. nu niet te gebieden medewerking aan de leveringen te verlenen. Daartoe overweegt het hof het volgende. 5.3 Bever c.s. stelt dat partijen via [Persoon X] en [Persoon A] , in het bijzijn van [Persoon Y] meer zouden hebben afgesproken dan in de koopovereenkomsten staat. Bever c.s. stelt dat deze afspraken ná het aangaan van de Samenwerkingsovereenkomst met de Gemeente (d.d. 9 november 2021) op papier zouden komen en in ieder geval in de leveringsakten zouden worden opgenomen. Dit standpunt heeft Bever c.s. onderbouwd met een verklaring van [Persoon Y] . [Persoon Y] verklaart dat de afspraak over een winstdeel mondeling tussen [Persoon A] en [Persoon X] is gemaakt en alleen bekend zou blijven tussen [Persoon A] , [Persoon X] en [Persoon Y] , omdat [Persoon X] een vertroebelde relatie met de Gemeente had. Dat de afspraken op papier zouden komen, verklaart [Persoon Y] niet. Bovendien klopt de stelling dat de afspraak niet bekend zou moeten worden bij de Gemeente, niet met de stelling dat zij in de leveringsakten moet komen te staan, omdat de medewerking van de Gemeente aan de projectontwikkeling ook nog noodzakelijk zal zijn ná de levering. Anders dan Bever c.s. in dit geding aanvoert, geldt dat laatste ook bijvoorbeeld voor instemming met het bouwvolume. In de Samenwerkingsovereenkomst staat immers expliciet dat een Masterplan, principeplan en andere plannen met bouwvolumes nog niet op instemming van de Gemeente kunnen rekenen. 5.4 Omdat de gestelde mondelinge afspraken alleen mondeling tussen [Persoon A] en [Persoon X] zouden zijn gemaakt, staat voor het hof verder voorshands ook onvoldoende vast dat de gestelde afspraken [appellante] en Bever c.s. binden, althans dat zij [appellante] zouden binden. [Persoon A] was niet bevoegd (en [Persoon X] en [Persoon Y] ook niet) om [appellante] te vertegenwoordigen bij het sluiten van koopovereenkomsten en bij afspraken over winstdeling, rentes en dergelijken. Bever c.s. had dat behoren te weten, reeds omdat de bevoegdheid uit het handelsregister blijkt. Voorshands lijkt [Persoon X] dat ook daadwerkelijk te weten, want hij vraagt in het telefoongesprek van 19 november 2020, waarvan het hof de transcriptie heeft (productie 18), aan [Persoon A] om [bestuurder A] (de bestuurder van [appellante] en wel vertegenwoordigingsbevoegde) er bij te halen – wat vervolgens niet gebeurt. Het betoog van Bever c.s. dat [Persoon A] bij [appellante] de touwtjes in handen had, baat haar niet, omdat dat geen vertegenwoordigingsbevoegdheid schept. Bever c.s. heeft ook niet bestreden dat schriftelijke overeenkomsten voor [appellante] niet door [Persoon A] , maar door [bestuurder A] , werden ondertekend. Dat [Persoon A] zelf aan de telefoon zegt dat hij de beslissingen neemt en niemand anders, baat Bever c.s. ook niet, want een onbevoegde kan niet zijn eigen bevoegdheid scheppen door mee te delen dat hij de beslissingen neemt. Bever c.s. behoort dat te weten. 5.5 Daarnaast acht het hof het voorshands onvoldoende aannemelijk dat de door Bever c.s. gestelde mondelinge afspraken daadwerkelijk zijn gemaakt, zoals Bever c.s. stelt. De afspraken worden in dit kort geding nauwelijks geconcretiseerd of onderbouwd, behalve dat [Persoon Y] iets verklaart over een winstdeel en dat [Persoon A] in zijn brief van 6 november 2020 de 2,5% rente noemt tot aflossing op 1 april 2021 (productie 31). Op 6 november 2020 schreef [Persoon A] aan [Persoon X] zijn “allerlaatste voorstel”, inhoudend de verkoop van de Percelen voor de prijs van € 60 miljoen, met borg en betaling in twee delen en aflossing van het tweede deel op 1 april 2021. Uit dat voorstel blijkt niets, ook niet tussen de regels, van de door Bever c.s. gestelde andere afspraken. Later zegt [Persoon A] in het telefoongesprek van 19 november 2020, dat ‘we’ deze keer alles op papier zetten. Geen van de door Bever c.s. genoemde afspraken staan op papier, buiten wat in de koopakten staat. 5.6 Bovendien liggen er in hoger beroep, tegenover de verklaring van [Persoon Y] , andersluidende verklaringen van bij [appellante] betrokken personen. Zij verklaren dat [Persoon A] de gestelde mondelinge afspraak over winstdeling niet heeft gemaakt en al helemaal niet voor [appellante] kàn hebben gemaakt. Daarbij is er door [appellante] op gewezen dat het ook niet in de rede ligt om winst te delen met een verkopende partij die zelf geen risico loopt en die (verder) niets aan de projectontwikkeling bijdraagt. Mogelijk is er ooit over gesproken, zoals [Persoon Y] verklaart, maar dat dit tot bindende afspraken heeft geleid tussen [appellante] en Bever c.s. acht het hof voorshands onvoldoende aannemelijk. waren er contractuele belemmeringen voor levering op 24 november 2021? 6.1 Bever c.s. heeft in haar brief van 23 november 2021 geschreven dat er nog beslag lag en Wvg-aantekeningen waren, terwijl in de koopovereenkomsten telkens staat dat de leveringsakte pas zal worden verleden binnen twee weken nadat het verkochte vrij en onbezwaard alsmede vrij van aantekeningen in de zin van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten geleverd kan worden. (zie in 2.6 onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.