GERECHTSHOF DEN HAAG Team Familie Uitspraak : 7 december 2022 Zaaknummers : 200.296.484/01 en 200.296.484/02 Rekestnummers rechtbank : C/09/574380 en C/09/590026 Zaaknummers rechtbank : FA RK 19-4-1 en FA RK 20-1522 [appellant] , wonende te [woonplaats 1] , Suriname, verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. E.J. Kim-Meijer te 's-Gravenhage, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats 2] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. W.J.G. Schröder te Rotterdam. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De man is op 10 juni 2021 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 10 maart 2021 van de rechtbank Den Haag (hierna: de bestreden beschikking). De vrouw heeft op 27 september 2021 een verweerschrift ingediend. Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de man: - op 21 oktober 2021 een V-formulier van 19 oktober 2021 met bijlage; van de zijde van de vrouw: op 6 oktober 2021 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage; op 22 september 2022 een e-mailbericht met bijlagen. De zaak is op 30 september 2022 wegens verhindering van de oudste raadsheer mondeling behandeld door mr. A.N. Labohm als raadsheer-commissaris en mr. A.S. Mertens-de Jong als bijzitter. De beschikking in deze zaak wordt gewezen door alle drie de raadsheren. Partijen hebben zich hier uitdrukkelijk mee akkoord verklaard. Ter zitting waren aanwezig: - de man, bijgestaan door zijn advocaat; - de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [huwelijksdatum] 1992 uitgesproken. Voorts is, uitvoerbaar bij voorraad en voor zover hier van belang, de wijze van verdeling gelast van de tussen partijen bestaande eenvoudige gemeenschap van de woning aan de [adres] te [woonplaats 1] (Suriname), hierna ook: de woning. Hierbij is bepaald dat bij levering van het aandeel van de vrouw in de woning aan de man, de man, na aftrek van zijn vergoedingsrecht van € 75.000,- van de taxatiewaarde, aan de vrouw een bedrag verschuldigd is ter hoogte van de helft van de alsdan resterende taxatiewaarde. Bepaald is voorts dat bij verkoop en levering aan een derde uit de (na aftrek van de ten behoeve van de taxatie, makelaar, notaris en eventuele overige gemaakte kosten resterende) verkoopopbrengst eerst het vergoedingsrecht van de man van € 75.000,- moet worden voldaan aan de man, waarna het restant van de verkoopopbrengst bij helfte tussen partijen zal worden verdeeld. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast: - partijen zijn op [huwelijksdatum] 1992 na het maken van huwelijkse voorwaarden gehuwd te [plaats] ; - voor zover hier van belang houden de huwelijkse voorwaarden in dat tussen partijen enkel een huwelijksgemeenschap van inboedel zal bestaan. Elke verdere huwelijksgemeenschap is uitgesloten. De huwelijkse voorwaarden bevatten geen regeling met betrekking tot vergoedingsrechten; - de woning aan de [adres] te [woonplaats 1] (Suriname) is op 7 november 2006 door partijen in mede-eigendom verworven; - de vrouw woont inmiddels weer in Nederland. De man is in Suriname gebleven en woont met het jongste nog minderjarige kind van partijen in de woning; - de echtscheidingsbeschikking is op 26 juli 2021 aangetekend in de daartoe bestemde registers. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. In geschil is in het kader van de afwikkeling van de tussen partijen geldende huwelijkse voorwaarden, de gelaste wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschap van de woning alsmede de omvang van het vergoedingsrecht van de man ter zake van die woning. 2. De man verzoekt het hof de bestreden beschikking ten aanzien van het gelasten van de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande eenvoudige gemeenschap van de [adres] te [woonplaats 1] (Suriname) en vaststelling van een vergoedingsvordering van de man van € 75.000,- te vernietigen en opnieuw rechtdoende, uitvoerbaar bij voorraad: - te bepalen dat een bedrag van € 150.000,- zal worden verrekend althans in mindering wordt gebracht op de door de man aan de vrouw te betalen vergoeding uit toedeling van de woning aan hem en voor het geval de woning wordt verkocht te bepalen dat uit het verkoopbedrag van de woning, na aftrek van de gebruikelijke verkooplasten (kosten makelaar etc.) uit de resterende overwaarde eerst het bedrag van € 150.000,- aan de man zal worden uitbetaald, alvorens een verdeling van de restwaarde volgt, en meer subsidiair te bepalen dat de vrouw binnen 1 maand na de te wijzen beschikking een bedrag van € 150.000,- aan de man zal betalen, uitvoerbaar bij voorraad; - te bepalen dat een bedrag van € 37.500,- zal worden verrekend althans in mindering wordt gebracht op de door de man aan de vrouw te betalen vergoeding uit toedeling van de woning aan hem en voor het geval de woning wordt verkocht te bepalen dat uit het verkoopbedrag van de woning, na aftrek van de gebruikelijke verkooplasten (kosten makelaar etc.) uit de resterende overwaarde eerst het bedrag van € 37.500,- aan de man zal worden uitbetaald, alvorens een verdeling van de restwaarde volgt, en meer subsidiair te bepalen dat de vrouw binnen 1 maand na de te wijzen beschikking een bedrag van € 37.500,- aan de man zal betalen, uitvoerbaar bij voorraad; dan wel een nader door het hof vast te stellen bedrag; - te bepalen dat een bedrag van € 73.108,94 zal worden verrekend althans in mindering wordt gebracht op de door de man aan de vrouw te betalen vergoeding uit toedeling van de woning aan hem en voor het geval de woning wordt verkocht te bepalen dat uit het verkoopbedrag van de woning, na aftrek van de gebruikelijke verkooplasten (kosten makelaar etc.) uit de resterende overwaarde eerst het bedrag van € 73.108,94 aan de man zal worden uitbetaald, alvorens een verdeling van de restwaarde volgt, en meer subsidiair te bepalen dat de vrouw binnen 1 maand na de te wijzen beschikking een bedrag van € 73.108,94 aan de man zal betalen, uitvoerbaar bij voorraad; dan wel een nader door het hof vast te stellen bedrag; - te bepalen dat een bedrag van € 39.191,18. - zal worden verrekend althans in mindering wordt gebracht op de door de man aan de vrouw te betalen vergoeding uit toedeling van de woning aan hem en voor het geval de woning wordt verkocht te bepalen dat uit het verkoopbedrag van de woning, na aftrek van de gebruikelijke verkooplasten (kosten makelaar etc.) uit de resterende overwaarde eerst het bedrag van € 39.191,18,- aan de man zal worden uitbetaald, alvorens een verdeling van de restwaarde volgt, en meer subsidiair te bepalen dat de vrouw binnen 1 maand na de te wijzen beschikking een bedrag van € 39.191,18,- aan de man zal betalen, uitvoerbaar bij voorraad; dan wel een nader door het hof vast te stellen bedrag; - te bepalen dat een bedrag van € 14.270,47 zal worden verrekend althans in mindering wordt gebracht op de door de man aan de vrouw te betalen vergoeding uit toedeling van de woning aan hem en voor het geval de woning wordt verkocht te bepalen dat uit het verkoopbedrag van de woning, na aftrek van de gebruikelijke verkooplasten (kosten makelaar etc.) uit de resterende overwaarde eerst het bedrag van € 14.270,47 aan de man zal worden uitbetaald, alvorens een verdeling van de restwaarde volgt, en meer subsidiair te bepalen dat de vrouw binnen 1 maand na de te wijzen beschikking een bedrag van € 14.270,47,- aan de man zal betalen, uitvoerbaar bij voorraad; dan wel een nader door het hof vast te stellen bedrag; - te bepalen dat een bedrag van € 6.643,25 zal worden verrekend althans in mindering wordt gebracht op de door de man aan de vrouw te betalen vergoeding uit toedeling van de woning aan hem en voor het geval de woning wordt verkocht te bepalen dat uit het verkoopbedrag van de woning, na aftrek van de gebruikelijke verkoop lasten (kosten makelaar etc.) uit de resterende overwaarde eerst het bedrag van € 6.643,25 aan de man zal worden uitbetaald, alvorens een verdeling van de restwaarde volgt, en meer subsidiair te bepalen dat de vrouw binnen 1 maand na de te wijzen beschikking een bedrag van € 6.643,25 aan de man zal betalen, uitvoerbaar bij voorraad; dan wel een nader door het hof vast te stellen bedrag; - te bepalen, mocht blijken dat de overwaarde van de woning onvoldoende is om de totale vergoedingsvordering van de man uit te voldoen, dat de vrouw alsdan wordt veroordeeld om de restantvordering van de man binnen 1 maand na de levering en/of verkoop van de woning aan de man te voldoen, uitvoerbaar bij voorraad, althans een door het hof in justitie te nemen beslissing. De man verzoekt voorts te bepalen dat de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van de bestreden beschikking ten aanzien van de gelaste wijze van verdeling van de woning wordt opgeschort. 3. De vrouw bestrijdt het beroep en verzoekt het beroep van de man af te wijzen. 4. De vrouw heeft bij voormeld e-mailbericht van 22 september 2022 alsnog incidenteel appel ingesteld als volgt: de vrouw vraagt de rechtbank (het hof begrijpt: het hof): PRIMAIR: de beschikking van de rechtbank te vernietigen, en opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de woning in [woonplaats 1] wordt toegewezen aan de man onder de verplichting om de waarde van die woning (volledig) aan de vrouw te vergoeden; SUBSIDIAIR: de beschikking van de rechtbank te vernietigen, en opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de woning in [woonplaats 1] wordt toegewezen aan de man onder de verplichting om de helft van de waarde van die woning (volledig) aan de vrouw te vergoeden; DAN WEL bepaalt dat de woning in [woonplaats 1] dient te worden verkocht, onder bepaling dat de opbrengst uit verkoop uitsluitend aan de vrouw toekomt, althans dat die opbrengst bij helfte tussen partijen dient te worden verdeeld; MEER SUBSIDIAR: de vrouw concludeert dat de grieven berusten op een verkeerde lezing van de beschikking. Zij zijn onvoldoende om de beschikking van de rechtbank aan te tasten. De vrouw concludeert tot verwerping van het beroep. Schorsing 5. Ten aanzien van het verzoek van de man tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking overweegt het hof dat de man daarbij geen belang heeft, aangezien het hof in de onderhavige beschikking een inhoudelijke beslissing zal geven over zijn hoger beroep. Het hof zal het schorsingsverzoek daarom afwijzen. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden Rechtsmacht en toepasselijk recht 6. Nu de Nederlandse rechter op grond van de Brussel II-bis Verordening rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen. 7. Tussen partijen is niet in geschil dat Nederlands recht van toepassing is op de vermogensrechtelijke afwikkeling van hun huwelijk. Incidenteel appel vrouw 8. De vrouw heeft op 22 september 2022, derhalve bijna een jaar na de ontvangst van haar verweerschrift door het hof, nog incidenteel appel ingesteld tegen de bestreden beschikking. Het hof overweegt dat een goede procesorde meebrengt dat incidentele grieven in beginsel niet in een later stadium dan in het verweerschrift mogen worden aangevoerd. Op deze in beginsel strakke regel (de twee-conclusieleer) worden alleen uitzonderingen gemaakt: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.