GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer hof : 200.293.723/01Zaaknummer rechtbank : C/10/594079 / HA ZA 20-328 Arrest van 19 juli 2022 (bij vervroeging) in de zaak van 1 [X] Beheer B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. [X] Tanktransporten B.V., als rechtsopvolger krachtens fusie van [X] Moerdijk B.V. en [Y] Trucking B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellanten in principaal hoger beroep, geïntimeerden in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. S.C. van Paridon kantoorhoudend in Rotterdam, tegen [Y] Holding B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. P.J.M. Gerritsen kantoorhoudend in Amsterdam. Het hof zal appellanten hierna gezamenlijk [X] Beheer c.s., en afzonderlijk [X] Beheer en [X] Tanktransporten noemen. [X] Moerdijk B.V. en [Y] Trucking B.V. zullen hierna [X] Moerdijk respectievelijk [Y] Trucking worden genoemd. Geïntimeerde zal hierna [Y] Holding worden genoemd. 1De zaak in het kort Tussen [X] Moerdijk (als koper) en [Y] Holding (als verkoper) is een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de overname van de aandelen in [Y] International B.V. In de overeenkomst zijn garanties afgegeven door de verkoper. Na de overname ontving [X] Moerdijk een tweetal aanmaningen, die betrekking hadden op facturen gericht aan [Y] International (en haar dochtervennootschap [dochtervennootschap] B.V.) ter zake van afrekening servicekosten ten bedrage van in totaal € 29.823,24. [X] Beheer c.s. heeft [Y] Holding voor dit bedrag aansprakelijk gesteld op grond van schending van de garanties in de koopovereenkomst. Daarnaast stelt [X] Beheer c.s. zich op het standpunt dat [Y] Holding aansprakelijk is omdat zij tekortgeschoten is in de nakoming van haar informatieverplichting in de tussen [X] Beheer en [Y] Holding (voorafgaand aan de overname) gesloten intentieovereenkomst. De rechtbank heeft de vordering van [X] Beheer c.s. afgewezen. Ook het hof wijst de vordering af. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 10 februari 2021, waarmee [X] Beheer c.s. in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 18 november 2020; het arrest van dit hof van 8 juni 2021, waarin een mondelinge behandeling is gelast (deze is niet gehouden); de akte tot schorsing & hervatting c.q. partijwisseling/rectificatie van [X] Beheer c.s.; de memorie van grieven tevens inhoudende akte wijziging van eis van [X] Beheer c.s., met producties; de antwoordakte schorsing & hervatting c.q. partijwisseling/rectificatie van [Y] Holding; de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in het incidenteel appel (voorwaardelijk) van [Y] Holding; de memorie van antwoord in incidenteel appel van [X] Beheer c.s. 2.2 Op 3 juni 2022 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Aan het eind van de mondelinge behandeling is een datum voor arrest bepaald. 3Feiten 3.1 [X] Beheer en [Y] Holding hebben op 24 mei 2018 een intentieovereenkomst (hierna: de intentieovereenkomst) gesloten met betrekking tot de beoogde verkoop en overdracht door [Y] Holding van alle aandelen in [Y] International B.V. (hierna: [Y] International). 3.2 Artikel 1 van deze intentieovereenkomst bevat een informatieplicht voor [Y] Holding, die – voor zover van belang – als volgt luidt: “Verkoper zal, ook als [X] daar niet om vraagt, aan [X] uit eigen beweging al die informatie verstrekken die voor [X] van wezenlijk belang is of kan zijn bij haar beslissing omtrent de door haar eventueel te realiseren overname.” 3.3 Op 25 oktober 2018 hebben [X] Moerdijk en [Y] Holding een koopovereenkomst (hierna: de koopovereenkomst) gesloten met betrekking tot de daadwerkelijke verkoop en overdracht van alle aandelen in [Y] International door [Y] Holding aan [X] Moerdijk. [Y] International is houder van alle aandelen in Meijdert Trucking en [dochtervennootschap] B.V. (hierna: [dochtervennootschap] ). De overdracht van de aandelen heeft plaatsgevonden op 16 april 2019. 3.4 In de koopovereenkomst zijn diverse garanties opgenomen. De koopovereenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt: “Artikel 5 – Garanties 5.1 Verkoper garandeert koper met betrekking tot de aandelen van de vennootschap dat; (…) H. hij, verkoper, of enige derde jegens de vennootschap generlei aanspraak kan doen op gelden dan wel op uitkeringen van dividend of reserves; (…) J. hem geen andere verplichtingen of claims ten laste van de vennootschap bekend zijn, dan die welke uit de jaarrekening blijken en dat de vennootschap zich op generlei wijze heeft verbonden voor schulden van derden; K. er geen procedures door de vennootschap worden gevoerd en dat geen feiten of omstandigheden bekend zijn die tot een procedure zouden kunnen leiden; (…) Artikel 6 – Schadevergoeding 6.1 Onder voorbehoud van de beperkingen zoals vermeld in artikel 7 van deze overeenkomst verbindt de verkoper zich ertoe de koper dan wel diens rechtsopvolger of, naar keuze van de koper dan wel diens rechtsopvolger, de vennootschap te vergoeden voor: 1. schade die de vennootschap of de koper lijdt door een inbreuk op de garanties, zoals weergegeven in artikel 5 van deze overeenkomst en die zij niet geleden zouden hebben indien de garanties juist en nauwkeurig geweest zouden zijn; (…). 6.3 De schade zoals bedoeld in artikel 6.1 van deze overeenkomst wordt slechts vergoed indien de schade – alle incidenten tezamen – een totaal bedrag van EUR 5.000,- (zegge: vijf duizend euro) te boven gaat.” 3.5 [X] Moerdijk en [Y] Holding hebben op 15 november 2019 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarvan artikel 17, voor zover hier van belang, als volgt luidt: “Partijen (...) verlenen elkaar reeds nu voor het moment waarop het bepaalde in deze overeenkomst zal zijn uitgevoerd, over en weer algehele en finale kwijting terzake van al hetgeen zij van elkaar te vorderen (mochten) hebben uit hoofde van de Koopovereenkomst en de Managementovereenkomst, en/of de beëindiging daarvan, met uitzondering van de in de Managementovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbepaling.” 3.6 Op 23 december 2019 heeft [Y] International van een derde (DHG) twee aanmaningen, waarvan één gericht aan [dochtervennootschap] , ontvangen met betrekking tot servicekosten over 2016 in verband met een (in het verleden) door [Y] International respectievelijk [dochtervennootschap] gehuurde bedrijfsruimte, voor een totaalbedrag van € 29.823,24. 3.7 [Y] International is per 27 december 2019 door fusie opgegaan in [Y] Trucking. 3.8 [X] Moerdijk en [Y] Trucking zijn na het bestreden vonnis – per 30 december 2020 – door fusie opgegaan in [X] Tanktransporten. 4Procedure bij de rechtbank 4.1 [X] Beheer c.s. heeft [Y] Holding gedagvaard en, samengevat, na vermeerdering van eis gevorderd: I. primair: voor recht te verklaren dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst; II. subsidiair: voor recht te verklaren dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de intentieovereenkomst; III. [Y] Holding te veroordelen tot vergoeding van de schade primair van € 29.823,24 en subsidiair van € 24.647,31 en tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 1.073,23, een en ander te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente; en met veroordeling van [Y] Holding in de kosten van het geding met nakosten. 4.2 [Y] Holding heeft op haar beurt in reconventie – samengevat – na vermeerdering van eis gevorderd: I. voor recht te verklaren dat [X] Beheer c.s. in strijd heeft gehandeld met artikel 21 Rv; II. voor recht te verklaren dat de vorderingen van [Y] Trucking en [X] Moerdijk zijn vervallen; III. voor recht te verklaren dat [X] Moerdijk en [Y] Holding elkaar finale kwijting hebben verleend ter zake van de koopovereenkomst, met veroordeling van [X] Beheer c.s. in de kosten van het geding met rente en nakosten. 4.3 De rechtbank heeft de vorderingen van [X] Beheer c.s. (in conventie) afgewezen en [X] Beheer c.s. in de proceskosten veroordeeld. De rechtbank heeft geoordeeld dat [X] Moerdijk geen vordering kan ontlenen aan de koopovereenkomst gezien de in de vaststellingsovereenkomst verleende finale kwijting over en weer. Ten aanzien van de vordering van [X] Beheer, die gegrond is op de intentieovereenkomst, oordeelt de rechtbank dat niet is onderbouwd dat [X] Beheer schade heeft geleden. 4.4 In reconventie heeft de rechtbank de vorderingen van [Y] Holding – gelet op het oordeel in conventie – bij gebrek aan belang afgewezen. De proceskosten zijn tussen partijen gecompenseerd. 5Vorderingen in hoger beroep 5.1 [X] Beheer c.s. is in hoger beroep gekomen omdat zij het niet eens is met het vonnis. Zij heeft verschillende grieven tegen het vonnis aangevoerd. [X] Beheer c.s. heeft haar eis gewijzigd en vordert in hoger beroep: primair artikel 17 van de vaststellingovereenkomst op grond van dwaling ex artikel 6:228 BW te vernietigen en aldus voor recht te verklaren dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst, subsidiair voor recht te verklaren dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de intentieovereenkomst en veroordeling van [Y] Holding tot vergoeding van de schade primair van € 29.823,24 en subsidiair van € 24.647,31, een en ander te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten in beide instanties. 5.2 Kort gezegd zien de bezwaren/grieven van [X] Beheer c.s. op het volgende. [X] Beheer c.s. stelt zich allereerst op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte de in eerste aanleg overgelegde akte wijziging van eis niet heeft toegestaan. [X] Beheer c.s. wenst die wijziging van eis in hoger beroep alsnog naar voren te brengen, en verzoekt het hof de in artikel 17 van de vaststellingsovereenkomst opgenomen finale kwijting te vernietigen, waarna haar beroep op de in de koopovereenkomst overeengekomen garanties alsnog beoordeeld dient te worden. [X] Beheer c.s. grieft daarnaast tegen het oordeel (in rov. 4.7) van de rechtbank dat [X] Beheer niet heeft onderbouwd dat zij schade zou hebben geleden als gevolg van de tekortkoming in de in de intentieovereenkomst opgenomen informatieplicht. 5.3 [Y] Holding concludeert in principaal hoger beroep tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, en vordert in incidenteel hoger beroep hetzelfde als bij de rechtbank, een en ander met veroordeling van [X] Beheer c.s. in de kosten van het geding in beide instanties. 6Beoordeling in hoger beroep Partijwisseling: niet-ontvankelijkheid [X] Moerdijk en [Y] Trucking? 6.1 [X] Beheer c.s. heeft, nadat de hoger beroep procedure aanhangig is gemaakt, het hof verzocht – bij akte schorsing & hervatting c.q. partijwisseling/rectificatie – om de procedure door [X] Tanktransporten te laten voortzetten in de stand waarin deze zich bevindt, in de plaats van [X] Moerdijk en [Y] Trucking die in eerste aanleg het geding voerden als (eisende) partijen en die als gevolg van fusie zijn opgegaan in [X] Tanktransporten. 6.2 [Y] Holding heeft hiertegen bij antwoordakte aanvankelijk bezwaar gemaakt, maar haar bezwaar tegen de partijwisseling tijdens de mondelinge behandeling (zie 2.2) ingetrokken. 6.3 Het hof wijst het verzoek van [X] Beheer c.s. tot partijwisseling toe. De partijwisseling is niet in strijd is met de eisen van een goede procesorde gelet op de achtergrond van de partijwisseling (wegens juridische fusie) en het moment waarop dit in het geding naar voren is gebracht (tegelijk met de memorie van grieven). Het hof zal in het hiernavolgende dan ook uitgaan van de procespartijen zoals vermeld in de aanhef van dit arrest. Primaire grondslag: schending garanties koopovereenkomst 6.4 Bij eiswijziging in hoger beroep heeft [X] Beheer c.s. het hof verzocht artikel 17 van de vaststellingsovereenkomst, waarin [X] Moerdijk en [Y] Holding elkaar over en weer finale kwijting verlenen ter zake van (onder meer) de vorderingen uit hoofde van de koopovereenkomst (zie 3.5), te vernietigen op grond van dwaling ex artikel 6:228 BW. Indien het beroep op dwaling zou slagen, zal het hof vervolgens moeten beoordelen of de vordering toewijsbaar is op de primaire grondslag, te weten schending van de garanties in artikel 5.1 van de koopovereenkomst. Het hof ziet aanleiding die vraag eerst te beantwoorden en laat daarbij in het midden of het beroep op dwaling en aldus de vordering tot vernietiging van (de finale kwijting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.