← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2022:1461

Rolnummer: 22-003272-20 Parketnummer: 10-960049-20 Datum uitspraak: 24 maart 2022 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 18 november 2020 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Sovjet-Unie) op [geboortedatum] 1984, adres: [adres], thans gedetineerd in [detentieadres]. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 24 maart 2022 gevorderd dat zowel het openbaar ministerie als de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde partieel en van het onder 3 tenlastegelegde integraal vrijgesproken en ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van de verdachte en het openbaar ministerie in het hoger beroep Namens de verdachte en door de officier van justitie is op respectievelijk 24 november 2020 en 1 december 2020 hoger beroep ingesteld. Op 7 december 2020 heeft de verdediging haar grieven tegen het vonnis waarvan beroep kenbaar gemaakt door middel van een appelschriftuur. De officier van justitie heeft op 14 december 2020 een appelschriftuur houdende grieven tegen het vonnis waarvan beroep ingediend. Namens de verdachte en door de advocaat-generaal is het hoger beroep op 22 maart 2022 ingetrokken. Nu de zaak reeds op zitting heeft gestaan, kan het hoger beroep niet meer worden ingetrokken. Het hof leidt uit de akten van intrekking evenwel af dat de eerder namens de verdachte en door de officier van justitie geformuleerde grieven tegen het vonnis waarvan beroep niet meer bestaan. Het hof ziet ook ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Gelet hierop zullen zowel de verdachte als het openbaar ministerie, gelet op het bepaalde in artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door mr. T.J. Sleeswijk Visser, mr. M. Koole en mr. V.M. de Winkel, in bijzijn van de griffier mr. L.I. Appels. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 maart 2022. Mr. V.M. de Winkel is buiten staat dit arrest te onderteken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.