GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel Recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.308.590/01 Zaaknummer rechtbank : C/10/590197 / HA ZA 20-95 Beschikking van 29 november 2022 in de zaak van Relyon Nutec Netherlands B.V., gevestigd te Rotterdam, verzoekster, advocaat: mr. J.J. van de Velde te Rotterdam, tegen Rodie Watertransport B.V., gevestigd te Westzaan, gemeente Zaanstad, verweerster, advocaat: mr. J. Mulder te Hoogeveen. Het hof zal partijen hierna Relyon en Rodie noemen. 1De zaak in het kort Op 24 april 2019 is het ponton Zeus, eigendom van Relyon, in aanvaring gekomen met de Woubrugsebrug te Woubrugge. Het ponton werd op dat moment van Dordrecht naar Amsterdam gebracht. Dat gebeurde door twee sleepboten, de Zeetijger en de Lotus. Die waren ingeschakeld door Rodie, aan wie Relyon het transport had opgedragen. Relyon houdt Rodie aansprakelijk voor de aanvaringsschade. De rechtbank Rotterdam oordeelde echter dat Rodie niet aansprakelijk is: vonnis van 20 oktober 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10719, S&S 2022, 51. Relyon heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. In het kader van dat hoger beroep verzoekt zij om eerst onderzoek door een nautische deskundige te gelasten. 2Het procesverloop 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: het verzoekschrift van Relyon ingekomen bij de griffie op 28 maart 2022 tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht ex artikel 202 Rv, met bijlagen; het verweerschrift van Rodie ingekomen bij de griffie op 7 september 2022, met bijlagen. 2.2 Op 7 oktober 2022 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Relyon heeft mr. J.L.M. Limpens de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij heeft overgelegd. Mr. Mulder, advocaat als voornoemd, heeft namens Rodie het woord gevoerd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. 3De achtergrond van het verzoek 3.1 Op 24 april 2019 is het ponton Zeus, dat eigendom is van Relyon, tijdens een sleepreis van Dordrecht naar Amsterdam in aanvaring gekomen met de Woubrugsebrug te Woubrugge (hierna: de brug). Hierbij is schade aan de Zeus en de brug ontstaan. 3.2 Relyon had de Zeus laten ombouwen in Dordrecht door Saphire Complete Training Concepts B.V. (hierna: Saphire). Saphire heeft Rodie opdracht gegeven de Zeus op 24 april 2019 te verslepen. Rodie heeft op haar beurt de sleep uitbesteed aan de schippers van de Zeetijger en de Lotus. 3.3 De Zeus werd op 24 april 2019 gesleept door de sleepboot Zeetijger. De Lotus is als duwboot achter op de Zeus vastgemaakt. 3.4 Relyon heeft, mede als lasthebber van Saphire, tegen Rodie een procedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Rotterdam waarin zij vergoeding vorderde van de schade aan de Zeus en van het bedrag dat Relyon aan de eigenaar van de brug moet betalen. 3.5 De rechtbank heeft de vorderingen van Relyon afgewezen bij vonnis van 20 oktober 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:10719, S&S 2022, 51). De rechtbank heeft aan dat oordeel onder meer het volgende ten grondslag gelegd: Rodie is in beginsel aansprakelijk uit hoofde van de (vervoer)overeenkomst, nu zij haar plicht tot aflevering van de Zeus in de staat waarin zij dit ponton heeft ontvangen niet is nagekomen (r.o. 4.3). Op grond van de op de rechtsrelatie toepasselijke Algemene Sleepconditiën 1946 (hierna: de algemene voorwaarden) is Rodie niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van schuld of nalatigheid van de opvarenden van de sleepboten (r.o. 4.4, 4.5). Het is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Rodie zich beroept op die uitsluiting van aansprakelijkheid. Van opzet of grove schuld van Rodie is namelijk geen sprake (r.o. 4.8). Anders dan Relyon betoogt zijn bij het vastmaken van de Zeus aan de Lotus geen zeer grote fouten gemaakt. Dat de bemanning van de Lotus een koppeldraad (bevestigingstouw) heeft bevestigd aan het montageoog van Zeus is niet in strijd met de vereisten van goed zeemanschap. Relyon heeft niet weersproken de verklaring van de schipper van de Lotus die onder meer het volgende inhoudt: op het voorschip van de Zeus bevinden zich twee bolders, één aan stuurboord en één aan bakboordzijde. Op het achterschip van Zeus staat maar één bolder, te weten aan stuurboordzijde. De bemanning van de Lotus heeft de Lotus aan stuurboord achter vastgemaakt zo dicht mogelijk aan de bolder van de Zeus die zich aan die zijde bevindt. Aan bakboordzijde is de Lotus vastgemaakt aan een (zich onder een uitstekend bordes bevindend) montageoog van de Zeus. Hierdoor stond de koppeldraad bijna recht naar voren naar de bolder aan stuurboord en de koppeldraad onder een grote hoek naar het montageoog aan bakboord; de krachten op het montageoog waren daarmee beperkt. De duwsteven werd met een strop en takel vastgemaakt aan het vierkanten frame van de valreddingsboot davit. Omdat de Zeetijger sleepte, kwamen er meer krachten op zijn sleepkabels. Ook hierdoor zou het niet mogelijk zijn om de Zeus andersom door de nauwe doorvaarten te slepen met enkel één bolder. De schipper van de Lotus heeft berekend of het montageoog de gebruikelijke krachten zou houden en is daarbij uitgegaan van de meest ongunstige situatie. Na vertrek uit Dordrecht zijn verschillende bruggen zonder problemen gepasseerd. Bij de Alblasserdamse brug moest een noodstop worden gemaakt, waarbij de Lotus vol achteruit is gedraaid en het montageoog ook belast moet zijn geweest (r.o. 4.8). Ook de subsidiaire grondslag – onrechtmatige daad – stuit (via artikel 8:364, eerste en tweede lid, BW) af op het beroep op de uitsluiting van aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden (r.o. 4.9). 3.6 Relyon is het niet eens met het vonnis van de rechtbank heeft daartegen op 5 januari 2022 hoger beroep ingesteld. Volgens Relyon heeft de rechtbank de bescheiden waarop het oordeel is gebaseerd – foto’s, verklaringen en expertiserapporten – onjuist geïnterpreteerd en “onder meer de constructieve eigenschappen van de Zeus in relatie tot de aan Rodie verstrekte opdracht en de wijze waarop een sleep zich voortbeweegt, onjuist vastgesteld”. 4Het verzoek en het bezwaar 4.1 Relyon verzoekt benoeming van een nautische deskundige om meer zekerheid te krijgen over de voor de appelprocedure relevante feiten en omstandigheden, waardoor zij beter zal kunnen beoordelen of het raadzaam is de appelprocedure door te zetten. Die relevante feiten en omstandigheden zijn volgens Relyon de wijze waarop de Zeus is vastgemaakt en of daarbij een grote fout is gemaakt en de voorhanden alternatieven om de Zeus tijdens deze reis vast te maken en te slepen. Zij wil daartoe de door haar voorgestelde deskundige de heer kapitein Y. Beeckman van de Nautische Commissie bij de Ondernemingsrechtbank Antwerpen onderzoek laten doen naar de hierna samengevat weergegeven vragen: Kunt u vaststellen op welke wijze de Zeus op de sleepreis is vastgemaakt aan de Lotus en de Zeetijger? Bent u van mening dat het montageoog, gelet op haar constructie, geschikt is om de Zeus op door hiervoor bedoelde wijze te slepen? Kunt u vaststellen of het montageoog tijdens de sleepreis te zwaar is belast? Kunt u vaststellen of de Zeus andersom gesleept had kunnen worden tijdens de sleepreis en/of er andere meer geschikte alternatieven bestonden om de Zeus te slepen? Bent u van mening dat door de bemanning van de Lotus in strijd met de vereisten van goed zeemanschap is gehandeld door de wijze waarop zij de Zeus hebben vastgemaakt aan de sleepboten, dan wel door de Zeus op deze wijze te slepen? Bent u van mening dat bij het vastmaken van de Zeus zeer grote fouten zijn gemaakt door de bemanning van de Lotus en de Zeetijger? 4.2 Rodie maakt bezwaar tegen het verzoek. Volgens haar is de uitkomst van het deskundigenonderzoek niet relevant omdat op voorhand moet worden aangenomen dat Rodie niet aansprakelijk is. Dat geldt zowel in het geval de algemene voorwaarden van toepassing zijn als in het geval de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn. 5De beoordeling van het verzoek 5.1 Uitgangspunt is dat een voorlopig deskundigenbericht als bedoeld in artikel 202 e.v. Rv ertoe dient om bewijs (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.