GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.294.293/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/601257/ KG ZA 20/991 arrest in kort geding van 30 augustus 2022 in de zaak van: Foreburgh Financiële Planning B.V., gevestigd te Den Haag, appellante, advocaat: mr. F.M.A. ’t Hart, kantoorhoudend in Amsterdam, tegen: [geïntimeerde], tevens h.o.d.n. Indygo Financieel adviseurs, gevestigd te IJmuiden, geïntimeerde, advocaat: mr. J. de Groot, kantoorhoudend in Amstelveen. Partijen zullen hierna Foreburgh en [geïntimeerde] worden genoemd. 1De zaak in het kort In deze zaak gaat het om een beëindigde samenwerking tussen partijen, waarbij één van hen in kort geding overzetting vordert van gegevens van eerder door hem in de samenwerking ingebrachte klanten, en medewerking aan overzetting van verzekeringsportefeuilles naar een andere intermediair. Dat de beëindiging van de samenwerking nog een verdeling en/of financiële afrekening vergt is duidelijk, maar de vorderingen zoals deze zijn ingesteld zijn in dit kort geding niet toewijsbaar. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 26 maart 2021, waarmee Foreburgh in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 26 februari 2021 (hierna: het bestreden vonnis); het herstelexploot van 6 mei 2021; de memorie van grieven van Foreburgh, met producties 1-5; het tussenarrest van dit hof van 6 juli 2021; productie 6 van Foreburgh; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 augustus 2021; de memorie van antwoord van [geïntimeerde], tevens houdende eiswijziging/-vermeerdering, met producties 1-4; de akte van Foreburgh, houdende bezwaar tegen eiswijziging, met producties 1-2; de (antwoord)akte van [geïntimeerde]; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 februari 2022 en de daarbij voorgedragen pleitnota’s; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 maart 2022. 2.2 Met instemming van partijen zijn de genoemde processen-verbaal van de mondelinge behandelingen van 8 februari en 9 maart 2022 buiten hun aanwezigheid opgesteld. Het proces-verbaal van 9 maart 2022 bevat, conform afspraak ter zitting, geen verklaringen van partijen. Op het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 februari 2022 hebben partijen niet binnen de daarvoor gestelde termijn opmerkingen gemaakt. 3Feitelijke achtergrond 3.1 Foreburgh is een financieel dienstverlener die beschikt over de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Wet financieel toezicht (Wft). [geïntimeerde] is ook financieel dienstverlener. Hij beschikte tot 2017 ook over een Wft-vergunning. 3.2 Mede met het oog op beëindiging van de vergunning van [geïntimeerde] per 2017, zijn partijen een samenwerking aangegaan. In het kader van deze samenwerking heeft [geïntimeerde] de klantgegevens (CRM database Portefeuille Signalen) van zijn account bij de Nationale Hypotheekbond overgezet op het account van Foreburgh. [geïntimeerde] bleef daarbij toegang behouden tot deze gegevens (via dat account van Foreburgh). Tevens heeft hij het intermediairschap van zijn hypotheken- en verzekeringsportefeuille (hierna: verzekeringsportefeuille) overgezet op dat van Foreburgh. Partijen maakten ook onder meer afspraken over het delen van kosten. 3.3 Op 1 maart 2019 hebben [geïntimeerde] en [betrokkene], DGA van Foreburgh, een maatschapsovereenkomst getekend. 3.4 Per 12 september 2020 heeft Foreburgh de toegang van [geïntimeerde] tot de hiervoor in 3.2 bedoelde database geblokkeerd. Later is deze weer hersteld, ter uitvoering van het mondeling tussenvonnis van de voorzieningenrechter van 18 januari 2021 (hierna, 4.3). 4Procedure bij de rechtbank 4.1 In eerste aanleg heeft [geïntimeerde], na eiswijziging, veroordeling van Foreburgh gevorderd om, samengevat:a. hem toegang te blijven verlenen tot de eerder door hem aan Foreburgh overgedragen CRM database Portefeuille Signalen van de Nationale Hypotheekbond, totdat deze aan hem is terugovergedragen;b. deze database aan hem (terug) over te dragen binnen veertien dagen na vonnis,op verbeurte van een dwangsom. 4.2 Aan deze vorderingen legde [geïntimeerde] samengevat de stelling ten grondslag dat hij in het kader van de afwikkeling van zijn samenwerking met [geïntimeerde] recht had op deze voorzieningen, en daarbij belang had. 4.3 De voorzieningenrechter heeft bij mondeling tussenvonnis van 18 januari 2021 Foreburgh bevolen om aan [geïntimeerde] met onmiddellijke ingang toegang te verlenen tot de CRM database Portefeuille Signalen van de Nationale Hypotheekbond ten einde hem in staat te stellen alle informatie van en met betrekking tot zijn klanten te kunnen raadplegen, op straffe van dwangsommen, en onder oplegging aan [geïntimeerde] van de verplichting om geen mutaties in deze database aan te brengen en geen werkzaamheden te verrichten met gebruikmaking van deze gegevens die vallen onder het bereik van de Wft. 4.4 Met het bestreden (eind)vonnis heeft de voorzieningenrechter de vorderingen zoals hiervoor sub 4.1 bedoeld toegewezen, met veroordeling van Foreburgh in de kosten. 5Vorderingen in hoger beroep 5.1 [geïntimeerde] heeft zijn eis in het hoger beroep gewijzigd. Naast bekrachtiging van het bestreden vonnis vordert hij in het hoger beroep veroordeling van Foreburgh om:1) de gegevens van de klanten/klantendossiers van [geïntimeerde] in de CRM database Portefeuille Signalen van de Nationale Hypotheekbond, zoals vermeld op het door [geïntimeerde] als productie 4 bij de memorie van antwoord, tevens houdende eiswijziging/-vermeerdering, overgelegde overzicht, aan [geïntimeerde] over te dragen door ondertekening van het daartoe bestemde mutatieformulier;2) mee te werken aan overdracht van de (lees: door [geïntimeerde]) bij haar in 2017 ondergebrachte verzekeringsportefeuille aan Verzekeringscentrum Zaanstad BV door de betreffende verzekeringsmaatschappijen op de hoogte te stellen door ondertekening van een brief waarin de overgang van de portefeuille van Foreburgh naar Verzekeringscentrum Zaanstad BV wordt medegedeeld,met veroordeling van Foreburgh in de kosten, bij arrest dat uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. 5.2 De in de vermeerderde eis sub 1) bedoelde klanten/klantdossiers behelzen naar zeggen van [geïntimeerde] niet alleen de bij aanvang van de samenwerking door hem ingebrachte klanten, maar ook nadien door hem geworven klanten. 5.3 De grondslag van de vermeerderde eisen is in essentie gelijk aan die van de oorspronkelijke (hiervoor, 4.2). 5.4 Foreburgh concludeert tot niet-toelating van de eisvermeerdering, respectievelijk afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerde], met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten. 6Beoordeling in hoger beroep procedureel 6.1 Het hof verstaat het bestreden vonnis aldus, dat met de daarin uitgesproken veroordelingen een einde is gekomen aan de met het mondelinge vonnis gegeven voorzieningen (hiervoor, 4.3) c.q. dat ze daarvoor in de plaats zijn gekomen. Het hof verstaat de grieven van Foreburgh aldus, dat deze opkomen tegen de in het bestreden vonnis uitgesproken veroordelingen, maar niet de daarin besloten liggende beëindiging van de voorzieningen die met het mondeling vonnis waren gegeven. 6.2 Grieven die zich richten tegen overwegingen uit het bestreden vonnis, richten zich klaarblijkelijk ook tegen het mondeling tussenvonnis voor zover dat met die bestreden overwegingen overeenkomt. 6.3 Het hof passeert de bezwaren van Foreburgh tegen de eisvermeerdering van [geïntimeerde]. Deze bezwaren zijn alle inhoudelijk van aard. Uitgangspunt is dat een eisvermeerdering in hoger beroep toelaatbaar is, tenzij dit strijd zou opleveren met de goede procesorde. Daarvan is geen sprake. De vermeerderde eis ligt in het verlengde van de oorspronkelijke, en Foreburgh heeft op de mondelinge behandeling van 8 februari 2022 genoegzaam gelegenheid gehad om inhoudelijk op de vermeerderde eis te reageren. inhoudelijk 6.4 Tussen partijen is niet in geschil dat zij een samenwerking zijn aangegaan, dat [geïntimeerde] in dat kader zijn klantgegevens en verzekeringsportefeuille heeft ingebracht, terwijl gesteld noch gebleken is dat Foreburgh daarvoor geen (goodwill)vergoeding heeft betaald. Bij die stand van zaken ligt niet in de rede dat de samenwerking wordt beëindigd zonder dat (de waarde van) die klantgegevens en verzekeringsportefeuille tussen partijen word(t)(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.