GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer hof : 200.268.212/01Zaaknummer rechtbank : 7284333 CV EXPL 18-44705 Arrest van 5 april 2022 in de zaak van [appellante] , wonend in Rotterdam, appellante,advocaat: mr. S.W. van Zijl te Rotterdam, tegen Vereniging van Eigenaars flatgebouw [adres], gevestigd te Rotterdam, geïntimeerde,advocaat: mr. M.B. van Munster te Den Haag. Het hof zal partijen hierna noemen [appellante] en de VvE. 1De zaak in het kort 1.1 Deze zaak gaat in hoger beroep over de vraag of de VvE aansprakelijk is voor schade door lekkage in de woning van [appellante]. Volgens de kantonrechter is de VvE dat niet maar [appellante] zelf. Het hof is het daarmee eens. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 26 september 2019, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 28 juni 2019; de memorie van grieven van [appellante], met bijlagen; het arrest van dit hof van 17 december 2019, waarin een comparitie van partijen is gelast; de memorie van antwoord van de VvE ter gelegenheid van de comparitie van partijen van 12 maart 2020, met bijlagen; de akte uitlaten van de VvE van 23 maart 2021; de akte van [appellante] van 23 maart 2021; de antwoord-akte van de VvE van 20 april 2021; de antwoord-akte van [appellante] van 20 april 2021. 3Feitelijke achtergrond 3.1 [appellante] heeft sinds 1992 een appartement aan de [adres] in eigendom (hierna: de woning). Zij is van rechtswege lid van de VvE. 3.2 In de toepasselijke akte van splitsing is, met verwijzing naar het Modelreglement 1973, het splitsingsreglement vastgesteld. Daarbij is onder meer afgeweken van artikel 2 sub b van genoemd Modelreglement en wel als volgt: “In afwijking van het in artikel 2 sub b (…) bepaalde zullen niet tot de gemeenschappelijke gedeelten worden gerekend de leidingen voor gas, water, electriciteit en telefoon, welke zich in de privé-gedeelten bevinden, onverminderd het bepaalde in artikel 3 (…).” 3.3 [appellante] heeft in juni 2017 last gehad van lekkage in haar slaapkamer (natte vloerbedekking en rioollucht). Nadat de door de VvE ingeschakelde loodgieter geen oorzaak van de lekkage had gevonden, heeft [appellante] het bedrijf Lekdetectie Inspectie Nederland (hierna: Lekdetectie) in de persoon van [medewerker Lekdetectie], ingeschakeld. Na onderzoek op 14 juni 2017 achtte Lekdetectie aannemelijk dat er sprake was van een lekkende aanhechting op de standleiding in de koof van de slaapkamer. 3.4 [appellante] is in juli 2017 gestopt met betaling van de maandelijkse eigenaarsbijdrage aan de VvE. 3.5 In april 2018 heeft [appellante] weer een lekkage gehad in de slaapkamer. Zij heeft toen opnieuw Lekdetectie ([medewerker Lekdetectie]) ingeschakeld. Het rapport van het uitgevoerde onderzoek vermeldt als conclusie en advies: “Een lekkage in de vloerbedekking van de slaapkamer is het gevolg van een met tape afgedekte loden afvoer leiding onder de vloerbedekking in de slaapkamer. Bij het vorige lekdetectie onderzoek in juni 2017 hangt bij de koof en kleding kast in de slaapkamer een enorme rioollucht. Maar was de oude wastafelafvoer niet toegankelijk i.v.m. de kledingkast en het niet afweten van het bestaan hiervan. Na verwijderen van de kledingkast en de doorweekte vloerbedekking is de met tape afgedekte lekkende loden afvoerleiding zichtbaar. Het afvalwater dat via de loden afvoerleiding door verstopping en/of opstuwing terugstroomt loopt zo onder het tapijt en de kledingkast de slaapkamer in. (….). Advies: (…) Afvoerleiding in slaapkamer op juiste manier afdoppen. (…). Blijkens bijgevoegde foto’s werd in de koof geen zichtbare lekkage aangetroffen en was na het demonteren van de kledingkast, een afvoerleiding zichtbaar. 3.6 In opdracht van [appellante] heeft een loodgieter begin juni 2018 de geadviseerde werkzaamheden uitgevoerd. Hiermee was het lekkageprobleem opgelost. 3.7 In opdracht van [appellante] heeft vervolgens [medewerker Dekra Experts] (hierna: [medewerker Dekra Experts]) van Dekra Experts (hierna: Dekra) de door [appellante] gestelde schade in kaart gebracht. Daartoe heeft [medewerker Dekra Experts] op 13 juni 2018 de woning bezocht. In zijn rapport heeft hij onder meer vermeld: “(…) De lekkage is op 1 juni 2018 (..) hersteld. De lekkage betrof een niet goed afgesloten riolering in de vloer, ten behoeve van een voormalige wastafel in de slaapkamer. De wastafel was op het moment dat partij 1 [hof: [appellante]] de woning betrok reeds gedemonteerd en het leidingwerk was afgesloten. De afgedopte riolering was weggewerkt in de afwerkvloer en bevond zich onder de vloerbedekking en een kast, uit het zicht van partij 1. De lekkage is ontstaan doordat de betreffende riolering in eerste instantie provisorisch was uitgevoerd en onvoldoende dicht was, waardoor rioolwater via dit afgedopte punt kon terugstromen in de woning. (….) De schade hebben wij als volgt begroot: (…) € 2.400,00” Foto 2 uit de bijgevoegde fotobijlage heeft als omschrijving: “Detail van foto 1. Achter de kast bevinden zich de aansluitpunten voor water en riolering t.b.v. een voormalige wastafel. De riolering (afvoer) was in eerste instantie provisorisch afgedicht.” 3.8 [appellante] heeft als productie 8 bij de memorie van grieven een e-mail van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) aan [naam] [naar het hof begrijpt [appellante]] met als onderwerp ‘Mijn brief ter ondersteuning van de akelige situatie.’ overgelegd. Hierin schrijft [betrokkene 1] over hetgeen hij vanaf begin juli 2018 in de woning heeft gezien en heeft opgeknapt. 4Procedure bij de rechtbank 4.1 De VvE heeft [appellante] gedagvaard, kort gezegd, wegens niet betaling van de eigenaarsbijdrage ten bedrage van € 3.803,70. De VvE heeft (in conventie) dit bedrag gevorderd, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. Daarnaast heeft zij veroordeling van [appellante] gevorderd om toekomstige bijdragen aan de VvE te voldoen, zodra deze opeisbaar zijn, en wel vanaf 1 oktober 2018, plus proceskosten. 4.2 [appellante] op haar beurt heeft zich beroepen op een tegenvordering, namelijk schadevergoeding wegens lekkages, die zij wil (blijven) verrekenen met vorderingen van de VvE. Per saldo maakt [appellante] aanspraak op een bedrag van € 6.522,05. Zij heeft, samengevat, in reconventie gevorderd om de VvE te veroordelen tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. 4.3 De kantonrechter heeft de vorderingen van de VvE toegewezen en die van [appellante] afgewezen. 4.4 Volgens de kantonrechter is in 2018 na verwijdering van de kledingkast en vloerbedekking gebleken dat de lekkage werd veroorzaakt door een met tape afgedekte afvoerleiding, die afkomstig was van een wastafel die daar vroeger was gesitueerd. Deze afvoerleiding behoorde dus tot het privé-gedeelte van het appartement. De afvoerleiding is kennelijk op enig moment afgezaagd en op die plek gaan lekken. Omdat de leiding niet behoorde tot de gemeenschappelijke delen is de VvE niet aansprakelijk voor de door [appellante] gestelde schade. 4.5 De vordering van de VvE staat vast. [appellante] is met betaling ervan in verzuim gekomen, aldus nog steeds de kantonrechter. 5Vorderingen in hoger beroep 5.1 [appellante] is in hoger beroep gekomen omdat zij het niet eens is met het vonnis. Zij heeft vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd. Zij vordert hetzelfde als bij de kantonrechter en concludeert tot alsnog afwijzing van de vorderingen van de VvE. 5.2 De VvE heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 6Beoordeling in hoger beroep 6.1 [appellante] klaagt met haar vijf grieven in essentie over het oordeel van de kantonrechter dat zij geen aanspraak heeft op schadevergoeding omdat de lekkage zich heeft voorgedaan in een leiding die tot het privé-gedeelte van de woning behoort. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Het splitsingsreglement (privé-leidingen) 6.2 Uitgangspunt is het toepasselijke splitsingsreglement. Hierin is onder meer geregeld dat waterleidingen die zich in het privé-gedeelte bevinden, niet tot de gemeenschappelijke gedeelten behoren. Herstel hiervan is dus een verplichting van de individuele eigenaar, niet van de gezamenlijke eigenaren (kort gezegd: de VvE). Dit alles is niet in geschil.De oorzaak van de lekkage (de niet deugdelijk afgedopte afvoerleiding in de slaapkamer) 6.3 [appellante] betwist dat de lekkage zich heeft voorgedaan in een leiding die tot het privé-gedeelte van de woning behoorde. Met name betwist [appellante] dat in de slaapkamer een wastafel heeft gezeten en dat op enig moment de afvoerleiding ervan is afgezaagd, zoals de kantonrechter heeft aangenomen. Zij wist naar haar zeggen bij aankoop van de woning (in 1992) niet dat de woning drie kamers had en later is aangepast naar twee kamers. Voor zover er een wastafel zou zijn geweest, mag niet worden verwacht dat zij dat geweten heeft. De ware oorzaak van de lekkage komt van de bovenburen en blijkt uit de verklaring van [betrokkene 1] (productie 8) en de foto’s (productie 9) omtrent de verwaarloosde standleiding, met name productie 9, laatste foto, aldus nog steeds [appellante]. 6.4 Het hof volgt [appellante] hierin niet. Het hof neemt als vaststaand aan dat de oorzaak van de lekkage moet worden gevonden in de niet deugdelijk afgedopte afvoerleiding in de slaapkamer. Dit blijkt uit: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.