GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel Recht zaaknummer : 200.292.395/01 zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/607567/HA ZA 21-174 Arrest van 31 mei 2022 inzake 1. SONOS EUROPE B.V., gevestigd te Hilversum, 2. de rechtspersoon naar vreemd recht SONOS INC., gevestigd te Santa Barbara (CA), Verenigde Staten van Amerika, appellanten/geïntimeerden in het voorwaardelijk incidenteel appel, hierna gezamenlijk te noemen: Sonos (in enkelvoud), advocaat: mr G. Kuipers te Amsterdam, tegen de rechtspersoon naar vreemd recht GOOGLE LLC, gevestigd te Mountain View (CA), Verenigde Staten van Amerika, geïntimeerde, appellante in het voorwaardelijk incidenteel appel, hierna te noemen: Google, advocaat: mr R.E. Ebbink te Amsterdam. Het verloop van het geding Het verloop van het geding blijkt uit: - het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 maart 2021 in het door Sonos opgeworpen bevoegdheidsincident; - de appeldagvaarding tevens houdende incidentele vorderingen van Sonos van 29 maart 2021 (AD); - de akte houdende overlegging producties van Sonos, met de producties EP01 t/m EP09; - de akte houdende overlegging aanvullende producties van Sonos, met de producties EP10 t/m EP20; - de memorie van antwoord in de incidenten en de hoofdzaak, tevens houdende voorwaardelijk incidenteel appel van Google (MvA/MvG-inc), met de producties G31 t/m G43; - de akte houdende overlegging aanvullende producties van Sonos, met de producties EP21 en EP22; - het arrest van dit hof van 27 juli 2021 waarin de incidentele vorderingen van Sonos zijn afgewezen; - de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel van Sonos (MvA-inc); - de nadere akte van Google (NA), met productie G44; - de antwoordakte van Sonos (AA), met productie EP23; - de akte houdende overlegging aanvullende producties van Sonos, met de producties EP24 t/m EP26; - de akte houdende overlegging producties van Google, met de producties G51 t/m G56 (de productienummers verspringen van 44 naar 51); Op de mondelinge behandeling van 4 april 2022 hebben partijen hun standpunten doen bepleiten, Sonos door haar advocaat en diens kantoorgenoot mr C.A. van Staveren, Google door mrs. M.P. Mtshaulana en H.J. Pot, kantoorgenoten van Google’s advocaat. De advocaten hebben zich hierbij bediend van pleitnota’s (PA). De beoordeling van het hoger beroep l. Bij dagvaarding van 1 oktober 2020 heeft Google Sonos gedagvaard voor de rechtbank Den Haag en daarbij gevorderd een verbod aan Sonos om inbreuk te maken op buitenlandse delen van Europees octrooi 1 579 621 (hierna: het octrooi of EP 621) dan wel onrechtmatig te handelen door de inbreuken in het buitenland te faciliteren. Bij beschikking van de voorzieningenrechter van die rechtbank van 22 september 2020 is Google toegestaan om te procederen volgens het Versneld Regime in octrooizaken (VRO). Sonos heeft (tijdig) een onbevoegdheidsverweer gevoerd, stellende dat, nu Google zich niet (ook) beroept op een Nederlands deel van EP 621, de rechtbank Den Haag, ook gelet op artikel 80 lid 2 sub a ROW, niet relatief bevoegd is. In het vonnis in het bevoegdheidsincident van 17 maart 2021 (hierna: het Onbevoegdheidsvonnis) is de rechtbank Sonos hierin gevolgd, en heeft zij zich onbevoegd verklaard om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen. In verband met het onderhavige hoger beroep is van belang: - punt 2.6 van het vonnis, luidende: ‘De rechtbank zal de zaak in de staat waarin zij zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland, daaronder begrepen de processuele beslissingen zoals neergelegd in de VRO-beschikking van 22 september 2020 (…)’; - het volgende punt van het dictum: ‘3.3. verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rechtbank Midden-Nederland’. De beslissing over de proceskosten is in het Onbevoegdheidsvonnis aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak. 2. Hoewel zij in het Onbevoegdheidsvonnis van 17 maart 2021 in het gelijk was gesteld, heeft Sonos de rechtbank Den Haag verzocht om hoger beroep daartegen open te stellen. De achtergrond daarvan is dat zij wenst dat de procedure bij de rechtbank Midden-Nederland niet wordt voortgezet op grond van het VRO-regime maar op grond van het reguliere procesreglement van die rechtbank. 3. Op 23 maart 2021 heeft de rechtbank Den Haag het volgende aan partijen bericht: ‘(…). De rechtbank ziet geen aanleiding tussentijds appel toe te staan tegen het incidentele vonnis van 17 maart 2021, zo een appel tegen dat vonnis waarbij de zaak is verwezen naar de relatief bevoegde rechter, al mogelijk zou zijn’. 4. In artikel 110 lid 3 Rv is bepaald dat tegen een vonnis waarbij, wegens relatieve onbevoegdheid, de zaak naar een andere rechter wordt verwezen, geen hogere voorziening is toegelaten en dat de rechter naar wie de zaak is verwezen, aan die verwijzing is gebonden. 5. Bij exploot van 23 maart 2021 heeft Google Sonos opgeroepen om na de in het Onbevoegdheidsvonnis uitgesproken verwijzing verder te procederen bij de rechtbank Midden-Nederland. 6. Bij de AD van 29 maart 2021 heeft Sonos drie grieven tegen het Onbevoegdheidsvonnis aangevoerd. Daarbij heeft zij gevorderd (op blz. 21) dat het hof het Onbevoegdheidsvonnis wat de punten 2.6 en 3.3 betreft vernietigt, en opnieuw rechtdoende, de VRO-beschikking van de rechtbank Den Haag van 22 september 2020 vernietigt althans voor recht verklaart dat deze beschikking de rechter naar wie de zaak is verwezen, niet kan binden, althans niet bindt. Dit laatstgenoemde standpunt is door Sonos ook in het kader van grief 3 (in punt 33 AD) naar voren gebracht. 7. Sinds de AD hebben zich – naar ook blijkt uit stellingen van Sonos (blz. 2 bij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.