Rolnummer: 22-000262-20 en 22-002227-20 (gevoegd ter terechtzitting in hoger beroep) Parketnummers: 09-817016-20, 05-008564-13 (TUL) en 09-142152-20 Datum uitspraak: 9 mei 2022 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen de vonnissen van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 22 januari 2020 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en van 25 augustus 2020 in de strafzaken tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1979, adres: [woonadres]te [woonplaats], ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in [verblijfplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van de onderzoeken op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang Ter zake van het onder parketnummer 09-817016-20 tenlastegelegde is de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest en is de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging. Ter zake van het onder parketnummer 09-142152-20 tenlastegelegde is de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard en zijn er beslissingen genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen. Namens de verdachte is tegen de vonnissen hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Zaak met parketnummer 09-817016-20: hij op of omstreeks 16 februari 2019 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een pand gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een geldlade, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldlade onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming te weten door een raam van voornoemde pand in te gooien en/of vervolgens door dit verbroken raam het pand binnen te gaan; Zaak met parketnummer 09-142152-20: hij op of omstreeks 28 mei 2020 te 's-Gravenhage een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij] en/of aan de kapsalon gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vonnissen waarvan beroep zullen worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De vonnissen waarvan beroep De vonnissen waarvan beroep kunnen niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewijsoverweging ten aanzien van parketnummer 0981701620 Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw betoogd conform de door haar overgelegde pleitnotities dat – kort en zakelijk weergegeven – de verdachte dient te worden vrijgesproken omdat op grond van de zich in het dossier bevindende beelden redelijkerwijs geen herkenning van de verdachte had kunnen plaatsvinden. Het hof overweegt als volgt. Het hof stelt voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. Dit geldt temeer indien deze herkenningen de enige bewijsmiddelen zijn die de betrokkenheid van een verdachte bij een ten laste gelegd feit kunnen aantonen. Voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van een herkenning aan de hand van camerabeelden en/of afbeeldingen is onder meer van belang in hoeverre op deze afbeeldingen voldoende duidelijke, specifieke en onderscheidende persoonskenmerken zichtbaar zijn. Of hiervan sprake is hangt af van de kwaliteit van de beelden en van de mate van zichtbaarheid van persoonskenmerken op die beelden. Daarnaast is ook van belang met welke frequentie en onder welke omstandigheden de waarnemer de door hem herkende persoon eerder heeft gezien. Het hof constateert dat de zich in het dossier bevindende beelden van voldoende kwaliteit zijn om een herkenning op te baseren. Op de beelden van [gebied 1] is de verdachte langere tijd bewegend in beeld, waarbij zijn gezicht, zijn houding en zijn kleding, waaronder zijn broek en jas, goed te zien zijn. Het hof merkt hierbij op dat bewegende beelden doorgaans meer geschikt zijn om een herkenning mogelijk te maken, omdat daarop ook de wijze van bewegen waar te nemen is. Hoewel de beelden van [gebied 2] van mindere kwaliteit zijn en de personen daarop minder goed zichtbaar zijn, zijn wel hun manier van bewegen en hun kleding duidelijk en langere tijd in beeld, hetgeen de grondslag heeft gevormd voor de herkenning van de verdachte op die beelden door de verbalisanten. Drie verbalisanten hebben blijkens hun processen-verbaal van bevindingen de verdachte op de beelden van [gebied 1] herkend aan zijn gelaat en haardracht. Bovendien kennen de verbalisanten de verdachte en hebben zij eerder contact met hem gehad. Het hof acht de herkenningen van de verdachte op de beelden op [gebied 1] derhalve betrouwbaar. In een aanvullend proces-verbaal heeft verbalisant [verbalisant 1] de verdachte voorts herkend op de beelden van [gebied 2].[Verbalisant 1] beschrijft dat hij de personen op deze beelden heeft herkend als de personen die hij voorheen op de beelden van [gebied 1] zag. Ook meent [verbalisant 1] de verdachte te herkennen aan zijn spijkerbroek met opvallende witte/gebleekte vlakken, jas, schoenen en de manier van lopen. Het hof heeft – gelet op het voorgaande – derhalve geen aanleiding te twijfelen aan de herkenningen van de verbalisanten en is derhalve van oordeel dat het de verdachte is die op de camerabeelden van [gebied 2] met de kassalade achterop de fiets springt bij de medeverdachte. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-817016-20 en in de zaak met parketnummer 09-142152-20 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Zaak met parketnummer 09-817016-20: hij op of omstreeks 16 februari 2019 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening toe-eigening uit een pand gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een geldlade, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldlade onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming te weten door een raam van voornoemde pand in te gooien en/of vervolgens door dit verbroken raam het pand binnen te gaan. Zaak met parketnummer 09-142152-20 (gevoegd): hij op of omstreeks 28 mei 2020 te 's-Gravenhage een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dat toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij] en/of aan de kapsalon gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het in de zaak met parketnummer 09-817016-20 bewezenverklaarde levert op: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming. Het in de zaak met parketnummer 09-142152-20 bewezenverklaarde levert op: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De ernst van de feiten De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak. De verdachte heeft er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van anderen. Hij heeft met zijn handelen financiële schade veroorzaakt. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 april 2022, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden weer dergelijke feiten te plegen. Het hof heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsadvies van 21 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.