GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer herroepingszaak :200.239.569/02 Zaaknummer Haagse arrest van 26 februari 2019 :200.239.569/01 Publicatie Haagse arrest :ECLI:NL:GHDHA: 2019:288 Arrest d.d. 23 augustus 2022 in de herroepingszaak (bij vervroeging) van: [eiseres] B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres tot herroeping,hierna te noemen: [eiseres], advocaat: mr. A.H. Beekhuizen te Amsterdam, tegen: AAN DE AMSTEL ACCOUNTANTS B.V., gevestigd te Ouderkerk aan de Amstel, gedaagde tot herroeping, nader te noemen: AA Accountants, advocaat: mr. G.E. Star Busmann te Amsterdam. 1De zaak in het kort 1.1 Het hof heeft in zijn arrest van 26 februari 2019 (hierna ook: het Haagse arrest), waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, geoordeeld dat [eiseres] (als cessionaris van Previa) dwangsommen heeft verbeurd aan AA Accountants. [eiseres] bestrijdt dit oordeel in deze herroepingsprocedure met een beroep op bedrog en het achterhouden van stukken. 1.2 [eiseres] krijgt in deze herroepingsprocedure ongelijk. 2Procesverloop in de herroepingsprocedure 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het arrest van 28 september 2021 in het incident ex artikel 843a Rv in de herroepingsprocedure (ECLI:NL:GHDHA:2021:1742); de conclusie van antwoord van AA Accountants; de conclusie van repliek; de conclusie van dupliek. 3Feitelijke achtergrond (samengevat en voor zover thans nog van belang) 3.1 Bij vonnis in kort geding van 11 juli 2014 is Previa op straffe van een dwangsom van maximaal € 50.000,-- veroordeeld om afschriften van de volgende stukken te verstrekken aan Aan de Amstel (hof: thans AA Accountants). Het gaat daarbij om:1) jaarstukken 2010 tot en met 2012 en de toelichting daarop door Previa en 2) pagina’s uit de debiteuren- en crediteurenadministratie van Previa per 1 november 2010 en 2011, voor zover die volgens de accountant van Previa informatie verschaffen over wederzijde vorderingen (beslissing 5.1). Tevens heeft de voorzieningenrechter (in 5.2) beslist dat Aan de Amstelaan deze veroordeling tot afgifte geen rechten kan ontlenen indien Previa binnen twee weken na betekening van dit vonnis Aan de Amstel in het bezit stelt van een verklaring van de accountant zoals in overweging 4.8 weergegeven. In overweging 4.8 heeft de voorzieningenrechter bepaald dat die bescheiden niet verstrekt hoeven te worden indien Previa Aan de Amstel binnen veertien dagen na dit vonnis in het bezit stelt van een verklaring van de accountant van Previa waarin deze antwoord geeft op de vraag of de boeken/administratie van Previa en P&H op 30 januari 2012 een vordering van Previa op Aan de Amstel voorkomt en zo ja tot welk bedrag. 3.2 Het hof heeft op 26 februari 2019 het Haagse arrest gewezen (na cassatie door de HR van het daarin genoemde Amsterdamse arrest van 15 november 2016 en verwijzing van de zaak naar het hof Den Haag). In dat arrest is, voor zover thans van belang, voor recht verklaard dat de vordering van Previa op AA Accountants deels is verrekend met de vordering van AA Accountants op Previa, uit hoofde van proceskosten en dwangsommen, zoals omschreven in overweging 7 van dat arrest. 3.3 In bedoelde overweging 7 heeft het Haagse hof onder meer als volgt overwogen:“7. (…….) In dit verband heeft AA Accountants [Hof: bij het hof Amsterdam] gesteld (bladzijde 19 memorie van antwoord, tevens grieven in incidenteel appel), zakelijk weergegeven, dat Previa ondanks sommaties niet (geheel) aan het kortgedingvonnis heeft voldaan en dat door AA Accountants aanspraak is gemaakt op de verbeurde dwangsommen tot het maximale bedrag van € 50.000,--, evenals de proceskosten ten bedrage van € 1.776,76; dat Previa dwangsommen noch proceskosten heeft betaald. (…)”. 3.4 In het Haagse arrest heeft het hof verder nog overwogen:“10. (….) [eiseres] heeft bij memorie van antwoord in incidenteel appel [hof: bij het hof Amsterdam] de tegenvordering wegens verbeurde dwangsommen slechts betwist bij gebrek aan wetenschap. Dit is onvoldoende tegenover de concrete en met stukken onderbouwde stellingen van AA Accountants dat Previa niet aan het kortgedingvonnis heeft voldaan. Dit betekent dat moet worden vastgesteld dat de dwangsommen zijn verbeurd en dat het beroep van AA Accountants op verrekening, mede gelet op het verwijzingsarrest, slaagt. (…).11. Deze beslissing wordt niet anders door hetgeen Previa heeft betoogd bij memorie van antwoord na verwijzing, reeds omdat het hierbij niet gaat om feiten en omstandigheden die zich ná het vernietigde arrest van het hof Amsterdam hebben voorgedaan, zoals ook bij pleidooi door AA Accountants is aangevoerd. Evenmin heeft [eiseres] voldoende onderbouwd gesteld dat hij in redelijkheid ook niet vóórdat in hoger beroep arrest werd gevraagd, van de door hem gestelde feiten en omstandigheden kennis had kunnen [nemen].12. De eerst na verwijzing door [eiseres] geponeerde stelling dat de dwangsommen niet zijn verbeurd omdat aan 5.2 van het dictum was voldaan, gelet op de verklaring van haar controller [controller] van 18 juli 2014 (productie 13 bij de inleidende dagvaarding), betreft geen nieuw feit of een nieuwe omstandigheid. Dit geldt ook voor haar stelling dat AA Accountants het vertrouwen heeft gewekt dat ze deze verklaring accepteerde. De subsidiaire stelling van Previa dat de overtreding van geringe betekenis is, had eveneens eerder betrokken kunnen en moeten worden.Het bij pleidooi van 17 januari 2019 gedane beroep op schending van artikel 21 Rv – volgens Previa heeft AA Accountants verzuimd de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren – deelt hetzelfde lot.” 4. Vordering [eiseres] in de herroepingsprocedure, de gronden daarvan en het verweer 4.1 [eiseres] vordert dat het Haagse arrest van 26 februari 2019 wordt herroepen, zodanig dat de toegewezen verklaring voor recht, voor zover deze zag op de verrekening van dwangsommen, alsnog wordt afgewezen. [eiseres] beroept zich hiervoor op (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.